De voormalige inktkoelies kunnen weinig anders dan het monster dat internet heet omarmen

Beeld de Volkskrant

De hoofdredacteur van Voetbal International is weggestuurd. 'Zijn ambities passen niet langer bij die van VI', stond er in het persbericht. Of de ambities van Christiaan Ruesink groter waren dan die van het blad, of juist andersom, was niet duidelijk. Vermoedelijk was het dan ook meer een vage formulering die de wanhoop moest verhullen die zich meester heeft gemaakt van het ooit zo florerende tijdschrift.

Ik heb herinneringen aan VI die teruggaan tot de eerste helft van de jaren zeventig (van de twintigse eeuw). In die tijd las ik twee weekbladen, VI en Vrij Nederland. Ik had er alle tijd van de wereld voor, want je hoefde destijds niet te twitteren of op Facebook te kijken. Die tijd was ook nodig, want in VN stonden vaak verhalen waar geen eind aan kwam en met VI was je ook wel even bezig. Niemand had het over spanningsbogen en niemand wist wat 'tltr' betekende: too long to read. Het waren de jaren waarin Nederland nog gidsland was, zowel in het voetbal als in de politiek, en VI en VN waren de gidsen. Goed, das war einmal.

De oplages van de twee vertellen een interessant verhaal. Die van VN was in 1996 90 duizend, VI bereikte in 1995 haar oplagehoogtepunt: 209 duizend. Halverwege de jaren negentig begon internet voorzichtig zijn tentakels uit te spreiden en het was niet toevallig dat tegelijkertijd de neergang van VI en VN zich versneld doorzette. Nu is VN een maand- en digitaal blad, nadat de oplage in 2016 tot onder de 20 duizend was gedaald. VI drukte vorig jaar officieel nog 85 duizend exemplaren.

De twee zijn niet uniek in de wereld van de gedrukte media. Uniek zijn de paar tijdschriften die het nog wél goed doen, zoals Linda en Happinez. Dat laatste blad is de reddingsboei waaraan de andere onderdelen van het ooit zo machtige WPG (Bezige Bij, VN, VI) zich vastklampen.

Sinds de komst van internet, en helemaal nadat giganten als Google en Facebook hadden uitgedokterd hoe ze internet konden gebruiken en monopoliseren, is de situatie voor de oude media complex geworden. Google en Facebook zijn twee hongerige wolven. Gedrukte media proberen vriendjes te blijven, maar weten ook dat ze langzaam worden opgepeuzeld. Met de journalistieke content uit de oude nieuwsfabrieken verkopen Google en Facebook advertenties. Inmiddels bezitten ze ook op dat terrein bijna een monopolie. Hun geheime algoritmen (dat van Google telt naar het schijnt zestig miljoen regels) beslissen wie wat onder ogen krijgt en hoe nieuws en advertenties worden verspreid. Daarmee houden ze de oude media in een steeds steviger wurggreep.

In zijn boek Ontzielde wereld, beschrijft Franklin Foer de 'existentiële dreiging van big tech'. Hij heeft ook een oplossing om die dreiging het hoofd te bieden: we moeten weer van papier gaan lezen. Dat zal best, maar het is toch een beetje alsof je tegen een zieke patiënt zegt dat hij gewoon niet meer naar de dokter moet gaan. Een andere oplossing ziet Foer in de 'Big One', de moeder aller computerhacks die internet zal opblazen. Maar ook dat kun je moeilijk een levensvatbare basis voor een nieuw bedrijfsplan noemen. Dat de politiek de monopolisten zal dwingen zichzelf op te splitsen, zoals in de VS ooit gebeurde met de olie- en spoorwegmonopolies, zit er voorlopig ook niet in.

En dus rest de voormalige inktkoelies weinig anders dan het monster te omarmen, in de hoop dat het zich zal ontpoppen tot een weldoener en redder, hopelijk voor de laatste adem uit hun borstkas is geperst. Dat kan best lukken, we moeten alleen nog even uitzoeken hoe precies.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden