De vrieskist als broedplaats van snowboardtalent

Nederland is een schaatsgrootmacht dankzij kunstijs. De snowboarders bereiken nu de top op kunstsneeuw. De victorie begint op de hellingen van Landgraaf.

Buitenlandse skiërs en snowboarders weten het al jaren: nergens is de sneeuw 's zomers beter dan in Nederland.


Meer dan vijftig landenploegen zijn de afgelopen zomer voor een trainingskamp naar het Limburgse Landgraaf getrokken. Daar is twaalf jaar geleden een overdekte skihal neergezet op een afvalberg van steenkool, een reusachtige vrieskist die het hele jaar is gevuld met kunstsneeuw. De temperatuur schommelt altijd rond de -6 graden.


De sneeuwgarantie is een zegen voor skiërs en snowboarders, ook als ze uit traditionele skilanden als Zweden, Duitsland of Italië komen. In Snowworld, zoals het complex heet, draait de lift van 's ochtends vroeg tot 's avond laat. Mist, regen, dooi kunnen de training niet verknallen, zoals vaak gebeurt op Alpengletsjers.


Zelfs wereldtoppers zoeken Landgraaf op. Tweevoudig olympisch kampioen Maria Riesch, de Duitse skivedette, verkoos de hal in augustus boven de echte sneeuw. Koos Hendriks, de eigenaar van Snowworld, glimt van trots als hij de woorden van haar trainer herhaalt. 'Hij zei: de sneeuw is hier eigenlijk beter dan in de Alpen.'


Hendriks ziet de buitenlandse belangstelling als een erkenning voor zijn werk. Maar hij is vooral trots op het Nederlandse talent dat dankzij zijn overdekte hallen in Landgraaf en Zoetermeer is doorgebroken. Vooral de snowboarders profiteren van de kunsthellingen. In Limburg zijn vijf pistes. Op de langste afdaling (circa 500 meter) wordt elk najaar zelfs een internationale slalomwedstrijd gehouden.


Nicolien Sauerbreij, die vier jaar geleden olympisch goud won, was kind aan huis in Snowworld. Dimi de Jong, een van de medaillekandidaten in Sotsji, was in zijn jeugd dagelijks te vinden in de hal van Zoetermeer. Afgelopen zomer hebben de toppers en talenten dagelijks kunnen trainen op de metershoge schans die in Landgraaf is aangelegd door de Zweedse parcoursontwerper van de olympische freestylebaan.


Hendriks: 'Ik durf te stellen dat Nicolien zonder de faciliteiten die we hier hebben nooit tot goud was gekomen. En Dimi zou ook nooit zijn huidige niveau hebben gehaald.'


De opkomst van Nederlandse snowboarders is ook volgens Bert Romani van de skivereniging niet los te zien van de hallen en andere kunstbanen. Nooit eerder deden er zes sneeuwsporters mee aan de Winterspelen. Hij ziet een parallel met schaatsen. Nederland begon pas uit te blinken op de langebaan na de aanleg van de kunstijsbanen in Amsterdam, Deventer en Heerenveen, vijftig jaar geleden. De schaatsers waren niet langer afhankelijk van koude winters en konden veel meer trainen.


Romani: 'Als je moet wachten tot er ijs ligt, schaats je eens in de zes jaar. Nu kun je elke week naar de ijsbaan. Daardoor krijgt talent een kans. Dat is met skiën en snowboarden net zo.'


Hij schat dat er vijftig skimogelijkheden zijn in Nederland, variërend van simpele roller- en plastic baantjes tot hallen met kunstsneeuw en liften. Hij noemt die infrastructuur van 'onschatbare waarde' voor de ontwikkeling van talent. De drempel om te skiën of snowboarden is veel lager geworden dan vroeger, toen een wintersport gekoppeld was aan een weekje voorjaarsvakantie. Hij denkt dat er in Nederland in het najaar meer mensen op de ski's staan dan in de Alpen.


Volgens Romani zijn de omstandigheden in een hal ideaal om te leren. 'Kinderen wennen aan de kou, ze wennen aan het materiaal, ze wennen aan de juf, ze leren in hun eigen taal. Je leert veel sneller door elke week een uurtje te lessen dan tien uur op één dag tijdens een vakantie. Dat is een enorme belasting.'


Die geleidelijke kennismaking geeft kinderen de kans om plezier te krijgen in skiën of snowboarden. Romani: 'Dat is het belangrijkste. Dan zeggen ze: ik ga na school niet computeren of voetballen op straat, maar ik ga met mijn snowboard naar Snowworld. Ik ga op een schansje oefenen tot ik iets kan laten zien.'


Zo verging het ook Dimi de Jong (19), het talent dat in Sotsji meedoet aan het onderdeel halfpipe. Hij kwam via een neefje terecht in Snowworld in Zoetermeer. Hij vond het zo leuk dat hij veel vaker wilde afdalen en springen dan de vakanties in de Alpen toelieten. 'Vanaf mijn 9de ging ik elke dag. Als ik niet mocht, ging ik huilen', zegt De Jong. Zijn ouders hadden er een dagelijkse autorit van 20 minuten voor over.


Dankzij de vele sneeuwuren schoot de Hagenaar naar de top in de jonge sport. Als 11-jarige kwam hij in het nationale jeugdteam. Drie jaar later zat hij al in de nationale selectie en deed hij mee aan internationale wedstrijden. Op zijn 15de stopte hij met school om zich volledig te kunnen richten op snowboarden. Twee jaar geleden werd hij tweede in het eindklassement van de wereldbeker.


De Jong traint tegenwoordig veel in het buitenland. De Nederlandse hallen zijn te klein voor een halfpipe, een reusachtige sneeuwkuil met ronde bodem en loodrechte wanden waarlangs de snowboarders omlaag en omhoog glijden. De baan is al gauw 150 meter lang, de wanden kunnen 7 meter hoog zijn. Als Landgraaf een halfpipe zou bouwen, zouden de snowboarders tegen het dak aanspringen.


De dichtstbijzijnde halfpipe is in het Zwitserse Saas Fee, op de grens met Italië. In de zomer gaat De Jong soms naar Nieuw-Zeeland om sneeuw te vinden. Hij geniet van de buitenlucht en de sfeer op een winterse piste, maar het kan ook frustrerend zijn. 'Soms ga je een maand naar het buitenland en kun je drie weken niet trainen vanwege het slechte weer. In Snowworld kun je altijd terecht, op welke tijd je maar wilt.'


Hoewel bergen altijd nodig zullen zijn voor competitie, zijn de gecontroleerde omstandigheden van de hal bij uitstek geschikt voor sommige trainingen. Door de afwezigheid van natuurlijke elementen kunnen skiërs en snowboarders goed op hun techniek trainen. De beperkte lengte van de baan maakte het makkelijker om te filmen en de beelden snel te bestuderen.


'Mensen zeg weleens: die hal is zo kort', zegt Romani. 'Natuurlijk is het kort, maar dat betekent ook dat je korter in de lift zit. De verhouding blijft hetzelfde. Bovendien is het zo: hoe beter je skiet, hoe meer je in de lift zit.'


Ook het testen van materiaal kan uitstekend in de hal. De piste kan op verzoek (en tegen betaling) hard, zacht of ijzig worden gemaakt. Dat vergemakkelijkt het testen van de soorten wax, de substantie die het glijden van de ski's en boards bevordert.


'Je hebt hier eigenlijk een veldlaboratorium', zegt Wopke de Vegt, technisch directeur van de skivereniging. 'Geen wind, constante temperatuur. Ze kunnen drie keer per dagen trainen. Dat kan in de bergen nooit.'


Door in het 'veldlab' een reuzeschans aan te leggen, hoopten de skivereniging en sportkoepel NOC*NSF de medaillekansen in Sotsji te vergoten voor de vier Nederlandse snowboarders. Door ernstige blessures hebben De Jong en Cheryl Maas in de zomer minder vaak kunnen trainen dan ze hadden gewenst.


Maar met de investering lieten de bestuurders wel zien dat ze de sneeuwsporten serieus nemen. Zij beseffen dat kunstsneeuw olympisch succes binnen bereik van Nederland brengt. Het nadeel van de afwezige bergen is gewijzigd in het voordeel van permanente sneeuw, waardoor gedreven jonge sporters misschien wel meer trainingsuren op de piste kunnen maken dan tegenstanders uit de klassieke wintersportlanden.


Vooral in het snowboarden telt dat. In deze jonge sport, die de olympische status heeft sinds 1998, is de weg naar de top volgens Bert Romani veel korter dan in het skiën. Er zijn simpelweg minder beoefenaars. Hij schat dat bij een gemiddelde Oostenrijkse skiclub wel dertig jongetjes van 12 dromen van olympisch succes. Bij de snowboardclub zijn er misschien vier.


Dat schept kansen voor Nederlanders. Romani: 'Je hoeft van minder mensen de beste te zijn. Dat scheelt.'


MEDAILLEKANDIDATEN

Nicolien Sauerbreij (34) parallelslalom


Cheryl Maas (29) slopestyle


Dimi de Jong (19) halfpipe

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden