De vlieg van Memling

Wat weten we van Hans Memling, de grootmeester van de Vlaamse primitieven?Het is verbazend hoe weinig onderzoek is verricht. Memling heeft zich vooral onderscheiden als een vernieuwer van de portretkunst en dat is de hele zomer in Brugge te zien....

De ene draagt een rode muts, de ander een zwarte tabbaard, weer een ander een wambuis met een rode kraag en een zwarte fluwelen mantel. Op het Portret van een oude vrouw geeft Hans Memling geraffineerd de witschakeringen weer van haar hoofddoek. Veel van de door Memling geschilderde mannen dragen zwarte kleren en mutsen; ze bidden, ze kijken onverstoord, ze zijn door de schilder betoverd, hij heeft ze in een spiegel gevangen. Maar wie zijn ze? En wie was Memling?

De Vlaamse ‘primitief’ Hans Memling, de meest befaamde Brugse schilder uit het zogenaamde herfsttij der Middeleeuwen, had in de ogen van veel opgezweepte 19de-eeuwse romantici een haast goddelijke status. Ze noemden hem ‘de Fra Angelico van het Noorden’. Jarenlang kregen bezoekers van het Sint-Janshospitaal in Brugge uit de mond van museumgidsen een larmoyante geschiedenis te horen, die hardnekkige en onuitroeibare legende van de schilder die bij de poort van de ziekenzaal halfdood was aangetroffen. Hij had zich als huursoldaat bij het leger van Karel de Stoute ingelijfd. Toen de hertog in 1477 in Nancy sneuvelde, keerde Memling uitgeput en doodziek naar Brugge terug, waar hij voor de poorten van het Sint-Jans neerviel.

Memling werd door die dweperige bewonderaars meegesleurd in een sentimentele maalstroom van verhalen. Het Memlingmuseum, een bedevaartsoord voor religieuze romantici, bezit zes van zijn meesterwerken, onder meer het bekende Ursulaschrijn. Het is een door hem uit dankbaarheid beschilderde reliekkast. De ‘rijve’, zoals het schrijn wordt genoemd, is een fors gebouwtje van hout met een laat-gotisch zadeldak, pinakels en nisbeeldjes, waarin behalve de relieken van elfduizend maagden ook nog eens een steentje van het graf van Christus en een haar van Onze Lieve Vrouw worden bewaard. Het schrijn is het eerste werk van Memling dat onder zijn naam in de geschiedschrijving voorkomt, in het bekende Schilder-Boeck van Karel van Mander. De schilderingen op de reliekkast vertellen de geschiedenis van de prinses en martelares Ursula, die na een goddelijke ingeving besloot met duizenden maagden een pelgrimstocht naar Rome te ondernemen. Bij hun terugtocht echter werden ze nabij Keulen uitgemoord.

Hoe Memling er uitzag, weten we niet. Er is geen enkel portret van hem. Had hij een papperig gezicht en was hij van het ‘rossige’ type? Droeg hij hospitaalkleren, zoals in de legende van de huursoldaat? Lange tijd meenden sommige kunsthistorici in een mansportret van Dieric Bouts de gelaatstrekken van de schilder te herkennen. Anderen beschouwden zijn Portret van een man met rode muts, een ietwat somber kijkende man van rond de vijftig voor een stenen raam, als zijn zelfportret; weer anderen beweerden dat de broeder van het Sint-Janshospitaal, die vanachter een pilaster gluurt rechts op het middenpaneel van het Johannesretabel, in het Brugse Memlingmuseum, waarschijnlijk de schilder zelf is.

Het slaat, ook die anekdote over het Ursulaschrijn en de slag van Nancy, allemaal nergens op; we weten niet eens hoe oud hij was toen hij in 1494 stierf en wie eigenlijk de schilder was die schuilging achter de naam Memling – of was het Hemling, met een lange verticale middenstreep, of Meenlinck, van Menninghen, Merlinck, Meenlyncx, Meelinc, Meynlynck of Memmelin? We weten het niet.

Ook over zijn opdrachtgevers, die hij portretteerde, weten we weinig. De obscure Memling, vermoedelijk een leerling van Rogier van der Weyden, was ongetwijfeld een tijdlang de meest succesvolle portrettist in de Bourgondische Nederlanden; meer dan de helft van het aan hem en zijn atelier toegeschreven oeuvre van bijna honderd schilderijen bestaat uit portretten: dertig ten halven lijve en ruim twintig ten voeten uit. We weten niet of nauwelijks wie de man met de rode muts is – het was in elk geval geen zelfportret, of die heer met een kraag van gevlekt bont, of de man met een munt van keizer Nero – is het de geleerde kunstverzamelaar Bernardo Bembo? – , of die strenge mannen met een brief, een gouden koord, een anjer, een schriftrol, een bidsnoer of een pijl, zelfs niet wie de sibylla sambetha is, de ‘Perzische sibille’ op wellicht het bekendste schilderij van Memling, Portret van een jonge vrouw, een voorname dame met een wrat op haar rechterneusvleugel die met vrome dromerigheid poseert, de handen zuinig op de lijst. Wie het zijn, weten we niet.

‘Opus Iohannis Memling 1479’ staat er op het Johannesretabel, een van de twee voluit gesigneerde werken die tot een reconstructie van zijn oeuvre kunnen leiden. Dat weten we dus wel. Volgens Memling-kenner Dirk De Vos is het een min of meer exacte overschildering van het oorspronkelijke opschrift. Het is verbazend hoe weinig technisch onderzoek is verricht op het werk van Memling. Nog lang niet alle schilderijen zijn onderzocht door middel van infraroodreflectografie, die de ondertekening of de eerste schets op het paneel zichtbaar maakt, of dendrochronologie, een hulp bij de datering van een werk. Memling is een duister schilder; we weten nauwelijks hoe hij heeft geleefd, met wie hij omging, wie zijn opdrachtgevers waren, en wie al die intrigerende gezichten zijn die hij heeft geportretteerd.

In 1994, vijfhonderd jaar na de dood van de schilder, organiseerden de musea van Brugge een tentoonstelling over de onbekende Memling, die populair was in de 19de eeuw, de lieveling van de romantici. In dat jaar begonnen kunsthistorici een onderzoek naar zijn werk, waar we deze zomer in de tentoonstelling Memling en het portret in het Brugse Groeningemuseum het resultaat van kunnen zien.

Bij een recente reiniging, een restauratie van de National Gallery of Art in Washington waarvan de bevindingen nog niet wetenschappelijk zijn gepubliceerd, ontdekten kunsthistorici op het Portret van een man met een pijl dat tussen de duim van de man en zijn hemd een vlieg is geschilderd. Die zat er blijkbaar vroeger niet, dat illusiespel is pas nu ontdekt. Het schilderen van bedrieglijk echte vliegen was een veel voorkomende techniek in Memlings tijd omwille van het ‘spel van schijn en wezen’. Het is een heel bijzonder portret: zorgvuldig geschilderd, streng gelaat, geportretteerd met een attribuut – een pijl van zijn schuttersgilde, de vingertoppen over de lijst en een vliegje waarmee Memling zijn vaardigheid demonstreerde.

Het nadrukkelijk tentoongespreide illusionisme op sommige van Memlings portretten, het spel met de werkelijkheid, met balustrades waar de geportretteerden hun handen op leggen, trompe-l’oeil-omlijstingen, die vlieg ook, lijken rechtstreeks geïnspireerd door portretten van Jan van Eyck. De handen van zijn modellen rusten meestal op de onderregel van de lijst, die als een soort borstwering fungeert. Memling heeft zich vooral onderscheiden als een vernieuwer van de portretkunst. De afgebeelde personen zijn meestal biddende figuren, en trois quarts, de vingers veelal op het kozijn van het schildersraam. Het diafane portret, de jonge vrouw die kijkt zoals Da Vinci’s Mona Lisa met een mysterieuze, bijna glimlachende blik, is als het ware het artistieke credo van Memling. Het vat alles samen in een enkel beeld: de gladde schildertechniek van de kunstenaar, zijn opvattingen over compositie en het sobere, vaak ook symbolische gebruik van kleuren.

Het Portret van een jonge vrouw toont een dame met een bleek gelaat, hoog weggestoken haar, een gesteven doorzichtige hoofddoek en donkere kledij. Is het een spiegelportret? Is de vrouw op het schilderij wel de sibille die voor Memling poseerde? De schilder had altijd de neiging om ogen en monden te vergroten, neuzen langer te maken en hoekige contouren af te ronden. Hij verkleinde het verste oog; de irissen schilderde hij meestal groot.

Slechts een twintigtal werken van Memling is gedateerd; dat maakt het voor kunsthistorici niet gemakkelijk. Er zijn ook weinig formele of inhoudelijke verschillen. Memling en het portret resumeert de zwerftochten en lotgevallen van Memlings oeuvre en toont aan hoe groot de invloed van de schilder is geweest op de Italiaanse portretschilderkunst. Zijn belangrijkste bijdrage aan de portretkunst in die tijd was de invoeging van een achtergrondlandschap – zijn meest kenmerkende portrettype. Veel van zijn portretten, die hij vooral voor Italiaanse opdrachtgevers schilderde, zijn bezaaid met pittoreske gebouwen, minuscule figuurtjes en details als ruiters en op het water drijvende zwanen. Ze herinneren aan de uitspraak van Michelangelo dat de schilders uit het Noorden ‘dingen’ schilderen ‘die je opvrolijken en waarover je geen kwaad woord kunt zeggen . . . het groene gras van weiden, de schaduw van bomen, en rivieren en bruggen, die ze landschappen noemen’. De uitspraak van Michelangelo was als een sneer bedoeld; portretkunst was een inferieure kunstvorm. Een portret was vooral een soort souvenir, een herinnering aan de Brugse jaren; je kon het gemakkelijk in je koffers meenemen.

Memling had een onmiskenbaar talent om zijn geportretteerden zowel te individualiseren als te idealiseren. Dat was ongetwijfeld een verkoopargument voor klanten die een zo positief mogelijk beeld van zichzelf voor het nageslacht wilden bewaren. De schilder had weliswaar standaardtypen wat pose, vorm en afmeting betreft, maar door de gedetailleerde gelaatstrekken en de attributen – een brief, een snoer, een munt, een pijl – werd het schilderij de spiegel van de geportretteerde. Een door Memling geschilderd portret kijkt niet zelf. Volgens De Vos nodigt het de beschouwer uit zich erin te verliezen als in een alter ego. ‘Memlings schilderijen zijn spiegels van Narcissus, men bekijkt ze niet, men staart erin.’ Memlings mannen en vrouwen kijken de toeschouwers bijna nooit aan. De meeste portretten, maar ook zijn andere schilderijen, leveren zich – zoals nu in Brugge is te zien – over aan de vleiende, aftastende blik van de beschouwer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden