'De vrijheid die ik nu heb, geef ik niet snel meer uit handen'

Erwin Rouwenhorst (38) was: fiscaal wetgevingsjurist is: eigenaar Italiaanse aardewerkwinkel..

Mathilde Sanders

'Toen ik belastingrecht studeerde, deed ik ooit mondeling tentamen bij een professor thuis. Aan het einde zei hij met zijn bulderstem: 'Meneer Rouwenhorst, het is allemaal wel goed, maar het leeft niet. Dat had ik vroeger ook, maar als u eenmaal in de praktijk werkt, komt het wel.' Achteraf besef ik dat zijn voorspelling nooit is uitgekomen. Het belastingvak bleef altijd techniek, die nooit voor me is gaan leven.

Het idee dat ik iets anders wilde doen, spookte jarenlang vaag in mijn achterhoofd. Van huis uit was ik een eigen zaak gewend. Mijn vader had een eigen loodgietersbedrijf en later een isolatiebedrijf. Dat was iets dat het hele gezin voortdurend bezig hield. Ik wilde ook werk dat niet ophoudt zodra je om zes uur naar huis gaat. Dat ontbrak bij mijn baan op het ministerie van Financiën. Werk en privéleven waren daar zeer gescheiden.

Ik deed mijn werk bij het ministerie niet met hart en ziel. Na tien jaar was de spanning weg. De eerste vier jaar zat ik bij de directie algemene fiscale politiek. Ik moest de staatssecretaris ondersteunen bij de verdediging van wetsvoorstellen in het parlement. Daarna heb ik een tijdje bij de belastingdienst gezeten als inspecteur. Dat vond ik vreselijk. Ik maakte voor het eerst kennis met de ambtenarencultuur. Alles ging heel strikt volgens de regels en voor alles was een formuliertje. Dat beviel me helemaal niet.

Toen ben ik bij de inlichtingendienst van de FIOD gaan werken. Dat heb ik twee jaar met veel plezier gedaan. Vervolgens belandde ik op een wetgevende directie bij een ministerie. Dat was echt technisch werk: wetten schrijven over loonbelasting. De ergernissen begonnen daar op te duiken. Ik kon niet doen wat mij het beste leek, maar moest doen wat de politiek wenste.

Sommige grote bedrijven hebben zo'n grote vinger in de pap, dat ze een wetsvoorstel in een bepaalde richting kunnen duwen. Daar kon ik me niet altijd in vinden. Het hoge tempo dat de politiek dicteert, beviel me evenmin. Alles moet snel, snel, snel, waardoor er te weinig tijd was voor verdieping. Ik had niet het idee dat ik de dingen zelf in handen had.

Daarop heb ik besloten vier dagen in de week te gaan werken. Maar naa een paar maanden vond ik die vrije dag saai worden. Ik begon me af te vragen wat ik nou eigenlijk wilde gaan doen. Ik kreeg het idee dat het iets met een winkel moest zijn: iets mediterraans met eten en aardewerk. Dat vertelde ik aan mijn huidige collega Jacqueline, die bij een levensmiddelen-exporteur werkte waar ze Italiaanse contacten onderhield. Zij zei: ''Ik loop al jaren met een leuke Italiaanse winkel in mijn hoofd''. Waarop ik voorstelde: ''Zullen we samen kijken of we daar wat van kunnen maken?''

Op dat moment werd het concreter. Niet veel later ging ik een maand naar Italië, op zoek naar aardewerk. Op het eiland Ischia, voor de kust van Napels, zag ik een winkel van de keten Mamma Ro. Die is opgezet door drie Italiaanse broers die pottenbakkers zijn. In 1985 openden ze hun eerste winkel en daarna ontwikkelden ze een formule. In Italië zijn er inmiddels veertig winkels en in Nederland alleen de mijne. Het ging mij om de alleenrechten van die winkel. Een winkel is wel leuk, maar ik weet zeker dat ik daar op een gegeven moment op uitgekeken zou raken. Er moet een grotere uitdaging achter zitten. Mijn droom is om door het land een stuk of tien Mamma Ro winkels te hebben.

Het is een genot om in deze stijlvolle winkel te staan. Ik verkoop alleen handgemaakte en natuurlijke producten en leg graag uit wat er zo bijzonder aan is. Geen twee potten zijn hetzelfde en dat is juist de charme ervan. Ik mis het soms dat ik niet meer met collegas kan afspreken om na het werk een biertje te drinken. Het contact met klanten blijft wat oppervlakkiger. Maar het werk zelf heb ik nooit gemist. Ik heb geen moment spijt gehad van mijn keuze.

Ik zocht meer eigen verantwoordelijkheid, maar als je die eenmaal hebt, is het even wennen. Als intellectueel probeer ik alles te doorgronden, maar voor de winkel moet ik dingen soms op intuïtie doen. Ik krijg ondersteuning vanuit Italië en dat is fijn omdat ik totaal geen winkelervaring had. Het eerste halfjaar kwam de winkel moeizaam op gang. Nu loopt het behoorlijk, maar nog niet zoals in het ondernemingsplan was voorzien.

Bij het ministerie leerde ik een heleboel, waarvan ik nu ook plezier heb. Ik wist, bijvoorbeeld, dat er allerlei facilteiten zijn voor beginnende ondernemers. Als je daarvan optimaal gebruik maakt, kun je alle verliezen uit de eerst jaren verrekenen. De eerste twee jaar hebben we kunnen leven van het belastinggeld dat we terugkregen voor de verliezen die we leden.

Mijn vriendin, die een fulltime baan heeft bij KPN en die waarschijnlijk ook behoudt, krijgt een salaris waarvan we met zijn tweeën kunnen leven. Ze vond het aanvankelijk een beetje een angstig avontuur. Vooral omdat het mijn leven zo'n draai gaf. De eerste jaren werd ik er echt door opgeslokt. Het kostte me twee jaar om een nieuw levensritme te vinden. Ik moet, bijvoorbeeld, op zaterdag in de winkel werken. Voor mijn vriendin, die alleen in het weekend vrij is, was dat niet zo leuk.

Ze had ook grote aarzelingen over wat er financieel zou gebeuren. Ze kent het soort leven niet van huis uit. Inmiddels is ze helemaal overtuigd dat dit de juiste stap was. Bij noodgevallen springt ze op zaterdag wel eens bij in de winkel en ze helpt vaak met de etalage. Soms lijkt het alsof haar baan niet meer bestaat, omdat vrienden en bekenden alleen nog maar over de winkel willen praten.

Bijna iedereen in mijn omgeving was heel enthousiast over deze wending. Ook mijn bazen. Een jaar voordat ik ontslag nam, vertelde ik ze waarmee ik bezig was. Ik kon het niet voor me houden en wilde dat ze wisten waar ze aan toe waren. Zo bouwde ik ook de druk op. Als je het aan veel mensen vertelt moet je het ook doorzetten.

Voor mijn familie was mijn besluit een volledige verrassing. Mijn vader en broer, die samen in het familiebedrijf werken, zagen in mij nou niet echt de ondernemer in de familie. Ik was afgedwaald in de ambtenarij. Ik was de eerste in de familie die ging studeren en die zo'n soort baan terecht kwam. Dat was heel anders dan ze gewend waren.

Ik kan niet garanderen dat dit tot mijn pensioen mijn winkel blijft. Maar dat ik voor mezelf wil blijven werken staat wel vast. De vrijheid die ik nu heb verworven zal ik niet snel meer uit handen geven.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden