De volkstuin was Wolkers' paradijs

Jan Wolkers' paradijs bevond zich pal onder de snelweg A2.

Dia van Wolkers' volkstuintje op Amstelglorie. Beeld Annabel Miedema

Amstelglorie, het volkstuinencomplex aan de zuidoever van de Amstel, staat weer eens op de nominatie om te verdwijnen. Al sinds het complex bestaat - 1953 - maakt de gemeente Amsterdam plannen om de grond te bebouwen. De stad is een gulzig, onverzadigbaar monster. Toen Wolkers er een tuintje had, was het gegrom van het monster ook altijd te horen: de A2 raast er vlak langs. Erg vond hij dat niet: Wolkers stelde zich altijd voor dat het geraas afkomstig was van brekende golven in de branding - en dat zijn tuintje aan zee lag.

Op 8 december 1972 kreeg Wolkers een brief van het bestuur van Amstelglorie dat hem volkstuintje 294 was toegewezen op 'het eiland', het door slootjes omgeven zuidelijkste puntje van het terrein. Hij noteerde in zijn dagboek: 'Hoera! Spitten, schoffelen en groente kweken!'

Ik hoorde dat het Wolkershuisje leeg stond, dus ben meteen gaan kijken: de grote bakstenen poort van Amstelglorie binnen, de grindpaden op, langs wuivende treurwilgen en harkende huisvrouwen. Dan het bruggetje over en het smalle pad tussen beukenhagen. Ineens ligt het tuintje aan mijn voeten. Ik schrik. De zon schijnt lieflijk op een slagveld.

Het zal er net zo uitzien als toen Wolkers de tuin in 1981 had verlaten omdat hij naar Texel was verhuisd. Hij groef alle planten en bomen uit, laadde ze in de auto en reed ze de boot naar Texel op. Wat hier achterbleef was 'een huiveringwekkend stukje Verdun, alsof er op die troosteloze kale 300 vierkante meter in loopgraven en schuttersputjes verbeten tot de laatste man gevochten was'.

Plotseling duikt uit een struik bij de buren een vrouw op met een dikke kont. Echt Wolkersformaat. Ze wijst op de slechte staat van het huisje en zegt: 'Het bestuur van Amstelglorie wil het gaan opknappen en er een schrijvershuisje van maken.' We schuiven een steen voor de gammele glazen deurtjes weg. Ze schuiven open. De zoete geur van verrotting dampt ons tegemoet. Wolkers had destijds de wanden van spiegelglas voorzien, zodat de natuur zich binnen vermenigvuldigde. Als de spiegels de beelden hadden vastgehouden die er zich van tijd tot tijd in weerspiegelden, had 'dat simpele optrekje de taferelen uit de cultus der Dionysische Mysteriën, uit de villa te Pompeji, naar de kroon gestoken.'

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Hij houdt daarover een dagboek bij - waarvan we in delen de notities presenteren.

De volkstuin was Wolkers' paradijs. Tussen de percelen met lineaalrecht geplante Afrikaantjes en geschoren gazonnetjes, was zijn tuin een oase van woest groen, waarin hij onzichtbaar kon verdwijnen. Wolkers kweekte er postelein, artisjokken en aardpeer, kookte er driegangenmaaltijden op een butagaskampeertoestelletje, strooide pinda's, kokosnoot en spekzwoerd voor de vogels en dronk er gekoelde champagne, waarvoor hij ijs achter op de fiets van huis meenam. En hij tikte er zijn romans. Op 12 juni 1980, zijn laatste zomer op de tuin, staat in zijn dagboek: 'Schrijf pagina 15 van De Perzik van onsterfelijkheid terwijl ik door het raam de wijngaardslak in de stam van de kamperfoelie een dertig centimeter omhoog zie klimmen.'

Afscheid nemen van Amstelglorie kon Wolkers niet. Hij is er later nooit meer terug geweest. Paradise lost. Hij had de aanblik niet kunnen verdragen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.