Column

De vicieuze cirkel der opgewachte spelersbussen

Het is u misschien ontgaan, maar ook in Groningen zijn de supporters boos - en daarom gingen ze zondagavond de spelersbus op staan wachten. Niet zozeer om de boel kort en klein te slaan, maar om 'opheldering' te vragen. Sterker nog, ze eisten opheldering.

Toen ik het hoorde moest ik eerst gapen, en daarna zapte ik langs Alberto Stegeman, die ook allerlei mensen om opheldering aan het vragen was, op SBS6, terwijl hij steeds even schuin achterom keek of de camera wel draaide. Opheldering eisen is bevredigender wanneer de wereld meekijkt.

Iedere voetbalsupporter heeft zo af en toe recht op een beetje opheldering, vooruit, ik doe daar niet lullig over. Je bent gefrustreerd dat die voetballertjes er niets van bakken - en je moet toch ergens heen met je ellende. Dus wat doe je op zulke momenten: je eist opheldering. Het wachten is alleen nog even op de spelersbus.

Waar de traditie exact vandaan komt, is lastig te achterhalen, maar een wonderlijk verschijnsel is het, dat opwachten van spelersbussen. Voor mijn gevoel is het iets van pakweg de laatste tien jaar: ik kan me niet herinneren dat ik in mijn fanatiekste tijd als supporter ooit heb overwogen een spelersbus op te wachten, hoezeer ik ook vond dat ik wel wat opheldering verdiende. Het fenomeen was simpelweg nog niet verzonnen.

Maar moet je nou eens kijken.

Je hoeft nog maar een wedstrijdje of drie te verliezen, of hele volksstammen laten hun babi pangang koud worden, om woedend ten strijde te trekken op hun vrije zondagavond. Er sluipt een zekere routine in, lijkt het wel. Of gewenning.

Een paar jaar geleden was trainer Marco van Basten nog stomverbaasd toen hij verantwoording moest afleggen aan een stel opgefokte capuchonnetjes, maar Georginio Wijnaldum is in zijn voetballeven al vaker opgewacht door boze supporters, dan dat hij prijzen won. Na elke nederlaag belt Georginio alvast naar huis tegenwoordig. Dat het wat later wordt.

Wij van de media zijn medeplichtig in deze, want we besteden er gretig aandacht aan. Ieder groepje boze supporters bij een spelersbus, waar ook in Nederland, haalt gegarandeerd de kranten of de televisie. En dat stimuleert weer, want ook in Oss en Helmond willen ze wel eens wat opheldering, zo onderhand. Zie hier de vicieuze cirkel der opgewachte spelersbussen.

Een ander deel van het probleem zit hem in de populaire slogan 'de club is van ons'. Een theorie die ook ik in mijn tienerjaren heb aangehangen - hij bekt vrij lekker - tot ik erachter kwam dat hij hooguit ten dele klopt. 'De club' is misschien wel een klein beetje 'van ons', maar hij is net zo goed van de voorzitter, of van de spits, of van de sponsor. De club is niet zozeer van ons, maar van iedereen, en anders van niemand in het bijzonder.

Dat is verwarrend, ik begrijp dat, maar als u daar opheldering over eist, dan zie ik u binnenkort wel verschijnen.

 
Je hoeft nog maar een wedstrijdje of drie te verliezen, of hele volksstammen laten hun babi pangang koud worden, om woedend ten strijde te trekken op hun vrije zondagavond. Er sluipt een zekere routine in, lijkt het wel. Of gewenning.
Sjoerd Mossou
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden