Reportage Vrije school

De vrije school bestaat honderd jaar en trekt steeds meer leerlingen: ‘Hier leren ze meer dan alleen leren’

Met een sprong over het Sint Jansvuur, een vreugdevuur, laten de zesdeklassers van de vrije basisschool Tiliander uit Tilburg hun basisschooltijd symbolisch ­achter zich. Beeld Marcel van den Bergh

Het vrijeschoolonderwijs bestaat honderd jaar. Terwijl landelijk het aantal basisschoolleerlingen afneemt, schieten op de vrije scholen de aantallen juist omhoog. De inspectie heeft zo haar bedenkingen bij de groei. Wat maakt de onderwijsvisie van antroposoof Rudolph Steiner vandaag de dag zo populair?

De ondergaande zon geeft de spelende kinderen van basisschool Tiliander langgerekte schaduwen. Over het veld in Haaren trekt de geur van brandend hout, als voorbode voor het hoogtepunt van dit Sint Jansfeest: een heuse sprong over het kampvuur. Verderop staan tussen de wuivende grashalmen zes jutezakken met joelende kinderen erin klaar voor een race met andere sprongen.

Een vader roept enthousiast: ‘Drie, twee, één, ja!’ De kinderen stuiteren ervandoor.

Aan de rand van het veld zitten op picknickkleedjes de overige ouders. Ze slaan het hoepel lopen, zandzakjes gooien en touwtrekken van een afstand gade. Sommigen dragen kransen van groen blad en wilde bloemen in het haar.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Basisschool Tiliander uit Tilburg is een van de 87 vrije basisscholen in ­Nederland. De laatste vijf jaar steeg het aantal leerlingen daarop met 25,5 procent tot meer dan 17 duizend, blijkt uit cijfers van de Vereniging van Vrijescholen, de belangenbehartiger van het vrijeschoolonderwijs. De Tiliander ging van 215 naar 275 leerlingen, een stijging van 27,9 procent.

De stijging is opvallend nu de leerlingenaantallen in het primair onderwijs al jaren teruglopen. Waarom is de vrije school – honderd jaar nadat de grondlegger van de antroposofie Rudolph Steiner in Stuttgart de eerste had opgericht – zo’n populaire keuze onder ouders?

Preciezer geformuleerd: hoogopgeleide ouders. De onderwijsinspectie schrijft in haar jaarlijkse verslag De Staat van het Onderwijs dat ‘leerlingen van montessori-, jenaplan- en vrije­scholen gemiddeld hoger opgeleide ouders hebben dan het landelijke gemiddelde.’ Bovendien hebben leerlingen op vrije scholen minder vaak een niet-westerse migratieachtergrond.

De inspectie heeft zo haar bedenkingen bij de sterke groei. Ze ziet graag dat scholen kinderen klaarstomen voor de arbeidsmarkt en hun de mores van het burgerschap bijbrengen. Onderwijs moet bovendien de ­talenten van alle leerlingen tot bloei laten komen. Vrije scholen zouden hun succes op deze gebieden beter moeten meten. Het probleem: vrije scholen hanteren een andere definitie van onderwijssucces.

Wars van iedere onderwijsdiscussie bouwen de leerlingen uit klas 4 van de Tiliander – oftewel groep 6, vrije scholen beginnen pas bij groep 3 te tellen – vanavond gezamenlijk aan een piramide van bamboestokken en elastiek. Steeds tilt een plukje ouders de stellage op en schuiven de kinderen er een nieuwe laag onder.

’s Ochtends heeft de klas al uitgerekend hoeveel stokken er nodig zouden zijn. Al gauw reikt het bouwwerk een meter of zeven hoog.

In De Staat van het Vrijeschoolonderwijs uit 2018 schreef de Vereniging van Vrijescholen dat door het rendementsdenken belangrijke waarden als menswording en identiteit uit beeld raken. ‘De visie van de vrije school is niet geladen met de ambitie om hoog te scoren op internationale rankings van toetsen, maar komt vanuit de wil de leerlingen voor te bereiden op de wereld van de toekomst.’

Denken, voelen en willen

In Steiners optiek wordt ieder kind gedreven door een wil om te leren, een leerkracht hoeft slechts te begeleiden. Hoe hij dat doet? Om te beginnen heeft hij een klas niet een enkel jaar onder zijn hoede, maar de hele basisschooltijd. ’s Ochtends bij binnenkomst geeft hij ieder kind een hand. Het moet de vertrouwensband tussen leraar en leerling versterken. De lesstof richt zich niet alleen op het denken, maar ook op het voelen en zelfs het willen. Zo is er veel ruimte voor kunstzinnige vakken als handwerken, toneelspelen en muziek maken.

In het Sint Jansfeest komen twee speerpunten van het vrijeschool­onderwijs samen. De wisseling van de seizoenen wordt op de voet gevolgd en er is aandacht voor de christelijke traditie. De naamdag van Johannes de Doper is tegelijkertijd het feest van de zonnewende, het hoogtepunt van de zomer.

En dat vier je buiten, op de langste avond van het jaar. Daarom heeft ­basisschool Tiliander haar school­gebouw in het centrum van Tilburg verlaten – onlangs verbouwd om nog meer leerlingen te kunnen onderwijzen – en is de schoolgemeenschap uitgeweken uit naar een weiland in Haaren, een dorp halverwege tussen Tilburg en Den Bosch.

In een weiland in Haaren vieren leerlingen van de vrije basisschool Tiliander uit Tilburg op de langste avond van het jaar het Sint Jansfeest. Beeld Marcel van den Bergh

Het schemert als om half negen twee leraressen – grijze knot in het haar, wiegend met de heupen – ieder een gitaar tevoorschijn toveren. Op de eerste, voorzichtig gespeelde akkoorden komen even voorzichtig wat jonge kinderen af. Ze kennen de woorden van het lied van buiten.

Zing, zing, ’t is zomer

zingt nu dat alles weer klinkt.

Al gauw draaien drie, vier cirkels van kinderen en ouders hand in hand om de muzikanten heen. In de buitenste cirkel staan ouders te filmen – misschien om zelf niet te hoeven volksdansen.

‘Wij nemen nu een beetje afstand’, bekennen moeder Gaby en vader Christiaan, aan de rand van de groep. Hun zoontje gaat volgend jaar naar het gymnasium. ‘Op een andere school was hij waarschijnlijk hoog­begaafd geweest, maar hier leren ze meer dan alleen leren.’

De rest komt wel, menen ze. ‘Het is fijn dat hij wat langer kind heeft kunnen zijn.’

Ook Norbert en Marije, met hun twee zonen in klas 4 en 2, spreekt de filosofie van de vrije school aan. Hun oudste kampte met een lichte taalachterstand, reden om hem niet twee, maar drie jaar in de kleuterklas te houden. ‘Hier kan dat en wordt het zelfs gestimuleerd. Toen hij eindelijk naar klas 1 ging, was hij met de inzet van logopedie helemaal bij.’

Met hun schoolkeuze gaan vrije­schoolouders tegen de trend in onderwijsland in. Ouders doen de laatste jaren steeds meer om hun kinderen boven aan de onderwijsladder te krijgen. Er is een onderwijscompetitie gaande, met bijles na bijles om Cito-scores op te krikken.

‘Gigantische slag geslagen’

‘Ouders op vrije scholen hebben er daarentegen wel vertrouwen in dat hun kind zijn weg vindt in de samenleving’, zegt Aziza Mayo, die als lector op de Hogeschool Leiden de waarden van het vrijeschoolonderwijs onderzoekt. Omdat harde feiten niet voorhanden zijn, baseert zij zich op de vele, vaak informele gesprekken die ze voor haar werk met vrijeschoolouders voert. ‘Hun thuisomgeving is zo sterk dat er ruimte is om te zeggen: we willen niet alleen dat ons kind zich in de maatschappij kan voegen, maar dat hij echt de ruimte krijgt om zijn eigen weg daarin te gaan, om te ontdekken wat voor hem de juiste manier is om dat te doen.’

De groei van de laatste jaren komt volgens Mayo doordat vrije scholen in de basis verbeterd zijn, waardoor kinderen niet met een taal- of reken­achterstand aan de middelbare school beginnen. ‘Daarin hebben vrije scholen een gigantische slag geslagen. Sinds ze in het onderwijsbestel gekomen zijn, is het reken- en taalonderwijs op orde.’

Op basisschool Tiliander liggen de uitstroomgegevens per niveau in het voortgezet onderwijs de laatste vier jaar dicht bij het landelijk gemiddelde. De volgende generatie zesdeklassers vliegt na de zomer uit. Vanavond laten zij met een sprong over het Sint Jansvuur, een vreugdevuur, hun lagereschooltijd symbolisch ­achter zich. Ook van hun juffrouw ­Mireille nemen ze afscheid. ‘Daarom’, zegt ze, ‘probeer ik met alle kinderen een keer te springen.’

De zingende en dansende kringen hebben rondom het kampvuur plaatsgenomen en klappen en juichen de schoolverlaters toe. Eersteklassertjes staren met ogen vol ontzag naar de flakkerende vlammen. In het gras ligt een verlepte bloemenkrans.

Voor de eerste sprong kijken de zesdeklassers gespannen. Daarna rennen ze uitgelaten terug naar de rij wachtende klasgenoten en springen opnieuw. En opnieuw.

Dan is het tijd. Het vuur wordt gedoofd en de kring gaat uiteen. De zomer is begonnen.

Vrije school in vier feiten

In 1919 richt Rudolph Steiner, grondlegger van de antroposofie, in Stuttgart de eerste vrije school op – vrij van overheidsbemoeienis en invloeden uit het bedrijfsleven. 

De eerste vrije school in Nederland komt in 1923 aan de Columbusstraat in Den Haag. Tien kinderen krijgen les in een woonkamer.

In 2000 verscherpt de onderwijsinspectie haar toezicht op vrije scholen. Vrije scholen, voorheen geleid door ­leraren en ouders, gaan zich op bestuursvlak verenigen. Ze voegen zich in de indeling van zes basisschooljaren met daarna een middelbare schooltijd van maximaal zes jaar.

Nu staan vrije scholen net als alle andere scholen onder toezicht van de onderwijsinspectie. Ondanks de antroposofische grondslag vallen ze in de categorie ‘algemeen bijzondere’ scholen.

In het Sint Jansfeest komen twee speerpunten van het vrijeschool­onderwijs samen. De wisseling van de seizoenen wordt op de voet gevolgd en er is aandacht voor de christelijke traditie. Beeld Marcel van den Bergh

Over vuur springen ter discussie na ongeluk

Iedere zomer vieren vrijescholen het Sint Jansfeest. Traditiegetrouw springen leerlingen, ouders en leraren daarbij aan het eind van de avond over een Sint Jansvuur, een kampvuur, dan teruggebracht tot enkel gloeiende kolen. De sprong symboliseert de start van iets nieuws. Voor de zesdeklassers, oftewel achtstegroepers, is het een afscheid van hun lagereschooltijd.

Bij de Sint Jansviering van de Rudolf Steinerschool in Alkmaar ging het vrijdag 28 juni mis. Volgens lokale media raakte een helpende vader ernstig gewond toen hij de vlammen probeerde op te stoken: een ander gooide brandstof op het vuur, waarbij een jerrycan vlam vatte.

Vorige zomer was er ook al een ongeluk in Zwolle. Toen het Sint Jansvuur van Vrije School Michaël al gedoofd was, waagde nog een leerlinge de sprong. Ze kwam terecht in de gloeiende as en liep tweede- en derde­graads brandwonden op.

Dat nooit meer, dacht de school uit Zwolle. ‘Daarom hebben we dit jaar over een geul met water gesprongen’, zegt bestuurssecretaris Karina Koopman. ‘Eerder op de avond was er wel een klein vuurtje. Daar hebben we met z’n allen omheen gezeten, terwijl een van de leraren een verhaal vertelde.’

Andere vrije scholen in het land vierden het Sint Jansfeest al een week eerder dan de Rudolf Steinerschool. Wanda Kasbergen, met Stichting Pallas ­bestuurder van zeventien vrije basisscholen in Midden- en Zuid-Nederland, reageert geschrokken op het incident. ‘Het is je grootste angst dat er iets misgaat.’

Kasbergen benadrukt dat scholen nu al een strikt protocol volgden: het vuur wordt ingegraven en komt maximaal tot kniehoogte. Twee ouders en een leerkracht houden de wacht. Bovendien zijn steeds voldoende bluswater, een blusdeken en een EHBO-doos aanwezig. Kinderen mogen niet op blote voeten of met synthetische kleding en schoenen over het vuur.

‘Voor volgend jaar heroverwegen we of we wel over een echt vuur willen springen. Over vuur springen is een andere ervaring dan over water. Het liefst willen we de kinderen die ervaring blijven geven, maar het moet wel verantwoord zijn.’

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden