De veteraan, het talent en de droom die eredivisie heet

De eredivisie is vrijdagavond begonnen. Het blijft een competitie met een geheel eigen karakter. Over elke dag drie uur heen en weer naar Deventer en de coach als marktkoopman; de gevoelstemperatuur vijf keer gemeten.

Scoren op het hoogste niveau

De eredivisie heeft Pellè, Sigthorsson, Matavz en Johannsson, maar de eredivisie koestert ook oer-Hollandse spitsen als Michiel Hemmen, Alex Schalk en Marnix Kolder. Kolder. Mooie naam. Geboren in Winschoten, net als Jan Mulder, Klaas Nuninga en Arie Haan. Kolder woont nog vlakbij, in Westerlee, en rijdt elke dag ruim drie uur naar en van Deventer, waar hij aanvoerder is van Go Ahead Eagles.


Verhuizen? Nou, hij was al eens verhuisd, toen hij bij VVV voetbalde. Toen moest zijn vrouw ontslag nemen. Ze hebben een kindje van anderhalf en oma en opa in de buurt. Het is goed zo. Trouwens, Kolder was twee jaar geleden al gestopt met betaald voetbal. Zijn loopbaan was mooi geweest, hoewel hij meer had verwacht. Als speler bij nationale jeugdelftallen was hij teamgenoot van Dirk Kuijt, Joris Mathijsen en Klaas-Jan Huntelaar. Dat schiep verwachtingen.


Hij kwam niet weg bij Veendam. Jaar in, jaar uit zwoegen in de Langeleegte. Hij was al 26 toen hij hogerop kon in de provincie, naar FC Groningen. Door een blessure was de start ongelukkig. Uiteindelijk voetbalde hij dertien duels in de eredivisie, niet eens allemaal volledige wedstrijden. Geen doelpunt gemaakt.


Bij VVV bleef hij in de schaduw van Sandro Calabro, daarna keerde hij terug bij Veendam. Toen hij in 2011 geen nieuw contract kreeg, stopte hij met profvoetbal. Hij werkte sindsdien op kantoor bij Gjaltema en voetbalde bij Harkemase Boys. Na twee maanden belde Go Ahead, dat een spits zocht. Spitsen zijn schaars. Iedereen zoekt spitsen en heel goede spitsen vertrekken naar het buitenland.


Bevrijd van druk in de extra jaren die hem waren gegeven, glorieerde Marnix Kolder in Deventer. Twee prachtige seizoenen, met veertien en vijftien competitiedoelpunten, culminerend in promotie. Nu, op zijn 32ste, zal hij toch wel een keer gaan scoren in de eredivisie? Bovendien beseft hij meer dan eens dat geen beroep zo mooi is als voetballer. Laat het alsjeblieft nog jaren duren.


Alle ballen op het talent

Net 18 jaar maakte Danny Bakker in maart van dit jaar zijn debuut voor ADO Den Haag, in de 87ste minuut van de thuiswedstrijd tegen Vitesse. ADO stond 4-0 achter, thuis. 'Ik was de enige die met het gezicht omhoog van het veld afliep een paar minuten later. Mijn glimlach verdween niet meer. Niemand nam het me kwalijk.'


Nederland leidt voetballers op. Massaal. Niet alleen Ajax en Feyenoord hebben vermaarde scholen, ook andere clubs ontwikkelen talent. ADO bijvoorbeeld. Danny Bakker begon als kind bij Juventas uit Rijswijk, voetbalde vanaf zijn 9de bij Laakkwartier en mocht vier jaar later naar ADO. Mocht, ja. Hij had altijd al op de tribune gestaan met zijn vader, eerst nog in het Zuiderpark. Rechtsbuiten Castelen was vroeger zijn favoriete speler. Later, toen hij iets meer naar zijn eigen positie keek, op het middenveld of centraal achterin, waren dat Kum en Derijck. Hij moedigde mannen aan tussen wie hij nu traint. Schitterend toch.


Hij zakte een paar maanden geleden voor zijn havo, op 0,1 punt. Iedereen bij de club steunde hem bij het herexamen. Kom op, doe even je best, Danny. Hij slaagde. Nu gooit hij alles op het voetbal. Hoewel? Hij wil nog een opleiding volgen. Welke, dat weet hij niet. Het liefst van alles is hij prof. Hij zal veel meedoen bij Jong ADO, is zijn prognose, als middenvelder dus of centraal achterin. Hij hoopt op speeltijd in het eerste elftal.


Deze week had hij zijn zevende rijles. 'Ik ga nu met de scooter naar de club. Straks, in de winter, hoop ik mijn rijbewijs te hebben. Dan kan ik met de auto.'


Zo heeft hij wel twee dromen.


Ver weg, helemaal in Azerbeidzjan

Hoe diep de prestaties van de clubs ook zinken, de Nederlandse voetballer blijft gewild in de wereld. In de schaduw van Strootman en al die anderen, vertrokken de NEC-aanvallers Melvin Platje en Leroy George naar Azerbeidzjan, naar Neftsji Bakoe en FK Qarabag.


Azerbeidzjan? Ja, dat is zo'n oude Sovjet-republiek waar ze veel olie boren, waar rijke zakenlui annex politici zich willen profileren via sport, via voetbal vooral. Zeker de coterie rond president Ilhan Alijev voorvoelt roem dankzij voetbal.


De rijke, ambitieuze mannen willen best zelf spelers opleiden, met het oog op een glorieuze toekomst. Dus verleidde FK Qabala Stanley Brard tot het tekenen van een contract als hoofd opleidingen, voor een salaris van naar schatting een half miljoen euro per jaar.


In dezelfde functie leidde hij Feyenoord naar grote successen. De opleiding van de club uit Rotterdam is de laatste vier jaar uitgeroepen tot beste voetbalschool van het jaar.


Maar de bazen in Azerbeidzjan willen ook vandaag presteren. Vandaar Platje, George, oud-Ajacied Ebecilio (eveneens bij Qabala) en anderen. Zo wordt het speelveld van voetballers over de grens steeds groter, terwijl op het strookje gras in Nederland allengs minder te verdienen valt.


Nederlanders spelen dus als prof in Schotland en Australië, in de Verenigde Staten en Bulgarije, in Rusland en op Cyprus. Onlangs, in Indonesië, stond Sergio van Dijk in de spits van de nationale ploeg tegen het Nederlands elftal, trots als hij was op zijn tweede nationaliteit.


En Irfan Bachdim, opgeleid door Ajax, was teleurgesteld dat hij geen oproep had gekregen van de bondscoach. Hij is actief in Thailand, is een mooie jongen bovendien met inmiddels meer dan vier miljoen volgers op Twitter. Ter vergelijking: Wesley Sneijder vierde onlangs het passeren van de grens van twee miljoen.


Nee, het is allang niet meer logisch dat de Nederlandse prof in de eredivisie voetbalt.


Coach/marktkoopman

Makelaars bieden ook bij RKC een stuk of vijf spelers per dag aan, uit alle windstreken. 'Soms zit er wat tussen, soms niet', zegt trainer Erwin Koeman, optimist in het gevecht tegen de armoede.


'Heel rommelig', noemt Koeman de aanloop naar de competitie. Veertien spelers vertrokken. Met technisch manager Janus van Gelder zoekt hij tot in de uithoeken van Europa naar bruikbare voetballers. Van Gelder werkte vroeger bij de PTT, nu is hij manusje-van-alles. Bezoldigd, dat wel. Koeman heeft 2,1 miljoen euro beschikbaar voor salarissen, tegen een miljoen of 45 van Ajax (voor alle personeel van de NV, overigens).


'Daar zit alles, alles in. Ik weet dat NAC 4,1 miljoen heeft.' De goede rekenaars weten dat het gemiddelde salaris in de eredivisie, dat afgelopen seizoen nog rond de drie ton bedroeg, niet bij RKC wordt verdiend. 'Het is nog geen derde bij ons.'


Koemans devies: 'We moeten geduld opbrengen, niet in de stress schieten.' Hij wilde Fernandez, de spits. Die ging naar Zwolle. Hij dacht rond te zijn met doelman Room. Ging naar Go Ahead. 'PEC heeft veel meer geld dan wij. Meerdere clubs vissen in onze vijver.'


Koeman had nog één centrale verdediger ten tijde van het gesprekje, Van Mosselveld. Een dag later kwam Ivens. Anderen, jongens uit het tweede elftal soms, nemen verdedigende posities in.


Deze week is verdediger Cuco Martina nog verkocht aan FC Twente, voor ongeveer 4 ton. Hij was niet te houden en de opbrengst is niet vrij te besteden. 'Onze sponsor Ben Mandemakers krijgt een deel.' RKC wilde de bij AZ overbodige, goed verdienende Reijnen huren. Hoeveel konden ze bij RKC dan bijdragen aan zijn salaris, vroeg AZ. Niets dus. 'Zo hangt de vlag ervoor.'


Koeman verwacht een moeilijke start. 'Het wordt een seizoen van heel lange adem, van geduld.' Zo'n kleine club laten draaien, wordt allengs moeilijker. 'Dit kan niet eeuwig blijven duren. Ik denk dat we eens de tol zullen betalen.'


Oefenmeesters kampioen

Stel, je formeert een elftal uit de trainers in de eredivisie, het is een topelftal. Een elftal dat, mits de eeuwige jeugd zou bestaan, fluitend de titel zou winnen. Het is een beetje improviseren met de doelman (de hulptrainer van Ajax) en een rechtsbuiten die spits was, maar dan heb je ook wat.


Hier is de opstelling: Spijkerman; Bosz (Vitesse), Ronald Koeman (Feyenoord), Frank de Boer (Ajax) en Verbeek (AZ); Wouters (FC Utrecht), Cocu (PSV) en Erwin Koeman (RKC), Booy (Go Ahead), Van Basten (Heerenveen) en Jans (PEC Zwolle). Grote kampioenen uit het nog niet zo grijze verleden, aangevuld met werklust.


Opvallend: de oude leraar zonder noemenswaardig voetbalverleden is bijna verdwenen uit het trainersgilde. Het type-De Haan of Beenhakker. Veel trainers in de eredivisie nemen een magistrale naam als voetballer mee, terwijl ze in hun tweede loopbaan werken met steeds jongere, veelal onbekende spelers die, bij wijze van spreken, hun schoenen niet eens mogen strikken.


'Hahaha', reageert Ron Jans, de trainer van PEC Zwolle, als hij hoort dat hij is opgesteld in het fictieve trainersteam. 'Ik zou graag in dit elftal spelen. Verbeek achter me, die iedereen onderuit schopt, en Van Basten naast me in de spits.' Kritisch op zichzelf: 'Waarschijnlijk zou ik tevredener zijn over Van Basten dan andersom, want ik had de neiging als linksbuiten naar binnen te trekken en met rechts op doel te schieten. Met het aantal voorzetten op Marco kon het weleens tegenvallen.'


Nog een serieuze kwestie dan: waar blijven de Nederlandse trainers die het buitenland veroveren? De 'oude' generatie verdwijnt gaandeweg: Hiddink, Advocaat, Beenhakker, Adriaanse. Jans: 'Onze trainersopleiding is nog steeds goed. We denken na over voetbal, maar we zijn niet meer als enige vernieuwend. We zijn niet meer uniek, en het is logisch dat grote buitenlandse clubs wat huiverig zijn nu Nederlandse ploegen internationaal niet meer mee kunnen, met de uitschakeling van Utrecht door Differdange uit Luxemburg als dieptepunt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden