De vrouwen van Irak zijn hoopvol en strijdlustig

Onder Saddam Hussein was Irak geen paradijs voor vrouwen: ze werden gediscrimineerd op hun werk en konden in Bagdad zomaar worden opgepikt voor een feestje met Uday Hussein....

In een achterkamertje van het hoofdkwartier van de Iraakse Communistische Partij, in de Abu Nawasstraat van Bagdad, zijn leden van de Vrouwenliga verwikkeld in een geanimeerde discussie over wat er in het volgende nummer van hun pas opgerichte blad Gelijkheid moet komen. Of liever gezegd, wat erin moet komen behalve het thema dat al op elke pagina opduikt: 'nee tegen de verplichte sluier'.

'Ik heb jarenlang geweigerd er een te dragen. Maar sinds het einde van de oorlog draag ik een sluier, zelfs tegen de wil van mijn man, omdat ik anders vrees voor mijn leven', zegt Sahera Zouhair, een van de redactrices. 'Onder Saddam werd er ook druk op ons uitgeoefend om de sluier te dragen. En er was veel seksuele intimidatie op het werk en op de ministeries. Maar nu is het vele malen erger. Er is geen veiligheid en de islamisten voeren een oorlog tegen vrouwen.'

Terwijl de Amerikaanse interventie in Afghanistan de vrouwen een zekere mate van vrijheid heeft gebracht en sommigen heeft gestimuleerd hun burqa af te leggen, moet in Irak de beloofde vrijheid nog worden verwezenlijkt. Het wordt voor vrouwen almaar lastiger zich aan te passen aan de steeds moeilijker wordende levensomstandigheden, door het ontstellende gebrek aan veiligheid en de toenemende invloed van de islamisten en de Hawza, het hoogste religieuze gezag van de shi'a.

In de heilige stad Najaf verboden shi'itische geestelijken vorige maand de benoeming van een door de regionale overheid voorgedragen vrouwelijke rechter. De shi'ieten vormen ruwweg 60 procent van de Iraakse bevolking.

Yanar Mohammed, de presidente van de Vrouwenliga, organiseerde vorige week een demonstratie waarin meer veiligheid werd geëist. Volgens haar zijn sinds het einde van de oorlog vierhonderd vrouwen in Irak ontvoerd en verkracht.

'Het leven van een vrouw is vandaag de dag geen cent waard in Irak. Ze worden gebruikt als middel voor politieke wraak: het verkrachten van een vrouw is een manier om wraak te nemen op vaders of broers die verbonden waren aan het vroegere regime', zegt Yanar Mohammed, die onlangs is teruggekeerd na zes jaar ballingschap. 'Bovendien zijn vrouwen nog altijd het slachtoffer van de stammencultuur in dit land: zijn ze eenmaal verkracht, dan worden ze vermoord door mannelijke verwanten om de eer van de familie te redden.'

De laatste weken is er een lichte verbetering ingetreden. De vrouwen wagen zich weer op straat, ze gaan weer winkelen met hun kinderen – soms zelfs ' s avonds – en velen gaan weer naar hun werk. Een geheel uit vrouwen bestaande muziekgroep heeft onlangs zelfs een concert gegeven in Bagdad, enthousiast onthaald door tientallen Irakezen, buitenlanders en leden van de Amerikaans-Britse coalitie. De 22 vrouwen in hun zwarte rokken en witte bloeses, sommigen met sluier, blaakten van energie en van trots op hun succes.

'We wilden dit concert geven om de wereld te tonen dat Iraakse vrouwen niet niks zijn. We zijn goed opgeleid, getalenteerd, slim en trots en we vormen de helft van de Iraakse bevolking', zegt Nada Jassem, fluitiste en zangeres van de Ishtar-band. De groep was al vóór de oorlog opgericht, maar dit was hun eerste optreden.

'We hebben ons leven gewaagd voor de repetities. Mannelijke familieleden moesten ons brengen en halen – want als de islamisten me met mijn fluit over straat hadden zien gaan, hadden ze me misschien vermoord', zegt Jassem. 'Het was moeilijk, maar we geven niet op. We weten nog steeds niet wat de toekomst zal brengen, maar we leggen ons lot in Gods hand.'

De vrouwen van Irak geven zeker niet op. Geleidelijk aan bundelen zij hun krachten en vechten terug. Ze richten organisaties op en hebben inmiddels al verscheidene vrouwenconferenties gehouden. Drie vrouwen zijn benoemd in de door de Amerikanen ingestelde Bestuursraad: Raja Khuzai, een shi'itische verloskundige uit het zuiden, Songul Chapouk, een Turkmeense, en Akila el Hashemi, een medewerkster van het ministerie van Buitenlandse Zaken onder Tariq Aziz (van het oude bewind). Maar dat is veel vrouwen niet genoeg.

'Zij vertegenwoordigen ons niet, zij zijn nooit opgekomen voor de vrouwenrechten. Bovendien dragen twee van hen een sluier, wat betekent dat zij zich onderwerpen aan mannen', zegt studente Heba Khaled, die daarmee een breed gedeelde opvatting vertolkt.

Yanar Mohammed van de Vrouwenliga zegt dat de drie vrouwen alleen maar zijn benoemd omdat ze vrouw zijn. Haar kritiek geldt met name Hashemi, in haar ogen een symbool van het oude regime. 'We hebben echte veranderingen nodig, van de grond af aan. Je kunt geen mensen gebruiken die verbonden zijn geweest aan het oude regime.'

De vrouwen van Irak worstelen niet alleen met de problemen die het gevolg zijn van de oorlog en het ineenstorten van het gezag, maar ook met de erfenis van het zogenaamd seculiere Ba'ath-regime. Een deel van die erfenis is vastgelegd in de wetgeving van het land.

Mishkat Mou'min, een rechter en moeder van een kind, heeft zich ten doel gesteld die wetten te veranderen. Ze vertelt dat ze jarenlang is gediscrimineerd: haar sollicitaties werden botweg afgewezen vanwege haar vrouwzijn en als gescheiden vrouw had ze volgens de wet geen recht op een uitkering.

'Het moderne en liberale imago van de Ba'ath-partij was ook echt niets anders dan dat, een imago, gebouwd op alfabetiseringscampagnes voor vrouwen en dat soort acties', zegt Mou'min met zachte stem. 'Maar in werkelijkheid hadden de vrouwen veel te lijden. Irak was een gemilitariseerde samenleving. En aangezien vrouwen geen wapens dragen en zich niet op het slagveld begeven, verdienden ze geen bescherming. Hetzelfde gold voor kinderen en bejaarden', voegt ze eraan toe.

Ze noemt de ene wet na de andere die sinds 1969 door de Ba'ath-partij is ingevoerd, alle discriminerend jegens vrouwen. Zo is er een wet die mannen toestaat hun vrouw te slaan om haar discipline bij te brengen, en een wet die vrouwen verbiedt zonder begeleiding van een man op reis te gaan. Sommige van die wetten zijn in de hele Arabische wereld gangbaar, maar in Irak werden ze pas ingevoerd door de Ba'ath-partij.

'Eens waren de vrouwen van Irak vrij en goed opgeleid, vooral tijdens de monarchie en tot het einde van de jaren zestig. Irak had de eerste vrouwelijke rechter en de eerste vrouwelijke minister van de Arabische wereld. Nu, na 35 jaar onder de Ba'ath-partij, willen we die positie terug. We zijn terug, en hoe', bezweert Mou'min.

Maar voor duizenden vrouwen overal in het land, die hun handen vol hebben aan de zorg voor eer-ste levensbehoeften als voedsel en gezondheid, hebben vrouwenrechten en vrouwenacties geen prioriteit. Lina Abboud, een 28-jarige gynaecologe met een eigen praktijk in een conservatieve achterbuurt van Bagdad, komt elke dag tientallen van dat soort vrouwen tegen.

'Op het platteland hebben vrouwen niet het recht nee te zeggen. Soms worden ze nog slechter behandeld dan beesten. Ze hebben nooit iets geleerd over hun eigen gezondheid of die van hun kinderen', zegt Abboud, een opvallend lange vrouw in een zakelijk mantelpak met lange rok. De groeiende invloed van de islamisten ziet ze als een tijdelijk verschijnsel.

'Volgens mij is het niet zo moeilijk met ze om te gaan, want ik ben een vrouw en ik werk in een arme wijk waar veel islamisten wonen, maar ze zijn niet tegen mij – ze zeggen alleen dat ik een sluier behoor te dragen. Irak is een open land. We zijn hier niet alleen met moslims, er zijn ook christenen en andere gelovigen. We zijn niet zoals Afghanistan of Iran.'

Vandaar dat Myriam Shamel, een 23-jarige christen, weigert haar land te verlaten, zelfs als ze op straat beledigingen naar haar hoofd krijgt omdat ze strakke spijkerbroeken en T-shirts draagt.

Vóór de oorlog mocht Shamel, een fanatiek basketbalster, van haar ouders nooit ' s avonds over straat uit angst dat ze zou worden opgepikt door machtige leden van het regime, met name Saddams zoon Uday en zijn gevolg. 'Bepaalde figuren bij de inlichtingendiensten of uit de familiekring van Saddam zouden je misschien zien lopen en ineens denken: ”Dat meisje wil ik wel”. En dan gebeurde dat', vertelt Shamel.

'Om je de waarheid te zeggen: vroeger was het niet veilig en nu nog steeds niet. Maar de oorlog en de val van het regime hebben ons in elk geval een kans geboden: nu kunnen we tenminste vechten voor onze rechten. En we zullen wel moeten vechten, want niemand zal naar ons toe komen en zeggen: kijk eens, hier zijn jullie rechten. Je krijgt niets cadeau', zegt Shamel.

Te midden van de chaos, dood en verderf, de puinhopen en het gebrek aan veiligheid in het huidige Irak wordt een boodschap van hoop uitgedragen door de vrouwen van het land – een inspirerend, energiek en moedig gezelschap.

'Als hoger opgeleide vrouwen hebben wij de taak andere vrouwen te leren wat hun rechten zijn en te wijzen op hun rol in de samenleving', zegt gynaecologe Abboud. 'Daar is tijd voor nodig, maar we hebben nu in elk geval hoop, want Saddam is weg en nu zal alles wel goedkomen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.