De vorstin en het vluchtige volk

In de dertig jaar dat Beatrix koningin is, is het populisme in Nederland een belangrijke stroming geworden. En voor de populistische partijen is de monarchie allang niet meer heilig; voor een aantal andere partijen trouwens ook niet....

De eerste keer dat een vertegenwoordiger van een populistische partij voet zette in Paleis Noordeinde in Den Haag, was in 2002. Het was Mat Herben, fractievoorzitter van de 26 Kamerleden tellende LPF, de partij van de zojuist vermoorde Pim Fortuyn. ‘Er zat, toen ik het paleis binnenkwam, flinke spanning op mijn gesprek met koningin Beatrix’, zegt Herben.

De verkiezingen van 15 mei 2002 hadden een politieke aardschok gebracht ten faveure van de populistische LPF. Natuurlijk, Beatrix had ooit de Centrum-Democraat Hans Janmaat voorbij zien komen, en toenmalig SP-leider Jan Marijnissen met een rookworst, en D66’ers die het ceremoniële koningschap propageerden, maar dit was andere koek.

‘De koningin keek me aan met een blik van: wat doet die verderfelijke revolutionair hier in mijn paleis? Maar we hadden een half uurtje en het liep uit naar drie kwartier’, vertelt Herben.

‘Beatrix zei dat ze heel goed begreep wat er in de samenleving speelde, dat ze mensen kende die op wachtlijsten stonden en dat ze wist wat de problemen met veiligheid waren. Op een gegeven moment keek ze naar het plafond, ik dacht om een vraag te formuleren. Maar ik realiseerde me dat ze zich verzette tegen het gevoel dat ze me aardig begon te vinden. Ze keek weg en op het slot was er weer een afstandelijke bejegening.’

Enkele maanden later verscheen het eerste kabinet-Balkenende met de LPF-bewindslieden op het bordes naast koningin Beatrix. Toen was de schrik omgezet in een zekere acceptatie. De net geïnstalleerde minister voor Vreemdelingenzaken, Hilbrand Nawijn, stond kort na de beëdiging op het paleis apart met de LPF-ministers en staatssecretarissen. Nawijn: ‘Ze liep op ons toe om een praatje te maken en deed heel gewoon. Het paleis was net verbouwd, ze had het over de inrichting. Ze was geschrokken, zoals velen in die roerige tijd. En de LPF was heel wat anders, maar ze liet het niet merken.’

Tegen hoogleraar rechtstheorie Dorien Pessers, die haar in 2005 op televisie interviewde ter gelegenheid van haar 25-jarig regeringsjubileum, liet de koningin wel wat merken. ‘Ja, Nederland is heel erg van mentaliteit veranderd.’

Schrijfster Jutta Chorus komt in het najaar met een boek over Beatrix. Een van haar bevindingen: ‘Naarmate het populisme sterker wordt, heeft koningin Beatrix minder grip op haar volk. Ze heeft een paar keer, in varianten, tegen mensen gezegd: ik kan niet veel goed meer doen in dit land.’

Populistische traditie
Henk te Velde, hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden, schrijft in zijn onlangs verschenen boek Van regentenmentaliteit tot populisme dat populisten ‘concurrentie voelen tegenover de monarchie’. Dat is relatief nieuw, licht hij toe; van oudsher waren vorst en volk juist innig met elkaar verbonden. ‘Nederland heeft geen populistische traditie, behalve een: de Oranjetraditie. Gedurende de 19de eeuw, eigenlijk tot aan koningin Wilhelmina, zie je de lijn dat de koning de belichaming is van het volk, in elk geval het protestantse en soms zelfs het socialistische volk. Het parlement, dat waren in hun ogen de elitaire liberalen die de koning dwarszaten.’

Onder het incidentrijke koningschap van Juliana, zegt Te Velde, is de ommekeer gekomen. ‘In haar jaren is duidelijk geworden dat de koning in de eerste plaats is verbonden aan het constitutionele systeem. Onder Beatrix is dat alleen maar sterker geworden: strikt constitutioneel, de rechtsstaat bewakend. Natuurlijk hoeven de Oranjes niet veel te doen om iets los te maken onder de bevolking. Dat potentieel wordt zichtbaar bij een bezoek aan de Bijlmer na de ramp, of met de zucht en de speech op Koninginnedag vorig jaar. Maar er wordt weinig gebruik van gemaakt. Beatrix houdt het verre van zich.’

Hij verwijst naar de gevleugelde uitspraak van Beatrix dat populariteit niet haar inzet is. ‘Populariteit heeft iets vluchtigs, oppervlakkigs, iets tijdelijks’, zei ze tien jaar geleden op televisie tegen Maartje van Weegen.

En, zegt Te Velde, wie de constitutie, de Grondwet bewaakt, heeft per definitie iets anti-populistisch. ‘Bestuurlijke vernieuwing, directe democratie, dat zijn zaken die je als populist op de constitutie moet veroveren. De strijd van D66-leider Alexander Pechtold past in de gevestigde orde, hij wil daarbinnen iets verschuiven. Maar Wilders heeft gelijk dat hij in haar een tegenstander ziet. En voor haar moet dat natuurlijk een schok zijn, partijen die zich tegen haar afzetten.’

Het broeierige klimaat jegens het koningshuis ontstond eind jaren negentig. Begin 2000 kwam Thom de Graaf – op dat moment leider van regeringspartij D66 en vicepremier – met voorstellen om de koningin een andere positie in het bestel te geven: geen rol meer in kabinetsformaties, geen voorzitter meer van de Raad van State, geen lid van de regering. Geen inhoudelijk koningschap dus. Het is een optie waar zowel Beatrix als Willem-Alexander niets in ziet, zo hebben zij publiekelijk gezegd. Maar in het nieuwe verkiezingsprogramma van D66 is het punt weer opgenomen; zelfs de onschendbaarheid van de koning zou moeten worden afgeschaft.

Na de LPF is er nu dan de populistische politicus Geert Wilders, die inmiddels patent heeft op botsingen met de Oranjes. Zijn belangrijkste issue is de veronderstelde islamisering van Nederland. Beatrix en Willem-Alexander reageren op de PVV-leider in openbare uitlatingen, overigens zonder hem bij naam te noemen. Vermoedelijk omdat ze beseffen: onze core business is binden, terwijl de populisten splijten – nog een vorm van concurrentie. Alleen al het jaar 2007 laat drie confrontaties zien tussen het Koninklijk Huis en Wilders.

In april, als hij zijn 40ste verjaardag viert, pakt troonopvolger Willem-Alexander nadrukkelijk de handschoen op in de periode dat Wilders betwist dat de staatssecretarissen Nebahat Albayrak en Ahmed Aboutaleb twee paspoorten hebben. Daarmee trekt hij hun loyaliteit aan de Nederlandse staat in twijfel.

‘Dat baart mij zorgen’, zegt Willem-Alexander in een televisie-interview over de schrille stemmen in het integratiedebat. ‘Want dat zijn mensen die in principe destructief bezig zijn en dat is niet iets waar ik graag voor zou willen staan.’

Later dat jaar, in september, is er de toespraak van prinses Máxima over de niet-bestaande nationale identiteit. Wilders kwalificeert de toespraak als ‘goed bedoelde politiek correcte prietpraat’.

Omgangsvormen
In haar Kersttoespraak aan het eind van dat jaar lijkt Beatrix de PVV-leider aan te pakken. Beatrix geeft een lesje omgangsvormen in de democratie. In een politiek-staatkundige schets legt ze uit dat de macht van de meerderheid traditioneel altijd oog en respect heeft voor minderheden. Een houding van tolerantie komt spanningen en conflicten te boven en dat is historisch gezien de kracht van Nederland gebleken, zo doceert het staatshoofd.

Beatrix in 2007: ‘Vandaag zien we juist een neiging de tegenstellingen te verscherpen. Grofheid in woord en daad tast de verdraagzaamheid aan. Discussies ontaarden in verharde verhoudingen. In zo’n sfeer worden mensen al snel als groep over één kam geschoren en worden vooroordelen als waarheid aangenomen. Daarmee erodeert de gemeenschapszin.’

Wilders laat dat niet op zich zitten. Nog tijdens Kerst haalt hij uit naar Beatrix. Het antwoord op de in zijn ogen koninklijke ontsporingen is dat Beatrix van haar politieke invloed moet worden ontdaan. ‘Ik vind dat zij als een haas de regering moet worden uitgestuurd’, bitst hij.. ‘De naam PVV staat er nog net niet in. Maar het is een politieke toespraak tegen ons, waarin het multiculti-ideaal wordt opgehemeld, door iemand die niet gekozen is en die ik er politiek niet op kan aanspreken.’

De aanvallen van Wilders zijn voor politiek Den Haag ongekend. Ze werden nooit eerder zo openlijk gedaan, anders dan door republikeinen die in de populisten een nieuwe, onverwachte bondgenoot hebben. In Den Haag werd wel besmuikt kritiek geleverd, maar altijd achter de hand. Lang domineerde het idee dat het politieke zelfmoord zou zijn om het Koninklijk Huis te bekritiseren.

De stelling is niet gewaagd dat je er tegenwoordig mee kunt scoren. Want Wilders staat niet alleen: in de aanloop naar de verkiezingen van 9 juni hebben ten minste twee partijen die een aanzienlijke omvang lijken te krijgen, inperking van de koninklijke prerogatieven hoog op hun wensenlijstjes staan: D66 onder aanvoering van Pechtold en de PVV van Wilders. De SP is van oudsher geen orangistische partij en ook Trots op Nederland van Rita Verdonk wil het koningshuis flink beteugelen, net als eerder Pim Fortuyns LPF.

Als de Oranjes net zo onhandig blijven opereren als ze de afgelopen tijd hebben gedaan, zouden de verkiezingsprogramma’s wel eens werkelijkheid kunnen worden. Het afgelopen jaar was er kritiek op belastingconstructies voor prinses Christina via paleis Noordeinde, de automatische salarisverhoging in tijden van economische crisis, de onroerendgoed-transacties in Mozambique en Argentinië van prins Willem-Alexander, en de hoge vliegkosten van hem en prinses Máxima. In de Tweede Kamer vielen over een breed front harde woorden.

Het Koninklijk Huis zal het afgelopen jaar met lede ogen hebben aangezien hoe het verworven krediet van 30 april 2009 verdampte. Na de actie van Karst T. in Apeldoorn golfde de sympathie voor de Oranjes door de natie, maar in de maanden daarna volgde de opeenstapeling van kwesties waarover niet alleen populisten hun mond opendeden.

Tijdens de Algemene Beschouwingen opperden de regeringspartij PvdA én GroenLinks, D66, PVV en SP dat de koningin, Willem-Alexander en Máxima hun loonsverhoging maar eens moesten inleveren, een jaar nadat diezelfde Kamer akkoord was gegaan met jaarlijkse indexering van de uitkeringen. De combinatie van affaires had een politieke atmosfeer van ergernis jegens de Oranjes geschapen. Dat raakte de koningin het sterkst als hoofd van het Oranjehuis.

Ronald van Raak, SP-Kamerlid met de portefeuille Koninklijk Huis, signaleert ook dat populisten als Wilders splijten, terwijl de Oranjes proberen te binden. De afgelopen jaren zijn voor hem het beste bewijs dat het anders moet. ‘De monarchie en een democratie, dat werkt alleen als leden van het Koninklijk Huis zich niet in toespraken met de politiek bemoeien. Vooral in gepolariseerde tijden maakt ze dat kwetsbaar.’

Ceremonieel koning
De SP’er vindt dan ook dat een ceremonieel koningschap noodzakelijk en onvermijdelijk is. Hij kijkt naar de afgelopen decennia en constateert dat Nederland het staatshoofd krijgt dat bij de tijdgeest hoort. Juliana als de koningin/moeder, Beatrix als een manager. ‘Willem-Alexander zal dicht bij de mensen moeten staan en toegankelijk moeten zijn. Dat kan heel goed als hij ceremonieel koning is. Geen gedoe, dat is cruciaal.’

Als Van Raak terugkijkt op 30 april in Apeldoorn, is hij zwaar onder de indruk van hoe koningin Beatrix reageerde op de daad van Karst T. ‘Zo’n staatshoofd willen we. Iemand die op het juiste moment verwoordt wat het volk voelt. Niet van: ik eis dit en ik eis dat, zoals met Mozambique en Argentinië. Willem-Alexander moet geen vastgoedkoning worden. Die projecten begrijpt het volk niet.’

Historicus Te Velde signaleert dat de sympathie voor het instituut Koninklijk Huis enigszins vergelijkbaar begint te worden met de sympathie voor een politieke partij: op en af. ‘Het vergt zorgvuldig management om dat in goede banen te leiden, want te veel pieken en dalen, dat past niet bij de monarchie.’

Volgens Te Velde is het voor de Oranjes nu de kunst populisme en constitutie te verbinden. ‘Je terugtrekken op het statelijke bastion van de constitutie is veiliger, want aan volks optreden kleven natuurlijk risico’s. Een casual prins in Oranjesweaters wordt ook niet altijd gewaardeerd. Maar de correctie van de publieke opinie, die vindt dat de monarchie zich te veel verbeeldt, is wel iets om naar te luisteren. De monarchie moet, zoals altijd, de tekenen des tijds ter harte nemen en zichzelf corrigeren.’

Het beste antwoord op de tijdgeest is een generatiewisseling, denkt Te Velde. ‘Dat hoeft niet morgen, maar Willem-Alexander is inmiddels stevig genoeg om zich niet door politici omver te laten blazen. Tegelijkertijd is hij geen bedreiging, waardoor er wat meer ontspanning zal ontstaan. Ook al door zijn eigen optreden. Willem-Alexander en Máxima moeten natuurlijk niet te veel onvoorzichtigheden begaan. Maar bij het zoeken naar de vorm van het koningschap in deze nieuwe tijd lijkt het me goed te beseffen dat het onmogelijk is het iedereen naar de zin te maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden