De vioolmoeder is een flierefluiter

Nederlandse ouders hebben wel heel weinig tijgerbloed.

‘Mijn dochter wilde per se op vioolles’, begint een heel jonge moeder haar vraag, aan pedagoge Jeanne Meijs, die net haar lezing getiteld ‘Controleren of vertrouwen’ heeft afgerond.

Viool gekocht, les geregeld. Maar, na twee lessen vond dochter het niet meer leuk. ‘Nu zegt haar viooljuf dat ik er naast moet gaan zitten, elke dag, drie kwartier!’ zegt de moeder. ‘Maar ga ik dan niet veel te veel controleren?’

Zeven types
Voor ik u vertel wat Jeanne Meijs antwoordde, geef ik u, lezer, eerst een testje waarmee u er achter kunt komen welk type ouder u bent.

De beroemde pianopedagoog Margit Varró schetst in haar pianolerarenbijbel uit 1929 (Der Lebendige Klavierunterricht) zeven types ouders met wie de pianodocent te stellen krijgt.

Een is de conservatief-kritische, die zweert bij Folk Dean, en zich afvraagt waar al die nieuwlichterij voor nodig is. Twee is de eerzuchtige, bij wie er thuis negen broertjes en zusjes waren, en geen rooie cent voor muziekles, wat betekent dat zijn kind nu zijn handjes mag dichtknijpen als dank voor de hem geboden kansen.

Drie is de bezorgde en gewetensvolle, die altijd samen met de kinderen oefent en de kinderen, aldus Varró ‘van elk initiatief berooft’.

Vier is de ongeduldige, die de leraar niet streng genoeg vindt, en het kind niet ijverig genoeg, en die mokt als het kind na drie weken alleen nog maar Old MacDonald’s had a farm speelt.

Vijf is de bezorgde kloek die waakt over de gezondheid van haar kasplantje, voor hetwelk piano-studeren na een drukke schooldag al gauw te vermoeiend is.

Zes is de strenge regelneef, die eist dat het kind elke dag exact 30 minuten studeert, weer of geen weer, zonder ooit zelf er naast te gaan zitten.

Zeven is de flierefluiter, die zich er niet mee bezig houdt of z’n kind wel of niet piano studeert, en die als dat zo uitkomt de pianoles gewoon even afzegt.

Aandacht
Als ik alle mede-ouders, muziekschool-ouders, piano-ouders en viool-ouders die ik ken voor m’n geestesoog laat passeren, valt me op dat het overgrote deel valt in de categorie flierefluiter. De om de gezondheid van haar kasplantje bezorgde kloek ken ik ook wel, en de bezorgd-gewetensvolle ben ik zelf.

Maar Nederlandse ouders hebben frappant weinig tijgerbloed in zich. Van de tijgermoeder-types die Varró karakteriseert als de eerzuchtige (type twee), de ongeduldige (type vier) en de regelneef (type zes) kan ik me geen enkel exemplaar voor de geest halen.

Toch wringt er iets bij al dat geflierefluit. In spanning wacht de zaal dan ook af hoe de wijze, grijze pedagoge Jeanne Meijs de vraag over het viool-studeren gaat beantwoorden. ‘Te veel controle, dat willen we niet’, zegt Jeanne. ‘Maar bedenk dat controle eigenlijk geperverteerde aandacht is.’ En aandacht, legt ze uit, dat moet je willen geven. ‘Je moet er bij gaan zitten, elke dag, en je moet die viool helemaal doordrénken van jouw aandacht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden