De Vliegende Hollander

Ik ben altijd nieuwsgierig geweest naar de oude oorspronkelijke verhalen en teksten van Nederland...

Soms geven mensen me een apart boek of een bijzonder geschenk, niet alleen als presentje, maar uit een soort nood.

Met respect en in de overtuiging dat ze me iets waardevols hebben gegeven, neem ik hun geschenken aan. Deze hebben een uiteenlopend karakter. De mensen die het aan mij geven, zijn meestal oud en hebben er dierbare herinneringen aan. Ik geloof dat zij op die manier hun aandenken bij mij in bewaring geven. Om die reden geef ik ze altijd een mooie plek in mijn werkkamer.

Zo staat er een bijzondere editie van de Statenbijbel in mijn kast; een eerste druk in een oude roodbruine stoffen hoes. Elke keer dat ik er in lees geniet ik er van. Mooier Hollands proza bestaat er niet: ‘Hoe schoon zijn uwe gangen in de schoenen, gij prinsendochter; de omdraaiingen uwer heupen zijn als kostelijke ketens, zijnde het werk van de handen eens kunstenaars.’

Ooit drukte een bejaarde man met een hoed een klein boekje uit het einde van de 18de eeuw in mijn handen. ‘Van mijn vader geweest’, zei hij:

‘Nu drenken malsche regendroppen De pas ontloken bloesemknoppen. En bloemen, als uit zilveren schalen,

Langs veld en heide neergestrooid Met frische herboren jeugd getooid.’ Een ander keertje kreeg ik een gebroken bebloemde mozaïektegel uit de Sheikh Lotfollah moskee van Isfahan, een van de mooiste moskeeën ter wereld. ‘Mevrouw, hoe komt u aan dit gebroken juweel?’ ‘Ik was 21, verliefd op een Perzische prins en hij nam me mee naar Isfahan. Uit die tijd is alleen dit gebroken oude mozaïek overgebleven.’ Op een avond na een lezing kwam een keurige heer, die met moeite liep, op mij af en vroeg of ik even met hem mee naar zijn huis wilde gaan. Op zijn schoorsteenmantel stond een prehistorische vaas uit mijn vaderland. Ik durfde hem niet aan te raken. ‘Pak hem, anders zal je de laatste trein missen.’ Gisteravond overhandigde een oude vrouw me een verpakt boekje: ‘Toen ik een meisje van 12 was, heb ik het van mijn vader gekregen. Altijd bewaarde ik het in mijn nachtkastje.’ Het was een kapot boekje zonder kaft of een titel en het ging over een spookschip, dat in het jaar 1676 in de buurt van Kaap de Goede Hoop uitvoer en in een storm verdween. Een mysterieus verhaal over piraten, liefde, slavenhandel, zeegevechten en over de VOC, de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De sympathieke Hollandse kapitein Willem van Decken gaat met gebolde zeilen tegen de storm de zee in. Maar hij verdwijnt in de zee en kan nooit meer terugkeren. Zijn verlangen naar huis wordt zo groot dat zijn geest tot de meest gevreesde zeeman aller tijden groeit. Scheepslui van de andere schepen zien een spookachtig schip met Hollandse vlag met alle snelheid voorbij komen. En aan het roer zien ze een uitgemergelde kapitein staan met de ogen strak op de horizon, op Holland. Het ontroerende levensverhaal van kapitein Willem van Decken, de Vliegende Hollander, heb ik tot me genomen, maar door de pagina’s die ontbraken, weet ik nog niet hoe het verhaal begon en hoe het eindigde. De geschenken die ik krijg zijn allemaal bijzonder, maar waarom heeft die oude mevrouw dat kapotte boekje aan mij gegeven? Wie weet, misschien moet ik ooit een grote roman over die Hollandse zeeman schrijven om hem terug naar huis te laten keren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden