De virtuoze verteller

Dinsdag opent in brussel een grote tentoonstelling over willy 'suske en wiske' vandersteen. Hij zou onlangs 100 zijn geworden. Was hij goed? Drie striptekenaars geven antwoord.

GE WASCO (1957) IS EEN EXPERIMENTEEL TEKENAAR MET EEN GROTE LIEFDE VOOR HET PULPVERLEDEN VAN DE STRIP. HIJ TEKENT VEEL PINGUïNS EN KATTEN EN IS DE GEESTELIJK VADER VAN APENOOTJES EN TUITEL & PHIWI. ZIJN VERHALEN VERSCHIJNEN BIJ MICROBE.

Wat vond je van Suske en Wiske toen je klein was?

'Mijn jeugd speelt zich af in de vroege jaren zestig in Groningen en vanaf het begin was ik gek van strips. De eerste albums die ik had, waren Het hondenparadijs en De kaartendans. Ze waren met een vernuftig proces gedrukt in zwart en oranje, waarmee men erin slaagde een heel rijk kleurenpalet te creëren. De mooiste albums zijn toen ontstaan, prachtige sentimentele verhalen vol sprookjeselementen en drama. In De schone slaper wordt Wiske (een duizend maal interessanter figuur dan Suske) blind en kwetsbaar en dat vond ik in die tijd werkelijk heel droevig.'


'Kortom, ik werd een fan en wilde alle Suske en Wiskes hebben, niet wetende dat de reeks al twintig jaar bestond. Juist toen besloot men de serie voortaan in vierkleurendruk uit te geven en ik herinner me duidelijk dat ik De poenschepper cadeau kreeg. Lambiek is hierin bijzonder egoïstisch, gemeen en harteloos, wat ik heel aantrekkelijk vind. Samen met De poenschepper verscheen in kleur Het eiland Amoras als nummer 68 en hier begon voor mij de ellende als verzamelaar. De nummering van Suske en Wiske-albums was en is krankzinnig. Omdat de albums aanvankelijk in het Vlaams verschenen en daarna in een speciale editie voor Nederland, was er bijna vanaf het begin een dubbele nummering. Het album De duistere diamant had in Nederland nummer 23, maar in België 34!


De Vlaamse Albums werden mijn heilige graal. Ik vond en vind Vlaams veel mooier dan Nederlands. Het is gewoon exotischer en raarder. In een tweedehandsbak kon ik het album De zwarte madam voor een paar kwartjes opdiepen en dit was lange tijd mijn kostbaarste bezit. Het is het laatste verhaal van Vandersteen dat nog geheel ongedwongen is. Hierna zal hij zijn balloons op mechanische wijze netjes twee millimeter onder de bovenste kaderrand plakken. Alles aan Suske en Wiske wordt steeds ordelijker. Beter getekend, maar ook minder poëtisch.'


Waarin zit de grote charme van Suske en Wiske?

'Het fijnste van ieder Suske en Wiske- album is het begin. Er is altijd een mysterie aan de hand. Pagina's lang sluipen onbekenden rond het huis van tante Sidonia, vermomd, onherkenbaar, geheimzinnig. Vandersteen slaagt er altijd weer in verwachtingen te wekken. We verlangen ernaar te weten wat de ontknoping is en dan zijn er inmiddels allang weer nieuwe raadsels die ons verder door het verhaal zuigen. Er zijn spoken, tovenaars, tijdmachines, robots, ruimteschepen en er is heerlijk veel gemopper en gezeur.


Als je Suske en Wiske leest, moet je beseffen dat het een krantenstrip is. Het vertellen gaat met horten en stoten. Actie wordt te pas (en te onpas) onderbroken voor een grap, want de lezer moet iedere halve pagina geamuseerd worden.'


Wat heb je geleerd van Vandersteen?

'Verreweg het belangrijkste wat ik van Suske en Wiske heb geleerd, is het verhalen vertellen. Grijp de lezer bij zijn lurven. Creëer een mysterie. Maak van alles een droom. Over het tekenen helaas negatieve dingen: Word niet te stijf. Blijf spontaan!


Mooi vind ik het knotje bij de oude Wiske. En dat Suske het jongetje is en Sus een afkorting is van Franciscus. Er zou eigenlijk ook nog iets gezegd moeten worden over de grootheidswaan van Willy V. Al die reeksen die naast Suske en Wiske verder nog verschenen. De VRESELIJKE Duitse Bessie-reeks! In sommige opzichten is Vandersteen een echte imperialist die de wereld wilde veroveren. En uiteindelijk bij Nederland bleef steken.'


AIMÉE DE JONGH (1988) IS ANIMATIEMAKER EN MANGATEKENAAR. ZE PUBLICEERDE BIJ UITGEVERIJ BEEDEE HAAR STRIPDEBUUT AIMÉE TV EN MAAKT DE DAGSTRIP SNIPPERS VOOR DE GRATIS KRANT METRO.

Wat vond je van Suske en Wiske toen je klein was?

'Mijn ouders hadden een grote kast vol met strips. Ik herinner me de oranje plank met tientallen albums van Suske en Wiske, naast Robbedoes en Kwabbernoot, Asterix & Obelix en Lucky Luke. Als kind pakte ik vaak willekeurige albums en las ze in één adem uit.


Toen ik ouder werd, kreeg ik favorieten. De levendige strips van Franquin en Morris sprongen er voor mij uit. De Suske en Wiske-albums waren daarbij vergeleken heel braaf en strak. De tekeningen misten het karakter en de dynamiek die ik kende van mijn andere favorieten. De paarden van Morris renden bijna de pagina's af, maar de paarden van Vandersteen stonden stil, ook al waren ze in galop. Robbedoes-albums waren soms korte films op papier, waar Suske & Wiske-albums meer als een krampachtig toneelstuk voelden. '


Wat is je favoriete album en waarom?

'Van de albums die ik van Vandersteen las, bleef De zingende zwammen me altijd bij. Het was eigenlijk vooral de tekenfilm van het album die mijn interesse wekte. Daarin was een griezelige atmosfeer neergezet, die compleet tegen de kinderlijke liefheid van Suske en Wiske in ging. Toen ik het album las, was ik verrast door de mystiek en de duistere ondertoon in dat scenario. Dat veranderde veel in mijn mening over Suske en Wiske. De tekeningen van Vandersteen spraken me nog steeds niet erg aan, maar ik ontdekte toen dat hij een meesterlijk verteller was.'


Hoe zou je de typische Vandersteen-tekenstijl omschrijven?

'In Suske en Wiske is het lijnwerk van Vandersteen heel efficiënt. Strak en gecontroleerd. Als lezer voel je de discipline en het geduld dat hij erin stak. Vandersteen doet het simpel lijken, maar iedere striptekenaar weet wel beter. Hoe minder detail je gebruikt in tekenwerk, hoe moeilijker het is.'


Wat heb jij als stripmaker van Vandersteen geleerd?

'Door zijn tekenstijl op zich ben ik haast niet beïnvloed. Die credits gaan naar Franquin. Maar Vandersteen was een harde werker die verschillende succesvolle stripreeksen maakte. Hij was een striptekenende superster. Die werklust en passie voor het stripverhaal bewonder ik enorm. Ik probeer ook zo veel mogelijk verschillende strips te maken, in diverse vormen en stijlen. Op die manier blijf ik mezelf uitdagen.'


LUC MORJAEU(1960) IS EEN VLAAMS STRIPAUTEUR, DIE DE LEIDING HEEFT OVER HET TEKENTEAM VAN SUSKE EN WISKE. DAARVOOR TEKENDE HIJ MEE AAN JOMMEKE VAN JEF NYS EN PUBLICEERDE HIJ EEN STRIPVERSIE VAN ERIK OF HET KLEIN INSECTENBOEK VAN GODFRIED BOMANS. DEZE MAAND VERSCHIJNT HET DOOR HEM GETEKENDE ALBUM HET IJZEREN DUEL, NR. 321 VAN DE RODE SUSKE EN WISKE-REEKS.

Wat vond je van Suske en Wiske toen je klein was?

'Als kind heb ik mijn albums van Suske & Wiske zo dikwijls gelezen dat ze helemaal stuk zijn. Ik heb Willy Vandersteen nooit persoonlijk gekend, maar heb hem wel een keer ontmoet toen ik 19 jaar was. Ik had een wedstrijd in een nationale krant gewonnen en Willy Vandersteen heeft mij toen de prijs uitgereikt: vijftig albums van Suske en Wiske.


Mijn vriendin - nu mijn vrouw - spoorde me toen aan om door hem een tekening in één van de albums te laten maken. Die tekening (van Lambik) heb ik trouwens nog steeds. Mijn favoriet album is De duistere diamant. Ik hou van heel het album; de sfeer, het verhaal, de tekeningen'


Hoe zou je de typische Vandersteen-tekenstijl omschrijven?

'De stijl van Vandersteen is door de jaren heen enorm geëvolueerd. Hij maakte niet alleen enorm veel albums, hij tekende in verschillende genres. Vergelijk bijvoorbeeld Rikki en Wiske in Chocowakije met latere reeksen zoals Robert en Bertrand, De rode ridder, Biggles of Safari. Vergeet ook niet dat hij een grote studio had, met getalenteerde medewerkers. Ook zij bepaalden, elk op hun manier, het uiteindelijke resultaat.


De typische, oorspronkelijke stijl zou ik omschrijven als de ideale manier om zijn unieke vertelkunst om te zetten in grafisch duidelijke en aantrekkelijke beelden. Het feit dat hij ook realistische reeksen maakte gaf zijn meer humoristisch werk een grafische 'stevigheid'. Omgekeerd was er ook een positieve invloed. Grafisch vond ik zijn werk het beste eind jaren vijftig en begin jaren zestig.'


Wat is aan een Suske en Wiske-verhaal zoals Het ijzeren duel typisch Luc Morjaeu?

'Ik probeer zo goed mogelijk in de geest van Vandersteen te werken, maar ik bén Willy Vandersteen niet, dus ik zal wel mijn eigen accenten leggen. Het is moeilijk voor mij om te zeggen wat ik anders doe. Vergeet ook niet dat ik het scenario niet zelf schrijf, dat doet mijn goede vriend Peter Van Gucht. Hij bepaalt voor een groot deel het ritme en de sfeer.


Gelukkig werken we heel goed samen. We hebben allebei grote bewondering voor de vertelkunst van Willy Vandersteen en hebben dezelfde ideeën over de grafische uitwerking. Als Vandersteen een verhaal maakte zat alles goed in elkaar; tekst én beeld gingen perfect samen. Hij bedacht ook de kleurrijkste personages. Hopelijk vindt de lezer dit ook allemaal terug in Het ijzeren duel. Voor de rest probeer ik er niet voortdurend aan te denken, dat zou verlammend werken als ik begin te tekenen.'


EXTRA - PROFETISCHE CREATIEVELING

'Je kunt er niet omheen', zegt Johan De Smedt over het fenomeen Suske en Wiske. Hij is hoofdredacteur Strips bij Standaard Uitgeverij, onderdeel van WPG Uitgevers België. 'Jaarlijks worden er 1,2 miljoen titels verkocht in 21 talen. Grofweg wordt 75 procent van de albums verkocht in Nederland, 25 procent in Vlaanderen. Domweg omdat er in Nederland meer mensen wonen', zegt De Smedt. Hij noemt Vandersteen een ongebreidelde creatieveling en een zeer goed verteller, met humor en een profetische blik. 'Zelfs met een ecologische visie, want in Het Sprietatoom uit 1946 laat hij de auto Vitamitje lopen op gewoon voedsel, zoals er nu wagens rondrijden op slaolie!'


EXTRA - WILLY VAN DER STEEN

Al op jonge leeftijd toonde Willy Vandersteen zijn creativiteit. Hij maakte tekeningen van de wielrenners die tijdens wedstrijden door de Antwerpse volkswijk De Seefhoek reden. Ook schreef hij korte verhalen en toneelstukjes. Zijn carrière als striptekenaar kwam pas op gang toen door een Duits embargo in de Tweede Wereldoorlog Amerikaanse strips niet meer beschikbaar waren. In 1944 bedacht hij de verhalen van Suske en Wiske (toen Rikki en Wiske), waarvan deze zomer het 327ste deel uitkomt.


EXTRA - Willy Vandersteen vertelt. Belgisch Stripcentrum


Zandstraat 20, 1000 Brussel. 12/03 t/m 01/09


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden