Column

De vissers van Quarteira zijn nog échte mannen!

In een vorig leven was ik een stoere zeebonk, met pijp en schurftige ringbaard, in een mottige door mama gebreide Noorse trui (geïnspireerd op Burda-patronen, model James Onedin) en creperend van de exotische soa's, scheurbuik en beriberi. Zulke mannen worden niet meer gemaakt.

'Bij nacht en ontij moest ik op touwladders gigantische Russische olietankers beklimmen, waarna ik - jong en aanstootgevend als ik was - dronken werd gevoerd door Siberische ploerten.' Beeld Gabriël Kousbroek

De vissers van Urk en Volendam - toch al genetisch uitgedaagd want neef en nicht geeft scheef gezicht - zijn vandaag de dag allemaal look-alikes van de Portugese gendertwijfelaar Ronaldo en staan stijf van het Colombiaanse marcheerpoeder. Des zondags zitten ze als watjes en papkindjes naast mama in de kerk en zingen ze vroom en luidkeels, met een kater en een bek vol pepermunt, 't Scheepke onder Jezus' hoede.

Nee, dan de vissers van Quarteira! Vanwege het hoogfeest van Nossa Senhora da Conceição, de onbevlekte ontvangenis van Maria, heb ik aangemonsterd op een schuit vol rauwe Algarvianen. Wij varen tezamen met tientallen andere bootjes (ondanks het feit dat het windkracht 10 op de schaal van Beaufort is) naar een heuse zeemis waar de priester de scheepjes gaat wijden, onder toezicht van een tamelijk goedkoop ogend beeldje van de Senhora en opgeluisterd door de plaatselijke fanfare.

Onze boot is door de zeemannen versierd met blauwe en witte lintjes, hetgeen ik vrij truttig vind, maar door schade en schande wijs geworden zwijg ik maar. De kerels hebben proviand meegenomen, van vette piripirikip tot gestoofde kabeljauwogen en Mozambikaanse bonensoep. De beruchte caipirinhaman is ook aan boord. Gelukkige heb ik zeebenen en een stalen maag. Graag mocht ik tijdens herfststormen op een ouwe stinkende veerboot van rederij Doeksen frikandellen speciaal en friet met zure mayonaise wegspoelen met Berenburg terwijl de medepassagiers lijkbleek naar de reling schoten om de Waddenzee vol te kotsen.

Zoals gezegd, werd ik geboren met een fier zeemanshart en op 12-jarige leeftijd verliet ik - nadat mama mij had voorgelezen uit de Scheepsjongens van Bontekoe - de lomschool en monsterde ik aan op een bunkerboot in de Rotterdamse haven. Ik kocht een rood mutsje in het genre dat die vervelende kwal van Drukwerk altoos droeg en liet me twee enorme oorbellen aanmeten. Bij nacht en ontij moest ik op touwladders gigantische Russische olietankers beklimmen, waarna ik - jong en aanstootgevend als ik was - dronken werd gevoerd door Siberische ploerten.

Terwijl de Portugese zeebonken nu snikken bij het aanschouwen van het beeldje van Nossa Senhora, denk ik terug aan mijn tijd als Ketelbinkie. Ik kijk naar mijn gemanicuurde handjes en denk: waarom ben ik verworden tot een ongewervelde krabbelaar? Moedertje, waar ging het mis?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.