The Big Picture Rob Vreeken

De vrouwen in Afghanistan hebben alle reden een terugkeer van de Taliban te vrezen

Het vredesoverleg tussen de Taliban en de Verenigde Staten wordt namens de Taliban gevoerd door een oude bekende, die Rob Vreeken in 1996 ontmoette.

In Doha, Qatar, is het vredesoverleg hervat tussen de Taliban en de Verenigde Staten. De delegatie van de Taliban, lees ik, wordt geleid door Shir Mohammed Stanikzai.

Hé, Stanikzai! Een oude bekende. In gedachten ga ik terug naar Kabul, eind september 1996. De Taliban hebben in het weekend de stad in handen gekregen. Opgetogen rijden ze rond in hun jeeps, kalasjnikovs in de hand. Bang hoef ik niet te zijn, want de Taliban staan nog niet op vijandige voet met het Westen.

Wie zijn de Taliban? Wat willen ze? Niemand die het precies weet. Vanuit het niets hebben ze in korte tijd het zuidelijke platteland veroverd, en nu van de ene dag op de andere Kabul.

Op dinsdag bericht: morgen persconferentie op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een buitenkansje! Voor het eerst zou de internationale pers oog in oog komen met een leider van de geheimzinnige beweging.

Een ambtenaar van het ministerie sprak ons, verslaggevers, de volgende ochtend toe. ‘Onderminister Stanikzai komt zo dadelijk binnen, maar let op: de vrouwelijke journalisten mogen geen vragen stellen.’ O. Wat moesten wij – acht mannen en twee vrouwen – doen? Uit protest opstappen? Ben je mal, zeiden de vrouwelijke collega’s, dit is een historisch moment, gewoon blijven zitten.

Dus daar kwam Stanikzai, een forse, jonge man met een zwarte tulband en een volle zwarte baard. Na de moeizame vertaling van zijn antwoorden door de ambtenaar tien minuten met geërgerde blik te hebben aangehoord, stapte hij plotseling van Pashtun over op perfect Engels. Voor de Nederlandse verslaggeefster Antoinette de Jong het ­moment om toch haar vraag, dé vraag, te stellen: wat gaat er straks gebeuren met de vrouwen van ­Kabul?

Stanikzai schrok, vermande zich en gaf Antoinette antwoord, de blik strak gericht op John F. Burns van The New York Times. ‘Maakt u zich geen zorgen’, zei hij. ‘Als we de veiligheid hebben hersteld, kunnen meisjes gewoon naar school. En de gezichtsbedekkende boerka, dat zal wel loslopen.’

Nou, van die woorden is, moeten we 23 jaar later vaststellen, mooi niets terechtgekomen. De vrouwen in Afghanistan hebben alle reden een terugkeer van de Taliban – en van de inmiddels grijs ­bebaarde Shir Mohammed Stanikzai – te vrezen.

Gaan de Amerikanen daar iets aan doen, in Doha? Volstrekt niet. De VS willen, terwijl ze de aftocht blazen, slechts de garantie dat de Taliban straks Al Qaida en Islamitische Staat de deur wijzen. Vrouwenrechten, de grondwet en democratisch bestuur: dat wordt allemaal over de heg gekieperd voor de ­Afghanen, die het onderling maar moeten regelen.

Wat, à propos, misschien niet eens zo’n gekke ­gedachte is. De bemoeienis van het Westen met ­Afghanistan is, laten we zeggen, geen doorslaand succes geweest. Met name de acties van het Amerikaanse ­leger hebben meer extremisten gecreëerd dan uitgeschakeld. ‘We planten het zaad van onze ­eigen ondergang’, zei bevelhebber generaal Stanley McChrystal in 2009. ‘Voor elke twee Taliban die we doden, krijgen we er twintig terug.’

Shir Mohammed Stanikzai (midden) onderhandelt ­namens de Taliban met de Verenigde Staten over vrede. Beeld TASS

Zal het vredesoverleg tussen de Taliban en de ­Afghaanse regering, mocht dat straks inderdaad ­beginnen, ergens toe leiden? Ik ben bang van niet. De Taliban willen best met anderen samenwerken, maar alleen op hun eigen voorwaarden. Dat zijn er drie. 1) Sharia. 2) Sharia. 3) Sharia. Stanikzai liet daar afgelopen november in Moskou weinig twijfel over bestaan. Ik kan me niet voorstellen dat president Ashraf Ghani een toverformule vindt om akkoord te kunnen gaan met de vestiging van een soort kalifaat.

Dat zou betekenen dat Afghanistan een volgende, uitzichtloze ronde van oorlogsgeweld te wachten staat, met ongewisse uitkomst. Het aantal burgerdoden zal opnieuw toenemen, en zoals altijd in ­humanitaire crises moeten vooral vrouwen en kinderen het ontgelden. En steeds luider zal in Europa en de VS de roep klinken: waarom grijpt het Westen niet in?

Rob Vreeken en Arie Elshout becommentariëren beurtelings het buitenlandse nieuws

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.