De Vestia-geldfontein: niemand begreep het

De val van woningcorporatie Vestia lijkt vooral het werk van één man, kasgeldbeheerder Marcel de V. Hij speculeerde volop met derivaten. Opvallend genoeg was hij niet de enige die de risico's ervan niet overzag. Derivatenhandelaren, zakenbanken, accountants en toezichthouders gingen allemaal mee in zijn spel.

DOOR TJERK GUALTHÉRIE VAN WEEZEL EN MERIJN RENGERS

Er waren momenten dat kasgeldbeheerder Marcel de V. zich liet ontglippen dat hij pas zou stoppen met het handelen in derivaten en andere complexe financiële producten als zijn werkgever - woningcorporatie Vestia - nul procent rente zou betalen over de miljardenleningen die zij had uitstaan.

Lenen tegen nul procent - Marcel de V. geloofde echt dat hij dat voor elkaar kon krijgen. Dat hij met zijn kennis en zijn contacten in de Londense bankenwereld een ongelimiteerde bron van gratis geld kon aanboren. Een geldfontein.

Inmiddels weet Marcel de V. - die vastzit onder verdenking van fraude en het aannemen van steekpenningen - dat zijn financiële toverspel niet heeft gewerkt. Dat de meer dan vierhonderd ingewikkelde contracten die hij sloot bij 13 banken Vestia in plaats van oneindige welvaart een bijna-faillissement opleverden. En dat daardoor uiteindelijk zijn eigen geheime bijverdiensten aan het licht zijn gekomen.

Marcel de V. ontkende een van de oudste wetten van de economische wetenschap: dat rendement (potentiële winst) en risico (potentieel verlies) samen opgaan. De deals die hij sloot met de banken leverden Vestia jarenlang winst op, in de vorm van lage rentelasten. Dit ging zo lang goed, dat De V. uit het zicht verloor dat de contracten in werkelijkheid zeer riskant waren, en dat als het fout zou gaan de schade niet te overzien zou zijn.

Opvallend genoeg was Marcel de V. niet de enige die de finesses van de contracten waarin hij zo graag handelde niet doorgrondde, zo blijkt uit gesprekken met een groot aantal betrokkenen die de Volkskrant de afgelopen weken voerde.

In feite overzag geen van de bij Vestia betrokken derivatenhandelaren, tussenpersonen, zakenbanken, accountants en toezichthouders de contracten die de grootste woningcorporatie van Nederland aan de rand van de afgrond hebben gebracht.

Eén ding was wel duidelijk: iedereen had voordeel aan de handel - totdat die spaak liep. De banken verdienden op een gemakkelijke manier tientallen miljoenen aan de derivatencontracten, de tussenpersonen streken miljoenen aan verkoopprovisies op, en de betrokken toezichthouders en volkshuisvesters wentelden zich in het ogenschijnlijke succes van Vestia.

Onder derivatenhandelaren draait alles om 'het genereren van alfa' - een statistiek die laat zien hoeveel beter of slechter een handelaar het doet dan het marktgemiddelde. Op de lange termijn is deze alfa een illusie: uiteindelijk weet niemand de markt te kloppen. En toch stond Marcel de V. tot vorig jaar te boek als de grootste alfaman van de Nederlandse derivatenmarkt.

De V. was een manische verzamelaar van derivaten, zeggen mensen die hem van dichtbij hebben meegemaakt. 'Als er een nieuw product kwam, wilde hij het altijd als eerste zien. Maar wat hij kocht, dat hield hij voor anderen in de markt angstvallig geheim', aldus een zakenpartner.

Een van de contracten die Marcel als eerste in Nederland aanschafte, was een sexy index-derivaat (zie kader 'Derivatenwoordenboek') dat door Deutsche Bank was ontwikkeld. Dit product werd agressief in de markt gezet. Zo kregen tussenpersonen die deze derivaten aan de man wisten te brengen hoge provisies in het vooruitzicht gesteld door Deutsche Bank.

De verkoop ging gepaard met slimme marketing. 'Je moet je voorstellen dat daar in Londen allemaal superslimme Indiërs zitten. Dat zijn wiskundigen die door de banken worden ingehuurd, en die hogerop willen komen. Zij maken derivatencontracten die er op papier fantastisch uitzien', zegt een betrokken derivatenhandelaar. 'Je moet wel heel sterk in je schoenen staan om daar nee tegen te zeggen.'

Wat Marcel de V. niet wist toen hij voor Vestia het product aanschafte, was dat banken zelf de derivaten niet onder controle hadden. 'Die index-producten bleken totaal niet te werken in de kredietcrisis en later de eurocrisis. Ze gingen alle kanten op, en niemand kon narekenen waarom dat gebeurde. Ondertussen bleven de banken de indexproducten maar aanpassen', zegt een handelaar.

Terwijl de zorgen van Marcel de V. opliepen over de kerstboom van derivaten die hij had opgetuigd, slaagde hij er wonderwel in de vele toezichthouders op afstand te houden. Zo mocht hij een keer een presentatie verzorgen voor de raad van commissarissen van Vestia, waar de betrokken toezichthouders weinig tot niets van begrepen, aldus een aanwezige. 'Na twee zinnen konden we hem eigenlijk al niet meer volgen.'

Tot een vervolggesprek kwam het nooit.

Accountants

Ook de accountants van Vestia kregen nooit echt grip op de contracten. Deloitte en later KPMG rapporteerden positief over de corporatie, die als gevolg van een reeks overnamen uitgroeide tot de grootste sociale woningbouwer van Nederland, met bijna 90 duizend woningen. Inmiddels heeft KPMG zijn goedkeuring over de meest recente jaarrekening van Vestia ingetrokken, omdat die geen goed beeld gaf van de financiële situatie. De betrokken accountants mogen de komende tijd geen jaarrekeningen van corporaties meer goedkeuren.

En dan was er het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), dat al in 2008 nadrukkelijk met de neus op de feiten werd gedrukt. Vestia had zich ook toen al met derivaten ingedekt tegen rentestijgingen, maar de rente daalde en diverse banken eisten onderpanden op. Vestia had dat geld niet en het WSW werd betrokken bij een reddingsoperatie van honderden miljoenen, zonder daar veel ruchtbaarheid aan te geven. De rente zakte niet verder weg, en de lening werd terugbetaald.

Als reactie ontwikkelde het WSW 'een tool' waarmee voortaan zou worden gecontroleerd hoe groot de financiële risico's van derivaten waren voor de corporaties. Maar lang niet alle derivaten konden daarmee goed worden doorgerekend, zeggen diverse ingewijden, waardoor de controle vooral schijnzekerheid gaf. Vestia speculeerde ondertussen met groot risico verder - zonder dat iemand ingreep.

De andere toezichthouder op corporaties, het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), was evenmin op de hoogte van de tikkende tijdbom. Het fonds bracht in 2010 de bijna failliete corporatie SGBB onder bij Vestia, over wie het altijd vol lof was. SGBB was getroffen door een omvangrijke vastgoedfraude, maar had ook problemen met haar derivatenportefeuille. Vestia leek vanwege de uitstekende reputatie van kasgeldbeheerder Marcel de V. de ideale partij om dat probleem op te lossen.

Pas in september 2011, toen banken bij Vestia de deur platliepen om extra zekerheden te eisen, gingen de alarmbellen echt af. Het CFV, WSW en het ministerie van Binnenlandse Zaken sloegen met ontsteltenis de honderden derivatencontracten met een totale waarde van 23 miljard euro gade. En de wurgcontracten die eraan hingen. Een externe kasbeheerder probeerde samen met Marcel de V. overzicht te krijgen. Toen de rente begin dit jaar nog verder wegzakte, moesten diverse banken met miljardenleningen bijspringen om een faillissement van Vestia te voorkomen.

Arjan G.

Het was uiteindelijk tussenpersoon Arjan G. die de deconfiture van de derivatenhandel door woningcorporaties compleet maakte. Net zomin als de banken en Marcel de V. begreep Arjan G. de finesses van de derivatencontracten, maar toch knaagde het bij hem. Steeds sterker kreeg hij het idee dat zijn beste klant - de immer zelfverzekerde Marcel de V. van Vestia - zijn zaken niet meer onder controle had. Dat diens derivatenhandel aan het ontsporen was, en dat uiteindelijk de huurders van Vestia en het complete stelsel van woningcorporaties met de rekening zouden blijven zitten.

Hij zag het ook aan De V., die steeds minder goed te bereiken was. Steeds vaker belden banken hem. Ze wilden weten waar De V. was, waar die mee bezig was en of hij die dag een goed humeur had.

Andere tussenpersonen merkten dat Arjan G. aan het veranderen was, maar dachten dat het gebrek aan heilig vuur het gevolg was van zijn toegenomen welstand. In vijf jaar tijd had G. zijn bedrijfje FiFA Finance uitgebouwd tot een miljoenenbedrijf, dat contracten sloot met banken wereldwijd en met talrijke woningcorporaties, overheden en ziekenhuizen.

Uit cijfers van zijn persoonlijke holding blijkt dat G. in vijf jaar er 4,3 miljoen euro aan overhield, waarvan hij een deel opnam. Hij liet een kelder onder zijn huis in Blaricum aanbrengen, zijn rieten dak vernieuwen en ging een robuuste Jeep rijden.

Ook was hij steeds vaker te vinden in het jachtgebied dat hij huurde in het Duitse stadje Dassel (tussen Hannover en Kassel), op ruim vier uur rijden van zijn huis in Het Gooi. Daar, gezeten op zijn hoogzit met een geweer in zijn hand, wachtte G. op passerende reeën en had hij alle tijd om zijn handel en wandel te overdenken. Net als die van Marcel de V., naar wie hij tot het voorjaar van 2010 in het geheim meer dan 9 miljoen euro had overgemaakt.

Eind januari hield hij het niet langer en meldde zich samen met zijn vader, oud-politieman, bij advocaat Willem Koops. Hij wilde bekennen, schoon schip maken en redden wat er te redden viel. G. legde kort daarop uitgebreide verklaringen af tegenover opsporingsdienst FIOD over hoe het derivatenspel bij Vestia uit de hand was gelopen, en over zijn stiekeme betalingen aan Marcel de V.

De geldfontein was opgedroogd, besefte G.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden