de vlaflip is op

Hooguit 25 mensen kunnen er in Het Restaurant (Restaurantje zou een betere naam zijn), maar het eten is er goed....

Laten we eerlijk wezen, het klinkt ronduit pretentieus je restaurant Het Restaurant te noemen. Maar misschien is het wel een ironische verwijzing naar De Bank, want die wilde kokkin Carline Schlüter drie jaar geleden geen 75.000 gulden lenen om haar eigen restaurant te beginnen. Pre ten ties zijn hoe dan ook ver te zoeken in het pandje met san se veria's voor het raam aan een straatje in de Amsterdamse Westerparkbuurt. Res tau rantje zou trouwens een betere naam zijn geweest, want er kunnen hooguit 25 mensen in. En dan zit je dicht op elkaar. De inrichting is simpel. Houten keukenstoelen op plavuizen tussen gesausde muren, maar wel wit linnen op tafel en porselein met roosjes en gouden randjes. Achter een doorgangetje met wc's is een kleine keuken.

Het Restaurant is een duobedrijf. Carline, een rossige vrouw van in de vijftig, kookt, een mannelijke leeftijdsgenoot met een montuurloos leesbrilletje op het puntje van zijn neus, doet de bediening en de afwas. Er is geen muziek, waardoor soms onverwachte stiltes ontstaan waarin een los woord als een druppel op een zinken plaat valt in plaats van in een plasje achtergrondmuziek.

De kaart gaat van gehaktbal tot ganzenlever. Die nemen we niet. We nemen wel een kopje bouillon met omeletreepjes en tonijn met coquille vooraf. De bouillon is bouillon, daar zijn we snel klaar mee. Het bordje rauwe tonijn met dun gesneden coquille is voortreffelijk. De mosterddressing is lichtzuur en pittig. Gelukkig is Car line niet voor de verleiding gevallen er een zoetje in te doen.

Tussendoor eten we een goede paddestoelrisotto, smeuïg, maar niet papperig, en een gekke kaasfondue met stengels bleekselderij. Grappig idee om dat als tussengerecht te serveren. Als hoofdgerecht is het zo saai. In de fondue drijven groene sliertjes. Schimmels van de gorgonzola, meldt de ober na ruggespraak in de keuken. 'Die lossen niet helemaal op. Het is er echt niet zomaar ingevallen.' Dat dachten we ook niet.

De smaak van de fondue gaat, maar hij is zo dun als ongeslagen room waardoor het een hele toer is om er wat van aan de selderijstengels te laten kleven. Stiekem blazen we het kaarsje onder het pannetje uit in de hoop dat de kaas dan stropig wordt. Maar dat helpt niet. De substantie wordt er alleen maar smakelozer van.

Als hoofdgerecht doen we ons te goed aan een stuk rib-eye met paddestoelen en boerenkool in een rijke rodewijnsaus en konijnenkluifjes in zoet zure tomatensaus. Goed eten. Dat het toetje een probleem zou worden, zagen we aankomen. Al toen we binnenkwamen, stond op een schoolbord aan de muur dat de vlaflip en de taart op zijn. In de loop van de avond komt daar de chocolademousse bij. Wat er nog wel is? 'Tja, kaas hè', zegt de ober over zijn brilletje heen. We houden het op koffie. Vlaflip. Zuurzoete herinneringen aan lange lepels in hoge glazen komen bovendrijven. Hoe kan vlaflip nou op zijn? 'De yoghurt is niet geleverd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.