De vloek van de Balkan

Op 1 november houdt de Albanese schrijver Ismail Kadare in Groningen de Van der Leeuw-lezing. Dertig jaar lang heeft hij zich in de dictatuur staande gehouden, heeft hij er zijn boeken gescheven....

Even heb ik het Franse woord voor knipselmap niet bij de hand. Even zoeken, even aarzelen, dan probeer ik dossier.

De kleine, breekbare schrijver, die tot dan toe een licht afwezige indruk gemaakt had, als had ik hem zoëven tijdens een mediterrane siesta gestoord, is ineens klaarwakker en een en al aandacht.

Dossier? Wat is dat voor dossier? Zet die opname-apparatuur eens uit, want dit hoeft niet op dat bandje van jou. Hoe kom je daar aan, aan dat dossier? Wat zit daar nog meer in, hé? Wie houdt zoiets bij?

En dan, veel dunner, een beetje ineen duikend: 'Wat is uw indruk, als u dat dossier leest, welk beeld overheerst? Dat van de schrijver, of die verschrikkelijke discussie dat ik een agent ben of geheuld heb met de machthebbers? En als u het nou vergelijkt, dat dossier van u, mijn morele positie met die van bijvoorbeeld Kundera, die het na 1989 ook zwaar te verduren heeft gekregen, wie komt er dan beter van af?'

Sussen helpt niet. Kom op, gewoon zo'n map met krantenknipsels, coupures de presse, die heeft iedere krant, over allerlei belangrijke figuren.

'O ja? En zitten daar alleen de stukken in die in uw krant hebben gestaan, of alleen die uit uw land, of is het uitputtend?'

Willekeurig en zoveel mogelijk: maakt u zich geen zorgen. Maar zelfs uitleg, het noemen van de anders zo geruststellende naam van Otto Spronk, de gemoedelijke chef documentatie van de Volkskrant, mag niet baten. Dossier, zegt het woordenboek, betekent in het Frans in eerste instantie map, ordner, omslag, maar al op de tweede plaats komen bescheiden, (conduite)staat, (straf)register.

Dertig jaar schrijverschap in een leninistisch-marxistische heilstaat, waarvan vijfentwintig jaar onder de geniale Enver Hoxha: die gaan iemand niet in zijn koude kleren zitten. Het woord paranoia dringt zich onweerstaanbaar op. Het kost tijd en een paar glazen om de schrijver zich weer te laten concentreren op mijn vragen en zijn antwoorden, en helemaal verdwijnen wil ze niet meer, de argwaan.

Ismail Kadare (1936) is de belangrijkste schrijver van Albanië en, als we even afzien van de auteur van de Verzamelde Werken van Enver Hoxha, de enige die ook buiten zijn vaderland bekend is. Op de goklijsten voor de Nobelprijs-literatuur prijkt zijn naam al jaren. Schrijver van in talrijke talen vertaalde romans en verhalenbundels, waarvan Kroniek van de stenen stad en De brug met de drie bogen vermoedelijk de bekendste zijn. Zijn boeken ademen de sfeer van de Balkan, van mensen en een land meedogenloos gevangen in de klauwen van de geschiedenis.

'De wraakgedachte, het idee van bloedwraak, dat zo sterk door mijn roman Een breuk in april loopt, is geen persoonlijke aangelegenheid van de hoofdfiguren', zegt Kadare. In die roman beschreef hij de nooit ophoudende en ook nooit meer te stoppen reeks die ontstaat wanneer het bloedvergieten eenmaal begonnen is. Verbitterde figuren die, als ze in 1992 tegenover elkaar komen te staan, nog opgewonden refereren aan de gebeurtenissen op het Merelveld, in juni 1389.

