ANALYSECoronavirus

Dé vraag: hoe erg wordt het met dat coronavirus?

Zombiefilmachtige toestanden in spookstad Wuhan, afgelopen week.Beeld AP

Een besmetting met het coronavirus is aanstaande, gonst door het land. Of niet? Terwijl de ziekenhuizen de borst natmaken, leert het verleden dat het ook best eens kan meevallen.

Het Songfestival is afgezegd. De straten zijn leeg, de ziekenhuizen vol. Hectische toestanden: patiënten op de gangen, noodbedden in sportzalen. Piepend en knarsend komt het openbare leven tot stilstand, als de minuscule virusdeeltjes zich als zand tot in de kleinste radertjes van de maatschappij verspreiden. De uitbraak houdt maanden aan en eist duizenden levens.

Of nee: het Songfestival gaat gewoon door. Eenmaal in Europa blijkt het reuze mee te vallen met dat griezelvirus uit China. Even is er stevige schrik als de eerste patiënten zich aandienen en het virus zich oncontroleerbaar begint te verspreiden. Maar al gauw blijkt dat de ziekte eigenlijk niet veel meer voorstelt dan een flinke griep. Er worden mensen ziek en er gaan ouderen en verzwakten dood – zeker. Maar voor de meeste geïnfecteerden is de Wuhankoorts niet echt te onderscheiden van al die andere anonieme ziektekiemen die nu eenmaal rondgaan, van keel tot keel. Een griepje waarvan je een paar dagen rillend en kuchend in bed ligt met een kop thee op het nachtkastje en de kat op het voeteneinde.

Ziedaar twee mogelijkheden hoe het de komende weken verder gaat, met het nieuwe coronavirus uit Wuhan. De dood of de gladiolen, erop of eronder: het maakt nogal verschil. ‘Het is belangrijk dat we ons voorbereiden op een uitbraak in Nederland. Maar wel in het besef dat het ook kan meevallen’, zoals coronaviroloog Raoul de Groot (Universiteit Utrecht) het dilemma deze week treffend verwoordde. En, raar om te zeggen nu de WHO de medische noodtoestand heeft afgekondigd, maar waar: vooralsnog heeft ‘het kan meevallen’ de beste kaarten.

Op het eerste oog is het nogal iets wat daar op ons afraast. Hier is een ziektekiem die al tienduizend mensen infecteerde en er ruim tweehonderd doodde. Het Wuhanvirus verspreidt zich sneller dan de longziekte sars destijds: logisch, het vliegverkeer in China is intussen verzesvoudigd. Bovendien is de sprongsgewijze manier van verspreiding een aanwijzing dat het virus kan onderduiken in ogenschijnlijk gezonde mensen. Neem de vier besmettingen in Duitsland: ontstaan door een reiziger die in elk geval nog gezond genoeg was om een cursus te volgen. Zonder ‘substantiële, draconische maatregelen’ lijkt een wereldwijde uitbraak ‘onvermijdelijk’, zei de Hongkongse epidemioloog Gabriel Leung deze week, in zombiefilmachtig jargon.

Massale paniek

Dat is het slechte nieuws. Het goede nieuws is dat het Wuhanvirus zich nog niet goed door de lucht lijkt te verspreiden. Bovendien lijkt het virus niet erg geneigd te muteren tot iets wat beter ‘past’ op een mensenlijf. Alles wekt de indruk van een verdwaald vleermuisvirus dat geschrokken om zich heen kijkt: wat dóé ik hier?

En de doden (2 procent) en ernstig zieken (20 procent) dan? Dat kan gezichtsbedrog zijn, zegt onder meer Jaap van Dissel, het onverstoorbaar kalme hoofd infectieziektenbestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM. Bij de Mexicaanse griep van 2009 repten de eerste rapporten zelfs van een sterfte rond 10 procent: één op de tien gaat dood! Het land raakte in rep en roer, sloeg massaal geneesmiddelen in en probeerde het virus nog in te dammen door de eerste patiënten te isoleren. Toen dat mislukte, bleek de horrorgriep zelfs minder dodelijk dan een doorsnee seizoensgriep (sterftecijfer: ongeveer 0,5 procent). Reden: in Mexico had men alleen de meest zieke patiënten meegeteld, waardoor het sterftepercentage veel hoger uitpakte.

Ook de sterfte aan het Wuhanvirus begint, op de pijnbank van de epidemiologie, al barstjes te vertonen. Laat de provincie Hubei buiten beschouwing, en de sterfte aan de Wuhankoorts blijkt voorlopig nog maar 0,1 procent, een sterfte die lager ligt dan de seizoensgriep. Of kijk naar de inmiddels ongeveer 150 patiënten buiten China. Van hen verkeert er één in zorgwekkende toestand, doden zijn nog niet te betreuren.

Erop of eronder: nog een week of drie, vier en we weten het. Eerst maar eens de eerste ‘introductie’ afwachten, zoals experts dat noemen: de eerste patiënt die de ziekte toevallig meeneemt vanuit het buitenland. Zo’n patiënt wordt dan geïsoleerd, de mensen met wie hij contact had extra in de gaten gehouden. Het is de bedoeling dat het virus dan dooft, zoals je een bosbrand tegenhoudt door wegdwarrelende sintels gauw uit te trappen.

Misschien de meest geduchte tegenstander, zeggen sommige wetenschappers, zijn wijzelf: de mensenkudde, die massaal in paniek raakt als je een handvol levend zand over ze uitstrooit. ‘Ik ben totaal verbijsterd en verbaasd’, zegt hoogleraar besturen van veiligheid Ira Helsloot (Radboud Universiteit), die destijds meeschreef aan de evaluatie van de Mexicaanse griep. ‘De cijfers laten zien dat we hier te maken hebben met iets met het effect van een wat zwaardere griep. Wat maakt dan dat dit zo is geëxplodeerd?’

Coronavirusblog

Wat weten we tot nu toe? Kunnen we nog wel op reis naar China? Hier leest u de nieuwste ontwikkelingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden