Achtergrond kredietcrisis

De vraag is niet of de crisis zich zal herhalen, maar wanneer en hoe: een reis langs de zes breukvlakken van de wereldeconomie

Tien jaar geleden bracht de val van Lehman Brothers het kapitalisme aan de rand van de afgrond. De vraag is niet of zoiets weer kan gebeuren, maar wanneer en hoe. Een tocht langs de zes breukvlakken van de wereldeconomie.

Lieve lezer, staakt het mopperen: het is feest in de economie. De records sneuvelen als op een editie van de Olympische Spelen met haperende dopingcontrole. De beurs? Die bereikte deze zomer de hoogste stand in zeventien jaar. Huizenprijzen? Terug op het piekniveau van voor de kredietcrisis, met uitschieters in de grote steden. Nederland heeft met een groei van dik 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) het beste jaar in een decennium achter de rug. Zoals dat hoort als er iets te vieren is, vloeit ook de drank rijkelijk. De ingezakte omzet van cafés heeft zich hersteld tot boven het niveau van voor de crisis. Proost!

Waarom het dan toch niet zo voelt? Omdat het fundament onder deze ogenschijnlijke confetti-economie extreem broos is. In 2007 hadden Nederlandse huishoudens voor een kleine 667 miljard euro aan schulden, het overgrote deel hypotheken. Een decennium later is dat aangezwollen tot 765 miljard euro. Ondertussen groeit het inkomen waarmee die schuldenberg ooit moeten worden afgelost amper. Mede door tegenvallende loonstijgingen zijn Nederlandse huishoudens er volgens een Rabobank-analyse sinds 1977 nauwelijks op vooruit gegaan.

Daarmee heeft het huidige Nederlandse economische succes wat weg van een voorbijsnellende bierfiets. Er is geen ontkomen aan het gejoel en gejuich. Maar in plaats van de handjes in de lucht te gooien, zien menig bewoner het hoofdschuddend aan. Zelfs de meest optimistische berichten die in deze krant verschijnen, houden iets ongemakkelijks. Zoals het mooie portret van de jonge dertigers Lucas en Marlous. Dankzij ‘een gigantische klapper op de Amsterdamse woningmarkt’ mogen zij zich sinds kort eigenaar noemen van een uitgestrekt landgoed in het Groene Hart. Of neem TU-student Koen, die elke maand honderden euro’s extra leent tegen een rente van 0 procent. Om te sparen, zei hij – maar anderen gebruiken het ‘gratis geld’ net zo goed om ermee te beleggen, of om het in Bitcoins te stoppen. Extreme huizenprijsstijgingen, schulden maken, speculeren met geleend geld – tja, wat kan er getuige de recente geschiedenis misgaan?

Precies tien jaar geleden viel de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers om. Die gebeurtenis, waarbij het economische systeem volgens betrokkenen op de rand van de afgrond balanceerde, vormt in het publieke geheugen de aftrap van de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Het cliché wil dat er sindsdien niets geleerd is. Dat is niet waar. Banken moeten meer eigen vermogen aanhouden en hebben daarmee extra vet op de botten. Bonussen zijn, in elk geval in Nederland, redelijk aan banden gelegd. Maar in de kern is het systeem niet veranderd. De schuldencrisis is bestreden door nog meer schulden te maken. Daarmee is de vraag niet of het debacle van 2008 zich zal herhalen, maar wanneer – en hoe.

U zegt: paniekzaaierij? Tijd voor een reis langs de zes breukvlakken van de wereldeconomie.

1. Centrale bankiers: van brandweerman tot pyromaan

Beeld Jasper Rietman

De verpersoonlijking van de tragiek van de crisisbestrijder is een kleine, schijnbaar onverstoorbare Italiaan. Toen president Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) in 2012 de euro redde met de belofte ‘alles te doen wat nodig is’, werd hij de hemel in geprezen. Van tovenaar tot Super Mario: geen kwalificatie was te gek. Maar nu kantelt het beeld.

In navolging van de Amerikaanse centrale bank, de Fed, kocht ook de ECB de afgelopen jaren voor meer dan 2.500 miljard euro aan staats- en bedrijfsschulden op. Een van de belangrijkste rentetarieven is negatief gemaakt. Het idee is dat als bedrijven, huishoudens en overheden goedkoper kunnen lenen, zij weer meer geld gaan uitgeven. Door op die manier de crisis te bestrijden, hebben Draghi en zijn internationale collega’s in de woorden van de Duitse socioloog Wolfgang Streeck ‘tijd gekocht’. Maar tegen welke prijs? Aan de vooravond van de crisis stond de wereld voor het astronomische bedrag van 116.000 miljard dollar in het rood. Een decennium later is die schuldenberg van bedrijven, overheden en huishoudens niet verdwenen. Zij is alleen maar kolossaler geworden: dik 164.000 miljard dollar.

Het zou niet voor het eerst in de economische geschiedenis zijn dat de goedbedoelde crisisaanpak van gisteren verantwoordelijk blijkt voor de problemen van morgen. Met dank aan het goedkoopgeldbeleid van de centrale banken. ‘Wereldwijd zijn de schuldniveaus van overheden, bedrijven en huishoudens hoger dan ooit’, waarschuwde directeur Christine Lagarde van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) begin dit jaar. ‘Dat leidt tot financiële kwetsbaarheden.’ In dat geval gaat Draghi, uitgerekend nu zijn dienst als financiële brandweercommandant er volgend jaar op zit, alsnog de geschiedenisboeken in als de grootste pyromaan aller tijden.

2. De spoken uit het zuiden

Beeld Jasper Rietman

‘Een symbolisch punt achter een bestaanscrisis van de eurozone’, zo noemde eurocommissaris Pierre Moscovici vorige maand het einde van het laatste Griekse leningprogramma. Maar de eurocrisis is amper dood verklaard, of zij dreigt enkele honderden kilometers westwaarts alweer op te laaien. ‘Italexit is terug’, constateerde een Italiaanse analist na het aantreden van de nieuwe, eurosceptische regering in mei.

Anders dan Griekenland geldt de Italiaanse economie binnen Europa als too big to save. De staatsschuld behoort met 132 procent van het bbp tot de grootste ter wereld. De Italiaanse banken vormen de zwakste schakel in de Europese financiële sector. Dat moet ook de Nederlandse belastingbetaler zorgen baren. Alleen al de ECB heeft de afgelopen jaren voor 341 miljard euro aan Italiaanse staatsschulden opgekocht. Wie moet er bloeden als die niet worden afbetaald?

Het is te makkelijk om alleen de Italianen de schuld te geven. Vooraanstaande economen als Joseph Stiglitz hebben erop gewezen dat de Europese economieën te verschillend zijn om één monetaire unie te vormen. Met als gevolg dat de euro de onvrede voedt in Zuid- én Noord-Europa. Duitsers en Nederlanders zijn boos als ze de portemonnee moeten trekken, Italianen omdat ze er het afgelopen anderhalve decennium alleen maar armer op zijn geworden. De jeugdwerkloosheid ligt in hun land boven de 30 procent.

Vroeger, in het lire-tijdperk, kon de regering de munt devalueren en zo Italiaanse producten en diensten concurrerender maken. Die weg is afgesloten. Blijft over het Brusselse recept van bezuinigen en hervormen. Zulke impopulaire maatregelen komen niet alleen neer op electorale zelfmoord, ze kunnen op korte termijn ook de economie verstikken, zoals in Griekenland is gebleken. Burgers krijgen minder te besteden, bedrijven zien daardoor hun inkomsten teruglopen en moeten personeel ontslaan.

En als het de komende maanden wonder boven wonder toch allemaal goedkomt met die nieuwe Italiaanse regering? Dan is het, gezien de recente geschiedenis, slechts een kwestie van tijd voordat de volgende crisishaard zich aandient; kandidaten variëren van Griekenland of Portugal tot een van de nieuwe Oost-Europese eurolanden.

3. Chinezen diep in het rood 

Beeld Jasper Rietman

Heel even kon Nederland dit jaar een glimp opvangen van de donkere wolken die boven de Chinese economie hangen. Met dank aan de expansiedrift van ‘chairman Wu’ Xiaohui. De topman van het Anbang-concern is een typisch voorbeeld van het Chinese groeisprookje. Sinds de oprichting in 2004 slokte Anbang, dat ‘brenger van vrede en stabiliteit’ betekent, over de hele wereld bedrijven op. Inclusief de Nederlandse verzekeraar Vivat, opvolger van het genationaliseerde Reaal, met zijn 3,5 miljoen klanten. Groot was dan ook de schrik bij Nederlandse politici en toezichthouders toen Wu’s succesverhaal onlangs gestoeld bleek op torenhoge schulden en financiële goochelarij. Nu zit de voormalige miljardair in de gevangenis. En het Nederlandse Vivat? Dat moet weer op zoek naar een nieuwe eigenaar.

Door de geldkraan wijd open te zetten heeft China de kredietcrisis wonderwel doorstaan. Dankzij dat goedkope kapitaal hebben de Chinezen meer te besteden dan ooit, zijn ze al tien jaar recordhouder ‘voltooide wolkenkrabbers van 200 meter of hoger’ en is hun economie uitgegroeid tot de op een na grootste ter wereld. Maar er zijn ook steden uit de grond gestampt waar geen mens woont, en veel ondernemingen kampen met overcapaciteit. In totaal steekt het Chinese bedrijfsleven nu 15.000 miljard dollar dieper in de schulden dan voor de crisis. De handelsoorlog met de Verenigde Staten komt hier nog eens bovenop. Daarmee is het rode gevaar terug van weggeweest. Niet in de vorm van een agressief, met kernwapens getooid communisme, maar van een explosief risico voor de mondiale groei.

4. Zombiebedrijven

Beeld Jasper Rietman

Hoe licht ontvlambaar de Chinese problemen kunnen zijn, is nu al zichtbaar in andere opkomende economieën. Landen als Turkije en Brazilië dreigen ten prooi te vallen aan een klassieke schuldencrisis. Argentinië heeft zelfs de hulp van het IMF moeten inroepen. Anders dan vroeger zijn overheidsschulden niet het grootste probleem. Het zijn de bedrijven die op zwart zaad zitten. Ook dat is weer een erfenis van de crisis van 2008. Westerse banken en vermogensbeheerders hebben hun, op zoek naar rendement, massaal geld geleend. Dat gebeurde vaak in dollars. Hoe verder de koers van die munt stijgt en hoe meer de rente omhoog gaat, hoe moeilijker het wordt deze schulden terug te betalen.

Economen spreken bezorgd van zombiebedrijven. ‘Was geld lenen niet zo goedkoop geweest, dan zouden zij niet eens genoeg verdienen om de rente te betalen’, zei president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) eerder dit jaar in een interview. Ondanks de extreem lage rente loopt 20 tot 25 procent van de bedrijfsobligaties in landen als Brazilië en India een hoger risico om niet te worden terugbetaald. Stijgt de rente met 2 procent, dan neemt dat toe tot 30 tot 40 procent, rekende McKinsey in juni voor in een rapport.

Van een heel andere categorie zijn de westerse techbedrijven. Deze zomer doorbrak eerst de waarde van Apple en daarna van Amazon de magische grens van 1 biljoen, oftewel 1.000 miljard dollar. In Nederland schitterde betaaldienstverlener Adyen. Op de eerste dag na de beursgang verdubbelde de koers van het aandeel. Maar is dit soort bedrijven echt zoveel waard? Of getuigen de records vooral van opgeblazen aandelenkoersen, op hun beurt weer het gevolg van al het geld dat de centrale banken in de economie hebben gepompt? Zeker bij firma’s die tot op de dag van vandaag geen cent winst hebben gemaakt, zoals het Tesla van entrepreneur en blower Elon Musk, is dat een grote zorg.

5) Amerikaanse studenten: kind van de rekening

Beeld Jasper Rietman

‘Een familielid dat aan de alcohol is, van wie ik vervreemd ben, maar die toch opduikt om leuke gebeurtenissen te verpesten.’ Zo beschrijft H.M. Miller zijn studieschuld van 100 duizend dollar. In een essay in het tijdschrift The Baffler somt de Amerikaanse journalist op hoe zijn ouders tijdens de kredietcrisis hun baan verloren, failliet gingen, zijn moeder borstkanker kreeg, maar hij in 2010 dan toch het felbegeerde universiteitsdiploma verwierf. Het feest was van korte duur. Al gauw ontdekte Miller dat hij nauwelijks genoeg zou verdienen om de rente op zijn studielening te betalen. Laat staan die schuld ooit af te lossen.

Zoals Miller zijn er nog 44 miljoen Amerikanen. De bankencrisis is met dank aan de belastingbetaler bestreden, maar daarvoor in de plaats kampen zij nu met een studieschuldencrisis. Want ook al zijn studenten de afgelopen jaren minder gaan lenen voor hun opleiding, door de rente is hun totale schuld onverstoorbaar uitgedijd tot het recordbedrag van 1.500 miljard dollar.

Daarmee stellen de studieleningen zelfs de creditcards en autokredieten in de schaduw. Het oude schuldrecord, dat dateert van de vooravond van de crisis in 2008, is verbroken. Ondertussen neemt het aantal wanbetalers toe. Lichtpuntje zijn de hypotheken. Die lijken dit keer relatief binnen de perken te blijven – al zijn er ook berichten dat de beruchte rommelhypotheken terug zijn onder een andere naam. In plaats van ‘subprime’, de term die voor de crisis gebruikt werd voor leningen aan huiseigenaren met amper inkomen of vermogen, wordt deze keer geruststellend gesproken van ‘nonprime’-hypotheken.

Minstens zo serieus als de financiële consequenties hiervan kan uiteindelijk het psychologische effect blijken. In Nederland is het afgelopen decennium een generatie groot geworden die niet beter weet dan dat geld lenen nagenoeg gratis is. In het Amerikaanse publieke debat klinkt een heel andere grief. Jongeren die voordat hun leven goed en wel begonnen is geketend zijn door schulden – heeft dat niet iets middeleeuws? ‘Ik mag er dan niet zo uitzien’, schreef student Natalia Antonova al in 2012 provocerend in een opiniestuk in The Guardian, ‘maar ik ben een moderne horige.’

6) In Holland staat een (wankel) huis

Beeld Jasper Rietman

Na alle Italianen, Chinezen en Amerikanen die het voorbije decennium zo onverstandig zijn geweest op de pof te feesten, rest nog één allerlaatste bedrag dat te groot is om te bevatten: 695.000.000.000 euro. Jawel, dat is onze eigen, Nederlandse hypotheekschuld. Alle politieke maatregelen en strengere leennormen om die terug te dringen ten spijt, en ondanks dat veel huizenbezitters het afgelopen decennium hun spaargeld hebben gebruikt om extra af te lossen, ligt dat bedrag alweer ruim 26 miljard euro bóven het niveau van de zomer van 2008.

Op het eerste gezicht heeft het herstel van de huizenmarkt uitsluitend positieve gevolgen. Vorig jaar werden er bijna 242 duizend bestaande woningen verkocht, het hoogste aantal sinds 1995. Ook de huizenprijzen zijn de crisisdip te boven. Met als gevolg dat eigenaren zich rijker voelen en meer geld durven uitgeven. DNB-onderzoekers rekenden uit hoe belangrijk dat is voor de Nederlandse economie. Was het herstel na het dieptepunt in 2013 voorzichtiger geweest, dan zou het bbp  ruim een kwart minder gegroeid zijn.

Maar het omgekeerde geldt ook. Uit onderzoek blijkt dat de harde krimp van de Nederlandse consumentenbestedingen tijdens de crisis voor de helft werd veroorzaakt door de dalende huizenprijzen. Met andere woorden: is de huizenmarkt verkouden, dan snottert de rest van Nederland mee. Zo bezien ligt er een aantal venijnige virussen op de loer. Bovenal de rente. Die is nu met gemiddeld 2,4 procent voor nieuwe hypotheken uitzonderlijk laag. Huishoudens kunnen daardoor goedkoop lenen. Maar zelfs een bescheiden stijging van 1 procent zorgt al voor honderden euro’s extra maandlasten.

Aan de betalingsmoraal van de Nederlander zal het niet liggen. Vooral jongeren lijken eraan gewend dat wonen peperduur is. In een enquête toonden 4 op de 10 zich bereid hier meer dan 40 procent van het netto-inkomen aan op te offeren. Het Europese statistiekbureau Eurostat spreekt bij zo’n percentage van ‘overbelasting’. Voor de banken en andere hypotheekverstrekkers mag dat een fijn idee zijn, voor de Nederlandse economie als geheel is het slecht nieuws. Het zou betekenen dat bij nieuwe tegenslag op de huizenmarkt de rest van de consumptie, en daarmee de economie, verder zal worden afgeknepen.

‘Hebben politici en beleidsmakers geprobeerd om ons terug te brengen naar het verleden, of om een andere toekomst binnen te stappen?’, vroeg commentator Martin Wolf zich begin deze maand af in de Financial Times. ‘Het antwoord is duidelijk: het is het eerste.’ Wolf is een van de velen die de afgelopen weken terugblikte op de crisis van 2008 – en daaruit sombere conclusies trekt. Financiële crises zijn inherent aan het kapitalisme, redeneren zij. Maar het huidige, op schulden gebaseerde groeimodel maakt dat het veel vaker en harder misgaat dan nodig.

Dat werpt een heel andere, misschien wel minstens zo interessante vraag op. Hoe zullen de historici en economen straks, bij de twintigste verjaardag van ‘Lehman Brothers’, op de economie van 2018 terugkijken? Blijft het het langverwachte, jubelende herstel van de crisis waarvoor het nu wordt aangezien? Of zal het slechts een intermezzo blijken? Een korte pauze in wat achteraf bezien één lange recessie was? In dat geval is de kredietcrisis nooit echt opgehouden. We zijn alleen even vergeten dat de toppen waarop we dansen bij een borrelende vulkaan horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.