'Het is veel breder. Het is het eeuwige kwaad. Misschien is het de vloek van de Balkan. We zijn een beetje vervloekt, door de omstandigheden. Het zit in de hoofden, in de mentaliteit. Het is een hoek van de wereld waar horribele, tragische dingen gebeuren. De Albanezen zijn een klein volk, van erg individualistische mensen. Ze worden telkens geplet tussen de grote rijken, onder de voet gelopen door Grieken, Romeinen, Turken en Slaven. Het is het mechanisme van de geschiedenis. Dat heeft ze veranderd. Ze zijn gepassioneerd en melancholiek, maar ze zijn keer op keer slechter uit zo'n drukkende, gewelddadige episode tevoorschijn gekomen dan ze erin gingen.

'De kwalijkste ziekte die daardoor ontstaan is, is de haat. Die woekert als een epidemie. Als de literatuur een taak zou hebben, dan zou dat zijn ze voor te houden elkaar een beetje minder te haten. Zeker nu ze de vrijheid gekregen hebben hun haat uit te leven.'

Soms lijkt het alsof Kadare zich erop toelegt historische parallellen aan het licht te brengen, alsof hij ze moedwillig zoekt. De praktijken van de Ottomaanse overheersers in De Regentrommen lijken sterk op die van hun communistische collega's van vijf eeuwen later. De farao die in De Piramide alles op alles zet om, ten koste van een onverschillige hoeveelheid mensenlevens zijn bouwwerk te stichten, dat zo groot en massief moet zijn dat het voor eeuwig boven de geschiedenis uitsteekt, lijkt als twee druppels water op het Genie van de Karpaten dat Boekarest opzadelde met een paleis als een piramide.

Zoekt hij of vindt hij?

'Als ik schrijf, dringen zich voortdurend allerlei parallellen op die mijn werk haast op een natuurlijke manier tot een allegorie maken. Ik heb daar nog nooit naar gezocht: je vindt eenvoudig dezelfde machinerieën van het geweld en de onderdrukking in verschillende perioden. Toen ik De Piramide schreef heb ik geprobeerd me louter op het Egypte van de piramide van Cheops te concentreren, me te verdiepen in de gewoonten, de stijl, en daarbij heel nauwgezet te werk te gaan. Maar onder je handen ontstaat de zinspeling, het verhaal wordt er een van alle tijden, van onze tijd.

'Oost-Europa staat vol piramiden, en West-Europa kent ze niet: dat kan ik niet helpen. De Balkan van de overheersing door het Ottomaanse Rijk gaat vloeiend over in de overheersing door de communisten, en alweer is dat iets wat ik niet bedenk. Als je er naar zou moeten zoeken, zou je uitermate vervelende boeken krijgen, geforceerde allegorieën. Maar zo is het niet. Ze zijn er, ze ontstaan schrijvenderwijs. Moest ik ze gebruiken om er iets mee aan te tonen, dan zou ik een essay schrijven, met mijn mening erin, mijn opvatting over die geschiedenis.

'Zelfs die piramide. Als ik er hier, in het Westen, een gevonden had, had ik het boek ook geschreven. Want het ging me om de primitieve tragedie die zich daar voltrok, een vorst die ten koste van alles een monument voor zichzelf opricht. Ik ben juist altijd prudent geweest in het gebruiken van die echo's: als het thema zelf maar goed is, rijk en in artistiek opzicht harmonisch.'

In de novelle Maannacht, die in de moderne tijd speelt, wordt een jonge vrouw het slachtoffer van lasterpraktijken. Haar deugd wordt in twijfel getrokken, haar reputatie zodanig bezoedeld dat ze zich niet meer op haar werk op de fabriek kan vertonen. Wat begon met een achteloze opmerking tijdens een nachtelijke wandeling, wordt een incident en dat wordt gaandeweg getransformeerd tot een zo grote misstand, dat op de fabriek een provisorische rechtbank wordt ingericht om over haar geval te oordelen. Het verhaal walmt van de beklemmende sfeer die een staat beheerst waarin iedereen iedereen afluistert, aangeeft, beschuldigt.

'Maar zo gaat het toch, zo ging het. Wie kwaad wil, kan onder een dictatuur alle kanten uit. Niets is controleerbaar. Het meisje staat alleen en machteloos tegenover de machinerie die, als hij eenmaal in gang gezet is, niet meer tot stilstand te krijgen is. Stil en sluipenderwijs doet het kwaad zijn werk. Na verloop van tijd weet niemand meer wie wat gezegd heeft, wie verantwoordelijk is voor alle aangerichte ellende.'

Het meisje in Maannacht wacht de vernederende rechtszitting niet af, zodat uiteindelijk niemand dan zijzelf verantwoordelijk lijkt voor haar ondergang.

Tot najaar 1990 is Kadare in Albanië gebleven, eerst onder het regime van Enver Hoxha, nadien onder dat van diens opvolger, partijleider en president Ramiz Alia. Toen was het genoeg. 'Tot vandaag heb ik getracht bij te dragen aan de matiging van de methoden die het bewind in Albanië toepast', schreef hij in oktober 1990 in een Franse krant, daags nadat hij in Parijs politiek asiel had aangevraagd. Dertig jaar lang had hij zich in de dictatuur staande gehouden, had hij er zijn boeken gescheven. 'Tijdens mijn ontmoetingen met de president heb ik duidelijk gemaakt dat een zeer snelle, diepgaande en volledige democratisering van het land een imperatief is', schreef hij in zijn Notwendige Erklärung. 'Maar de gedane beloften werden niet nagekomen en mijn desillusie is, net als die van de overgrote meerderheid van de Albanezen, des te verbitterder.'

Najaar 1990, vijf jaar na de dood van Hoxha, terwijl de communistische rijken van Oost-Europa al ineengestort waren en het zelfs in het hermetisch van de buitenwereld afgesloten Abanië her en der rommelde. Was dat niet wat laat, vroegen en vragen zijn critici zich hardop af, in de venijnige stukken die ze in allerlei westerse kranten publiceren. En: hoe schoon waren zijn handen, want Kadare was er tenslotte in geslaagd die dertig jaar zowel schrijvend als ongeschonden te overleven.

'Communisten die van de een op de andere dag anti-communisten geworden zijn, ze zijn allebei even erg. De storm van kritiek die toen ontketend is, zal nooit meer gaan liggen. Van tijd tot tij steekt hij de kop weer op. Onlangs nog, in Duitsland, waar iemand in een grote krant schrijft dat er in Albanië twee dictators waren: Enver Hoxha en Ismail Kadare. Dat zijn beweringen die meestal rechtstreeks uit Albanië stammen. Ik ken ze, de auteurs. Het is de grote jaloezie van kleine mensen.

'De kleine schrijver is niet bang voor de dictatuur, maar voor de grote literatuur. Ik ben bekend en beroemd, en zij zijn het niet. Dat vinden ze onrechtvaardig, en die onrechtvaardigheid moet je iemand verwijten. Mij dus. Dat gebeurt altijd wanneer je beroemd bent, dan krijg je de ontevredenheid van de middelmatigen over je heen.

'Daar doe je niks aan. Alle grote schrijvers maken het mee, en je ziet het in Oost-Europa overal. Milan Kundera, die naar Parijs is gegaan en wie nu lafheid wordt verweten omdat hij niet in Praag is gebleven. Aleksandr Solzjenitsyn in Rusland. Bedenk welke immense rol hij heeft gespeeld in de strijd tegen het communisme, en kijk dan eens naar hoe ze nu met hem omgaan. Hij heeft de wereld twintig jaar geleden verteld over de Goelag Archipel, en nu wordt hij verketterd.

'In de tijd van het communisme werd ik aangevallen door mensen die trouw waren aan het regime, en het zijn vrijwel dezelfden die me nu aanvallen. Gisteren was ik een agent van het Westen, omdat mijn boeken in het Westen gepubliceerd werden. Ik heulde met de klassevijand, omdat het Westen van mij hield. Het heette dat ik boog voor het geld en voor het kapitalisme.

'Nu is het omgekeerde ineens het geval. Vandaag ben ik een handlanger van Hoxha. Nu luidt het verwijt dat ik onder het communistische bewind heb geleefd en doorgewerkt. Ik heb het verdragen en daardoor heb ik ermee ingestemd. Zo ben je altijd schuldig.'

Het is altijd een gevaarlijk vak, het schrijverschap.

'Beslist. Als schrijver maak je je gedachten openbaar en dat maakt je kwetsbaar. Zij, die anderen, schamen zich nergens voor. Zij hebben al die tijd hun mond gehouden, en nu, nu ze geen gevaar meer lopen, hebben ze het hoogste woord.

'Het zijn slaven, en slaven die bevrijd worden, schamen zich altijd voor wat er aan vooraf ging. Hun moed manifesteert zich achteraf, hun spijt komt te laat. Indertijd applaudisseerden ze voor het communisme, ze raakten ervan in extase. Nu schamen ze zich daarvoor en beginnen ze wild om zich heen te slaan. Je ziet het in de hele ex-communistische wereld. De mensen met de vuile handen hebben de grootste mond.'

Heeft het hem bezeerd?

'Soms wel, soms niet. Over het algemeen word ik zeer gewaardeerd in dat land. Ik ben er erg bekend en de mensen houden van mijn boeken. Dat is opmerkelijk, want er zijn na 1990 inmiddels zes jaar verstreken en het klimaat is er, kort na mijn vertrek, omgeslagen.

'Het gevoel was dat er nu wel een grote literatuur zou ontstaan. Ze waren nu immers vrij, en wat al die tijd onderdrukt was, zou nu wel tot grote bloei komen. Ik zou concurrentie krijgen.

'Maar de Albanese literatuur bloeit niet op. Men hoopte van de ene op de andere dag belangrijke auteurs te vinden, maar dat is uiteraard niet gebeurd. Verandering van regime is nog geen verandering van literatuur. Ik heb al die jaren geschreven en ben daar, na de val van het regime, gewoon mee doorgegaan. Ik heb in mijn boeken niets hoeven veranderen, ook niet in die van voor 1985. In Kroniek van de Stenen Stad staat een passage over Hoxha, dertig jaar geleden geschreven. Die kan ongewijzigd blijven.

'Ze zeggen nu dat ik mijn boeken herzie, maar de wijzigingen die ik in nieuwe edities aanbreng, zijn louter artistieke veranderingen. Dat staat iedere schrijver vrij. Ik ben niet meer precies dezelfde schrijver als dertig jaar geleden. Het meesterschap groeit en dat maakt het soms nodig formuleringen nog eens te bekijken.'

De geschiedenis van een schrijver die onder de meest orthodoxe versie van een communistische dictatuur gewoon kan blijven doorwerken, ja, die de dictator persoonlijk kent en die in het buitenland als scherpste criticus van de dictator wordt gezien, maakt ook op ons een dubbelzinnige indruk. In Rusland lagen de zaken toch weer net even anders: daar wachtte zijn collega's het strafkamp, Nacht und Nebel, het gekkenhuis of de verbanning. Kadare niet, die bleef vrij en was zelfs enige tijd parlementslid.

'U moet niet vergeten dat ik al op tamelijk jeugdige leeftijd erg bekend werd. De Generaal van het Dode Leger uit 1961 werd direct ook in het buitenland bekend. Voor een klein land is het niet makkelijk een beroemde schrijver te veroordelen. Ik was de beroemdste Albanese schrijver, van kleine kinderen tot oude mensen kende iedereen mij.

'Men heeft het natuurlijk geprobeerd, indirect en soms rechtstreeks, maar dat viel niet mee. Op de een of andere manier werd ik beschermd door het internationale publiek, maar ook door het Albanese. Daar was ik me na verloop van tijd ook wel van bewust: ik wist dat ik niet te veroordelen was.

'Je merkt de hele tijd hoezeer dat ze dwars zit, uit de mond van de aanhangers van het regime. ''Ach, die hond, waarom pakken ze hem niet op.'' Je hoort het. Ze konden haast niet verdragen dat ik daar bleef leven.

'Maar voor dat kleine land was het moeilijk er iets aan te veranderen. Ze hadden de macht niet. Zodra ze een actie tegen mij begonnen, was er meteen een krachtige internationale publieke reactie. Dat maakte mij na verloop van tijd onkwetsbaar.'

Maar was het nodig om die onkwetsbaarheid zo te etaleren door zelfs in hun parlement te gaan zitten?

'Dat was een grote farce, waar je zelf niet eens van op de hoogte was. Een zaal vol poppen. Het had geen betekenis. Iedereen is trouwens wel eens aan de beurt geweest om een tijdje lid te zijn van dat parlement. Je las het gewoon in de krant, of iemand vertelde dat hij je naam op de lijst van kandidaat-parlementsleden had gezien. Het lidmaatschap daarvan volgde een schema: vijftig procent arbeiders, vijfentwintig procent boeren, vijftien procent intellectuelen en vijf procent kunstenaars. In een klein land komt dan iedere schrijver wel eens aan de beurt.

'Het stelde niks voor: niemand had je iets gevraagd en je werd met honderd procent van de stemmen verkozen. Het betekende dat je een keer of twee per jaar langs kwam om in te stemmen met de voorgestelde maatregelen.'

Instemmen?

'Als je het probeerde te saboteren dan liep je het risico te worden gedood. Dan werden er intriges tegen je beraamd. Men strooide geruchten rond, als: ''Hij wil het volk niet dienen. Zie je wel, hij is een spion.'' De kans bestond dat ze je niet gingen veroordelen, maar ze probeerden je te vergiftigen of een ongeluk in scène zetten. En dus kon je niet weigeren mee te doen: je speelt toch niet met je leven voor zo'n idiotie.

'Het is wel erg goedkoop om dat nu te veroordelen.'

Hadden ze u kunnen omleggen, had uw internationale faam u dan niet beschermd?

'Mij zouden ze niet in de gevangenis hebben kunnen stoppen. Want in een klein land, waar iedereen elkaar kent, heeft zelfs de dictatoriale staat een rechtvaardiging nodig voor zulke handelingen. De president geeft opdracht, maar hij moet wel zijn minister van Binnenlandse Zaken overtuigen. Die moet op zijn beurt een ambtenaar overtuigen. En ook daar is een argument voor nodig.

'Door te weigeren mee te doen had ik hun dat argument verstrekt. Er zijn voorbeelden van mensen die dat gedaan hebben. Die werden ineens ziek of kregen op onverklaarbare wijze een ongeluk. Dat is een heimelijke waarschuwing voor wie er eender over denkt en het is nog erger dan de gevangenis: als ze je arresteren, is dat tenminste zichtbaar en kan je in verzet komen.'

Valt er met die belasting nog te schrijven? Is het dan niet verstandiger en in elk geval comfortabeler weg te gaan?

'Ik heb twee keer overwogen te vluchten, maar ik kon het niet. Ik werd triest van het vooruitzicht van geestelijk isolement. Ik probeerde in mijn boeken te leven. Daar had ik mijn omgeving voor nodig.'

Nadat hij zich in 1990 in Parijs had gevestigd, waar hij een absurd mooi appartement bewoont, met aan de ene kant uitzicht op het Panthéon en aan de andere op de hoofdingang van het Parc du Luxembourg, werd zijn paspoort ingenomen. Even zag het er naar uit dat hij het isolement van Albanië had verruild voor het isolement van de ballingschap. Maar het regime viel en Kadare kon weer terug. Hij woont en werkt nu afwisselend in Parijs en in Albanië.

'Ik kan er niet buiten. Ik ben pas weggegaan toen ik besefte dat ik iets kon doen, dat ik kon helpen juist door te vertrekken. Niet om een schandaal te verwekken, maar op het moment dat een positieve actie mogelijk werd. Pas toen ik, door in het buitenland aandacht te vragen voor Albanië, kon meehelpen aan de opbouw van een democratie. Daarom ben ik, zodra dat mogelijk werd, ook weer terug gegaan.'

De boeken van Ismail Kadare verschijnen in Nederland bij uitgeverij Van Gennep. Daar komt begin oktober de vertaling uit van De Adelaar, alsmede een essay van Piet de Moor over de schrijver en zijn oeuvre.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.