Column

Dé vraag: hebben de media Trump groot gemaakt?

Over de symbiose tussen Donald Trump en de pers zijn inmiddels al haast net zoveel publicaties verschenen als over Trumps mars op het Witte Huis. Stukken vol zelfreflectie of spijt - hadden we maar nooit zoveel zendtijd en kolomruimte besteed aan het onweerstaanbare fenomeen - of stukken waarin de stelling wordt betrokken dat de mensen die zo jammeren hun eigen macht niet moet overdrijven. Dat laatste ben ik doorgaans geneigd te geloven; wij van de journalistiek dichten onszelf graag macht toe en we achten onszelf een stuk belangrijker en invloedrijker dan we werkelijk zijn.

Beeld ap

Politico, het multimediale nieuwsmedium met tentakels in Washington en in Brussel, wijdt zijn jongste Magazine geheel aan de beantwoording van de vraag die maar blijft opduiken: hebben de media Trump groot gemaakt?

Het is de antithese van de vertwijfelde vraag die Nederlandse journalisten elkaar stelden na de dood van Pim Fortuyn. Toen zouden wij van de media juist veel te lullig en te minnetjes en te wegwuiverig en te haatdragend hebben gedaan over het fenomeen Pim - al zou je ook de stelling kunnen verdedigen dat Fortuyn dankzij een jarenlange wekelijkse column in een veelgelezen, gerespecteerd magazine over een schitterend mediaplatform beschikte waarop hij zijn maatschappijvisie overtuigend heeft kunnen etaleren.

Over Trump zal straks in elk geval nooit gezegd kunnen worden dat hij is genegeerd. Het fraaiste stuk uit Politico Magazine is van Susan Mulcahy, die jarenlang werkte voor The New York Post, een dagblad met een hang naar schandaaltjes en roddel. Mulcahy beschrijft in een fascinerend stuk hoe Page Six, de roddelsectie van The New York Post waarvoor zij werkte en die niet noodzakelijkerwijs op pagina 6 te vinden is, in de jaren tachtig van de vorige eeuw niet zonder Donald Trump kon en hoe Donald Trump niet zonder Page Six kon. Trump was in die jaren een van de grote vastgoedmannen in New York. Haar eerste zin mag er zijn: 'I have a confession to make, and please don't shoot when you hear it: I helped make the myth of Donald Trump. And for that, I am very, very sorry.'

Of Trump zonder het altaar dat The New York Post voor hem heeft gebouwd nooit de politiek in zou zijn gegaan, is een stelling die zich onmogelijk laat bewijzen, maar Mulcahy schrijft het overtuigend op. Met zijn jacht, zijn partijtjes, zijn huizen, zijn vrouw, zijn vastgoedprojecten die steevast werden gepresenteerd als 'de grootste, de langste, de dikste, de duurste', was hij onweerstaanbaar voor de roddelpers. 'We zagen het toen niet, maar artikeltje na artikeltje maakten we van hem een New Yorks icoon.'

Toen al toonde hij zich een dwangmatig leugenaar; de factcheckers van de krant checkten zich suf. Hij loog ook over triviale zaken, schrijft Mulcahy. 'Als Trump 'goedemorgen' zei, kon je er vergif op innemen dat het vijf uur 's middags was.'

Waarom ze dan toch zoveel over hem schreef? Omdat hij als projectontwikkelaar in de grote stad betekenisvol en machtig was. Dat waren de andere projectontwikkelaars ook, maar Trump was het verleidelijkst, het ordinairst, het meest ongepolijst. Zijn luidruchtigheid was zijn nieuwswaarde.

De grote bekken die royaal het podium krijgen, terwijl degenen die het podium verschaffen zelf ook vinden dat zulks eigenlijk overdreven is, maar zich toch laten meeslepen: het is van alle tijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden