De Volkskrant tv-selectie voor vrijdag 24 maart

Elke dag tipt de redactie van de Volkskrant de beste programma's en films op televisie. Dit moet u vandaag zien.

Julianne Moore (links) en Patricia Clarkson in Far From Heaven.

Red Nose Day 2017 BBC 1, 20.00 UUR
Goede grappen voor het goede doel: het is weer Red Nose Day. Fans kijken al maanden uit naar Red Nose Day Actually, een mini-vervolg op kerstfilm Love Actually. Verder zijn o.a. Jonathan Ross, French & Saunders en Graham Norton van de partij.

Reizen Waes NPO 3, 20.25 UUR
Tom Waes bezoekt het straatarme Haïti. Hoe gaat het daar sinds de aardbeving van 2010? Waes bekijkt het fort Citadelle Laferrière en de verwoeste kathedraal van Port-au-Prince, die uit respect voor de overledenen niet meer wordt herbouwd.

Luther NPO 3, 21.25 UUR
Aflevering 1 van seizoen 4. Na de dood van een collega heeft rechercheur Luther (Idris Elba) zich teruggetrokken in een hutje ver van de stad. Maar er is een nieuwe seriemoordenaar-kannibaal actief en Luther moet weer aan de bak.

3 Man sterk NPO 1, 22.30 UUR
Volkszangers Frans Duijts, Django Wagner en Peter Beense gaan voor Avrotros de arbeidsmarkt op en helpen bedrijven in nood aan nieuw personeel. Onwennig draaien de mannen mee op de werkvloer van een bakker, dakdekker en loodgieter.

Frans Duijts Beeld anp

laatste jaar van FC Twente NPO 2, 22.30 UUR
Een verslag van het voetbaldrama in Enschede, waar FC Twente in 5 jaar is afgezakt van kampioen tot paria van de competitie. Omdat de deur van de bestuurskamer dicht blijft, kiest filmmaker Geertjan Lassche het perspectief van de supporters.

Nooit meer slapen NPO RADIO 1, 00.30 UUR
Pieter van der Wielen praat met industrieel ontwerper Hella Jongerius. Deze week ontvangt Jongerius in navolging van onder anderen Gerrit Rietveld en Le Corbusier de Sikkens Prize voor baanbrekend werk op het gebied van kleurgebruik.

Far From Heaven (Todd Haynes, 2002), Canvas, 22.05-23.50 uur.
Er is veel in Far From Heaven dat bijna te mooi is. Bijvoorbeeld de kleuren waarmee regisseur Todd Haynes (Carol) eer betoont aan Douglas Sirk (1897-1987), de grootmeester van het technicolormelodrama. De herfstbladeren, de jurken van (de tijdens de opnamen zwangere) hoofdrolspeelster Julianne Moore, het behang in de huizen: hun felle tinten spatten van het scherm. En dan de camerabewegingen. Bij de opnamen van het stadje onder de begintitels, gefilmd met een immense kraan en zo goed als één op één gekopieerd uit Sirks All That Heaven Allows (1955) besef je opeens dat de komst van de drone in films misschien toch niet zo'n sprong vooruit is als gedacht. Haynes deed het camerawerk en de belichting met de middelen die Sirk ooit ter beschikking stonden, niet met hedendaagse technieken. En dan zie je hoe goed over alles is nagedacht: de zorgvuldigheid waarmee de camera zoomt en pant en elk shot waarin dat gebeurt betekenis geeft, is een verademing in een tijd dat te veel mensen denken dat ze kunnen filmen.

Zo mooi allemaal dus. Zo mooi dat je bijna vergeet dat Haynes intussen een akelig triest verhaal vertelt over een gezin in 1957 in het fictieve stadje Hartford in Connecticut, dat voor die tijd en voor Amerikaanse begrippen progressief mag zijn, maar waar zaken als homoseksualiteit en rassen integratie nog allerminst geaccepteerd zijn. Zaken waarmee het echtpaar Whitaker (Moore en Dennis Quaid) hardhandig wordt geconfronteerd en die de film onvermijdelijk richting een weinig opbeurend einde sturen.

Moonrise Kingdom (Wes Anderson, 2012), NPO 2, 22.55-00.18 uur.
Als in veel werk verbeeldt Wes Anderson (The Grand Budapest Hotel) in Moonrise Kingdom, zoals hij zelf zegt, jeugdherinneringen die hij nooit heeft gehad. In dit geval gaat het om een jongen en een meisje in een kleine eilandgemeenschap in de jaren zestig. De jongen, wees, zit er op een padvinderskamp; het meisje woont er met haar drie jongere broers en haar ouders. De twee fantasierijke kinderen zijn penvrienden en hebben het geheime besluit genomen er op een dag samen vandoor te gaan. Aldus geschiedt. Ziedaar het uitgangspunt voor een ontroerende film die in zijn vormgeving ronduit betoverend is.

Point Break (Kathryn Bigelow, 1991), Eén, 23.35-01.30 uur.
Puntgave genrefilm van de vrouw die pas een decennium later zou doorbreken met een Oscar voor haar Irakfilm The Hurt Locker. De surffilm Point Break bevat een ware staalkaart van genre-ingrediënten: knokpartijen, achtervolgingen, schietpartijen, een spectaculaire vrije val en, boven alles, indrukwekkende surfopnamen. Die vormen het hart van de film. Want van het verhaal moet Point Break het niet echt hebben, al is het uitgangspunt niet onaardig. In Los Angeles zijn in drie jaar 27 bankovervallen gepleegd. Door The Ex-Presidents, vier mannen met maskers van Amerikaanse presidenten. De politie en de FBI tasten in het duister. Groentje Keanu Reeves krijgt met ervaren maar onaangepaste rot Gary Busey de taak de zaak nog maar weer eens op te pakken. Ze houden zich vast aan een onzekere theorie die stelt dat de overvallers surfers moeten zijn. Dat Bigelow precies wist waar de kracht van de film lag, zie je bij de eerste surfopnamen: pas wanneer in beeld de reusachtige golven gaan rollen, beginnen de bassen te dreunen. En veert de kijker overeind.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden