De vondeling in de vuilniszak

Op 9 augustus werd in de buurt van Baarle-Nassau een pasgeboren baby in een vuilniszak gevonden. Er volgde een politie-onderzoek, een inzamelingsactie voor een steen op het graf en een begrafenis met preek....

AL ZO vaak was hem gezegd met zijn handen uit die containers te blijven. Ook moest ie nou eens ophouden om altijd en overal vuilniszakken open te maken en stukken worst in zijn mond te stoppen. Maar 'Arie de snuffelaar', zoals hij werd genoemd, was te oud om wijzer te worden.

Op zondag 9 augustus liep hij vanuit het dak- en thuislozenhuis De Gaarshof naar Baarle-Nassau, een paar kilometer verderop. Hij stak de N268 over en liep langs het fietspad. Ter hoogte van bushalte van lijn 132 zag hij een zwarte vuilniszak liggen, schuin onder de dennenbomen. Aan de overkant een 'huifwagenverhuurbedrijf' en achter de dennenbomen begon camping Rustoord.

Hij maakte de vuilniszak open. Tussen een beige 'Watsons-blouse' en een blauwe handdoek, gelegen in een kartonnen doos waar aan de buitenkant 'suikerwaren' te lezen was, lag een naakte baby. Alleen. Ze maakte geen geluid en haar ogen waren gesloten.

Arie sprong op en holde gillend heen en weer op het fietspad. Voorbijgangers zagen hoe 'een Catweazle-achtige verschijning' op blote voeten en met zijn blouse wijd open, verdwaasd met zijn armen zwaaide.

Twee fietsers stopten door Arie's molenwiekende bewegingen en keken in de vuilniszak. Zij liepen naar de ingang van camping Rustoord, tweehonderd meter verderop. Politie en ambulance werden gewaarschuwd. Arie keerde zo snel als ie kon, terug naar De Gaarshof.

De politie Midden- en West-Brabant, district Breda, zette 25 man op de zaak. Alle vuilnisbakken in de directe omgeving werden meegenomen en driehonderd campinggasten gehoord. Uit onderzoek bleek dat de vuilniszak naar alle waarschijnlijkheid al zaterdag op die plek lag. De 'suikerwaren'-doos kwam uit een supermarkt uit de buurt. Zowel de handdoek als de blouse leverden geen aanknopingspunten op.

En het babytje? Het was een blank meisje, vertoonde geen verwondingen en had volgens de patholoog-anatoom twee dagen geleefd. Een totaal gebrek aan voeding en zuurstof vanwege die bijna afgesloten zak leidde tot de verdroging. Ook stelde sectie vast dat de bevalling niet onder medische begeleiding was geweest.

In de vuilniszak lag ook nog een briefje. Over hoe de exacte Nederlandse tekst luidde, wil de politie, vier maanden later, niets zeggen. In ieder geval stond er dat niet voor het kindje gezorgd kon worden. De grafoloog van het Gerechtelijke Laboratorium vergeleek het handschrift tevergeefs met tal van anderen. Als 'N.N. 9 augustus 1998' staat het meisje nu in de boeken.

Op zondagmiddag 9 augustus was Maickel Prasing, pastoor van de Onze Lieve Vrouw van Bijstand in Baarle-Nassau, op weg naar zijn ouders in Venlo. Het eerste wat hij van familie te horen kreeg was: 'er is een babylijkje gevonden in jouw parochie'. En vlak voordat hij dinsdag met een gezelschap naar bedevaartsoord Kevelaer afreisde, belde hij nog even snel een collega-pastoor in Chaam. 'Mochten ze vragen of het babytje op het kerkhof achter onze kerk begraven kan worden, zeg dan maar dat het goed is.' Natuurlijk moest er een plechtigheid komen voor 'ons vondelingetje', zegt Prasing. 'Gaatje maken en gaatje dicht, da's toch te weinig.'

Omdat het kinderlijkje niet meer nodig was voor politieonderzoek, bepaalde justitie dat het vrijgegeven werd voor de begrafenis. De sociale dienst van de gemeente Baarle-Nassau regelde de financiële afwikkeling.

Voor het plein van de Onze Lieve Vrouw van Bijstand stond op vrijdag 14 augustus een flinke stoet. De klokken luidden terwijl twee wethouders van Baarle-Nassau, een Belgische politieagent, de grafdelver, twee jonge vrouwen, de begrafenisondernemer en vier agenten van het district Breda naar de kinderbegraafplaats liepen.

Het naamloos meisje was het vijfde kind dit jaar dat daar begraven werd.

Nadat het kistje van 70 centimeter was gedaald, keek Maickel Prasing om zich heen, pakte de tekst die hij had gemaakt en zei: 'Nu staan we hier bij het graf van een kind zonder naam. Er is hier niemand die echt verdriet heeft om haar, maar het raakt ons wel. Ze is ontstaan - waarschijnlijk - uit liefde tussen twee mensen. Ze heeft ongeveer negen maanden geleefd onder het hart van haar moeder. Wij staan voor het feit van de tragische afloop. Een mens die niet eens een naam heeft gekregen. Het minste wat je als mens toch krijgen kunt.'

Op de kist een beertje met een politietrui aan, daarop de tekst: 'Politiedistrict Breda'. Ook de bloemenkrans met lint was afkomstig van de politie. 'Als een naamloos bloempje geboren, als vergeet-me-nietje gestorven', was erop te lezen. De tekst was gemaakt door Rien van Kuik van de Bredase politie. 'Ik vond het een mooi kindje, zoals ik dat zag op een foto', zegt hij. 'Zo'n zaak raakt mij natuurlijk ook. En 's avonds zat ik thuis en dacht: 'wat moet er voor tekst op de krans voor dat kindje'.

'Ik zette de koptelefoon op met een stukje behang voor de oren, iets van Dire Straits, en ben gaan krabbelen. Als een bloem..., bloem in berm..., niet vergeten bloem.... Toen heb ik net als een schrijver die een boek schrijft, het effe weggelegd en een ommetje gemaakt. Ja, en toen ineens kwam die tekst. Ik heb 'm voorgelegd aan de leden van het Recherche Bijstandsteam en die zeiden: 'Rien, moet je doen, het is een mooie pakkende tekst'.

Aan de achterkant van de kerk, uitkijkend op het graf van het vondelingetje, installeerde de politie na de begrafenis een camera. Misschien dat iemand, de moeder of de vader, op een onbewaakt moment het graf zou bezoeken. Vier maanden later is de camera er niet meer.

EVEN dacht de politie verder te komen. Twee campinggasten, een moeder en een dochter, meldden de recherche op die middag in augustus 'een vreemde vrouw' op het kampeerterrein van Rustoord te hebben zien rondscharrelen. Met hun beschrijving werd een compositietekening gemaakt: 'een forse vrouw met een bepaalde blik in de ogen en niet een van de knapsten', zoals de politie haar omschrijft.

Na een uitzending van Opsporing Verzocht kwamen tientallen tips binnen. Mensen zeiden de vrouw vaag te kennen, of stelden een vrouw te kennen die eerst heel dik was en daarna niet meer, of een vrouw die problemen had en een tijdje weg was geweest en daarna verward was teruggekomen. De politie kon er helemaal niks mee. En dat er in september een pasgeboren jongetje vlakbij de afvalbak in een studentenflat in Boxtel werd gevonden, voegde weinig aan de zaak toe.

Drie keer per week zag het echtpaar uit Baarle-Nassau dat hoopje zand op de kinderbegraafplaats. Eerder dit jaar verloor het echtpaar een drieling. 'De eerste twee kregen na de geboorte een hersenbloeding, de derde moesten we na elf weken afgeven', vertelt de vrouw. 'Dus telkens als we naar onze kinderen gingen kijken, was daar dat hoopje zand. Verschrikkelijk, dat er van zo'n meisje niets meer over is dan dat hoopje zand.'

Er moest een actie komen, vond het echtpaar, een actie voor een grafsteen. Ook bij anderen was deze gedachte opgekomen. Bij de pastoor kwamen vele giften binnen, hij kreeg geld toegestopt, mensen belden hem op. In een kroeg in Breda werd geld ingezameld, net als op camping Rustoord. Steenhouwers uit het hele land meldden zich om de steen te maken. Uiteindelijk kwam er bijna zevenduizend gulden bij de parochie binnen, een bedrag dat voor een groot gedeelte naar goede doelen werd overgemaakt. Op 24 november werd de steen geplaatst.

Op de begraafplaats klinkt al van ver een vreemde ratel. Het lawaai behoort aan een snel roterende houten bloem die door de wind wordt aangedreven. Het staat naast de steen van 'vergeet-me-nietje'. Het graf wordt onderhouden door het echtpaar uit Baarle-Nassau. 'Nu dat steentje er gewoon op zit, hebben wij zoiets van: dat kind heeft een eerbiedige rustplaats gekregen. Een mooie laatste plaats, waar het verder kan blijven liggen. Voor mijn gevoel is dat belangrijk.'

'We riepen in het begin: ''Had dat kind maar bij ons voor de deur gezet. Wij hadden alle spullen in huis''. We hadden zo graag zelf een kind willen hebben en dan is er iemand die een kind baart, die haar gewoon als een stuk huisvuil aan de weg zet. Het is zo oneerlijk verdeeld in de wereld. Wij zullen het vondelingetje nooit vergeten. Als wij langs onze kinderen gaan, gaan we ook even bij haar langs. Nemen een harkje mee. Vegen het zand van de steen af. We zullen nooit het kerkhof afgaan, zonder bij haar te zijn geweest. Het is niet ons kind, maar ze heeft wel recht op iemand die naar haar omkijkt.'

Weken na zijn vondst van het dode meisje was hij nog van slag. Arie liep huilend door de gangen van De Gaarshof. Vol verdriet stortte hij zich in de handen van de groepsleiding, klampte medebewoners aan. Er moest zelfs een arts aan te pas komen. Iedereen moest weten dat Arie op het verkeerde moment in de verkeerde vuilniszak had gekeken. Hij zou het nooit meer doen, hoewel hij vrij snel daarna al weer kruipend in een vuilcontainer werd aangetroffen.

Zijn laatste theorie over de gebeurtenis luidde dat het eigenlijk zijn kind was. Het was het kind van Arie en Gabi, zijn fantasievriendin, vertelde hij iedereen. En daarom was hij zo verdrietig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden