De vrouwelijke eigenschappen

In het district kom je ze met enige regelmaat tegen, in bondscompetities zijn deze combinaties zeldzamer en op topniveau zelfs schaars....

In 'Why Women Lose at Bridge' door Joyce Nicholson (Aus) beschrijft zij de volgens haar te geringe agressiviteit, competitiviteit en concentratievermogen van vrouwen. Vrouwen denken onlogisch, zijn te emotioneel en te gedisciplineerd. Daarbij missen zij ervaring. Mannen zijn mathematisch ingesteld en hebben flair. Dit boekje staat vol met enquêtes en tabellen; helaas ontbreekt spelmateriaal. Danny Roth (VS) is in 'Why Women Win at Bridge' een compleet andere mening toegedaan. Hij ziet bridgende vrouwen als onzelfzuchtig en opofferingsgezind. Zij geven in zijn - mannelijke - ogen juist blijk van grote sportiviteit, zijn creatief en inventief. Daarbij hebben vrouwen geen last van de macho-instelling die mannen danig parten kan spelen. Roth voorspelt dat de vrouw de man snel inhaalt en spoedig even succesvol zal zijn. Met veertig fraaie spellen met een vrouw in een heldenrol als leider of tegenspeelster illustreert de auteur zijn stelling.

Juist door de voortdurende invallen van feminiene signatuur is een toernooi voor gemengde paren een boeiende gebeurtenis. Met de vrouw in de hoofdrol is er volop actie en beweging aan tafel. Misschien glijdt zij wel eens lelijk uit, op beslissende momenten neemt zij het heft in handen en deelt al dan niet doeltreffende slagen uit. De man heeft in het mixed partnership veelal een controlerende taak. Hij ruimt obstakels uit de weg en veegt kleine kruimels op.

Het kampioenschap voor gemengde paren 2001 werd een prooi voor Martine Verbeek en Ron Pannebakker, die openhartig zijn partner in het zonnetje zette: 'Martine is frequent ondernemend, met soms ietwat doldrieste acties. De spetters vliegen er dikwijls vanaf. Maar zij slaagt er op een technisch verantwoorde manier uitstekend in ernstige ongelukken te vermijden. Zij kent de speelfiguren goed. Indien de tegenpartij een steek laat vallen, profiteert zij onmiddellijk.'

Uit voorrondes in heel Nederland plaatsten 112 paren zich voor de halve finale. De helft ging door naar de eindstrijd. Bij deze schifting viel een handvol bekende slachtoffers. Onder hen Louk Verhees en Truus van der Spek, in 1996 kampioen. Verhees schreef voor honderd procent de schuld van de ramp in diagram 1 op eigen conto.

Zie diagram 1

west noord oost zuid

-- -- -- 2SA

pas 3* dbl 3SA

pas pas pas --

Verhees doubleerde als oost de 3*-transfer voor de uitkomst. De man op de zuidplaats meende met 3SA een grote schoppenaansluiting aan te geven, maar de vrouwelijke noord zag dit juist, een volstrekt begrijpelijke gedachte, als een voorstel voor de manche in sans atout.

West, van der Spek, kwam trouw aan het uitkomstdoublet van haar partner uit met *10, *5, *2 en *H. De leider speelde vijf keer schoppen, waarop west na twee keer bekennen een aanmoedigende *3 bijspeelde, gevolgd door *9 en een klaveren. Oost bekende ook twee keer op schoppen en gooide twee harten en *2 af. Dit laatste bleek een kostbare fout. De leider incasseerde *A, *AHV en ging met een kleine klaveren naar oost van slag die van *A af moest spelen zodat *V de elfde slag werd, en zuid met +660 net alle scores van +650 in 4* versloeg. Verhees mismoedig: 'Eerst houd ik met mijn doublet op 3* mijn partner af van de betere ruitenuitkomst, en vervolgens zet ik ten onrechte *V sec zodat ik mij laat ingooien.'

In diagram 2 waren logica, intuïtie en een avontuurlijke geest de ingrediënten voor een lucratieve onderneming.

Zie diagram 2

west noord oost zuid

1* 2SA 3* 3*

3SA 4* pas pas

pas -- -- --

De vrouwelijke noord gaf met 2SA een tweekleurenspel in beide rode kleuren aan. Zij geloofde wel dat oost-west in klaveren en schoppen voldoende slagen hadden voor 3SA en besloot met 4* tegen de manche te redden. Intuïtie of logica? In elk geval juist.

West kwam uit met *A en vervolgde schoppen voor het aas van oost die troef inspeelde voor *A van zuid. Harten naar het aas, een harten getroefd, klaveren getroefd, harten getroefd, schoppen getroefd en harten getroefd. Met een klaverintroever naar de dummy voor de vrije hartenslag. West maakte alleen een troefslag.

Hoezo redbod, 4* gewoon gemaakt! En dat was moeilijk te verkroppen voor west die nochtans met een logische gedachtengang de score aanzienlijk kon verbeteren. De vijf-vijf of zes-vijf verdeling in harten en ruiten van noord was bekend. Meer dan twee, heel misschien drie, slagen in schoppen en klaveren maken oost-west niet. West heeft een vaste troefslag, de laatste mogelijkheid in het tegenspel is een hartenslag. Indien de harten bij noord-zuid vijf-twee zitten, en oost heeft *V dan komt die slag vanzelf. Hebben noord-zuid daarentegen een vijf-één fit in harten dan kan zuid de harten van de dummy vrijtroeven. Om dat te voorkomen is het vereist dat west in de eerste slag *H op tafel legt. De leider wint *A, kan *A spelen en een harten troeven maar moet dan naar de dummy oversteken voor volgende introevers. In zowel schoppen als klaveren komt west aan slag en haalt bij zuid met *V een troef weg en verijdelt zo een derde hartenintroever. Dit is goed voor één down (+100), zelfs + 200 in het geval van een doublet, en een forse verbetering ten opzichte van de hatelijke -130.

De kampioenen lieten zich in diagram 3 het beleg niet van het brood eten.

Zie diagram 3

west noord oost zuid

-- -- 1* 2*

2* pas pas 3*

pas pas dbl pas

pas pas -- --

Na een rustig begin drong zuid, met geen onaardige hand, met 3* verder aan in het deelscoregevecht. Oost, Verbeek, was duidelijk van mening dat oost-west een 2*-contract gingen maken. En dat betekent +110 en maakt het noodzakelijk tegen 3* daadkrachtig op te treden. Aan één down en +100 heb je niets, de magische strijd om het verschil van tien punten. De verdedigende waarde van de oosthand is hoog: *A, *H en *AV, al zit *V dan wel voor de klaveren van zuid. De onzekere factor is de westhand. Veel schoppenhonneurs, bijvoorbeeld *HV in west, zijn nutteloos bij het tegenspel van 3*. In dit geval was west, Pannebakker, met *H en *A vanzelfsprekend uitermate tevreden met het doublet van zijn partner.

Na een schoppenuitkomst voor het aas kon de leider wel de kleine schoppen uit zuid in de dummy troeven maar maakte oost altijd een tweede troefslag, met *AH en *A goed voor +200, de kiss of death, en de top over de zaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden