De verzwegen onschuldigen: mannelijke burgerslachtoffers

Dat mannen ook slachtoffers zijn van rampen en oorlogen verdwijnt gemakkelijk naar de achtergrond. Hulporganisaties en media doen eraan mee.

Syrische vrouwen die Aleppo zijn ontvlucht, naderen de Turkse grens, februari 2016. Beeld afp

'Vrouwen en kinderen eerst', zei kapitein Smith in The Titanic, toen de passagiers aan boord van zijn schip moesten worden gered. Die keuze betekende dat ruim tweederde van de vrouwen en kinderen aan boord van de Titanic de ramp overleefde, tegenover nog geen kwart van de mannen.

Het cruiseschip verging 105 jaar geleden, sindsdien zijn de sekseverhoudingen flink veranderd, maar nog altijd hoor je vaak diezelfde zin. Kijk maar naar berichtgeving over oorlogen, rampen en reddingsoperaties, zoals de evacuaties van vorige maand in de Syrische stad Aleppo. Media meldden vaak expliciet dat er vrouwen en kinderen werden geëvacueerd. Het lot van de mannen bleef nagenoeg onbesproken.

En dit is geen eenzame uitzondering. De nadruk ligt op 'vrouwen en kinderen', als mantra van de onschuld. 'Volgens de VN zijn zeker 82 mensen geëxecuteerd, onder wie vrouwen en kinderen', meldde het NOS-achtuurjournaal op 13 december bijvoorbeeld over executies van burgers door het regime-Assad. Hier werd het lijden van vrouwen en kinderen prominent genoemd, waardoor de mannelijke slachtoffers naar de achtergrond verdwijnen.

In dit geval ging het volgens de VN om 82 burgerdoden, dus niet om strijders. Onder hen zouden dertien kinderen en elf vrouwen zijn. Toch kozen de NOS - en vrijwel alle andere media, ook de Volkskrant - ervoor om het aantal vrouwen en kinderen expliciet te vermelden en de 58 gedode mannen achterwege te laten in hun berichtgeving. Zelfs in gevallen waar het alleen burgerdoden betreft, en de meerderheid van die doden man is, worden mannen dus niet genoemd, terwijl vrouwen en kinderen worden uitgelicht.

Simpel rekensommetje

Dat media dit doen is tot op zekere hoogte begrijpelijk. De bron van het nieuws over de executies, een persbericht van de VN, sprak in dit geval ook alleen over het totale aantal, en het aantal vrouwen en kinderen. Maar waarom zouden journalisten dat simpele rekensommetje niet gewoon even maken? En minstens zo belangrijk: waarom zou een internationale organisatie die staat voor het beschermen van onschuldige burgers in conflictsituaties, onderscheid maken tussen de dood van een vrouw of een kind en de dood van een man? Burgers zijn burgers, nietwaar?

Zo simpel is het niet. Want bij onschuldige burgers denken we al snel aan vrouwen en kinderen, en bij strijders aan mannen. Wie we als burger zien, is voor een groot deel ingegeven door aannames over de rol van mannen en vrouwen, waarbij mannen worden geassocieerd met geweld, en vrouwen met onschuld.

Maar hulporganisaties begrijpen toch als geen ander dat ook mannen onschuldige burgers kunnen zijn? Waarom benoemen zij dan toch consequent het lijden van de mannelijke burgerbevolking minder dan het lijden van vrouwen en kinderen?

Vooral strategische afwegingen spelen een rol, laat de Amerikaanse hoogleraar politicologie Charli Carpenter zien in een van haar onderzoeken. Ze interviewde medewerkers van internationale hulporganisaties en kwam tot de conclusie dat organisaties als de VN in hun berichtgeving over burgers graag de nadruk op vrouwen en kinderen leggen, omdat aannames over de rol van mannen en vrouwen in oorlogen zo diepgeworteld zijn in ons denken.

Campagnes voor de bescherming van burgers krijgen internationaal simpelweg meer aandacht (en geld) wanneer die zijn gericht op de bescherming van hen die als onschuldig en kwetsbaar worden gezien. Zolang elke man wordt beschouwd als potentiële strijder, hebben berichten over mannelijke burgerslachtoffers weinig zin. Daarbij, zegt Carpenter via e-mail, richten de VN zich op vrouwen en kinderen omdat ze 'geloven dat dat is wat media willen horen'.

Rupert Colville, woordvoerder van de VN en verantwoordelijk voor het persbericht over de executies in Aleppo, is in eerste instantie verbaasd over de vraag naar mannelijke burgerslachtoffers. Hij bevestigt vervolgens het beeld dat Carpenter schetst: 'Wanneer het om burgers gaat, is er altijd vooral interesse van media en anderen in hoeveel vrouwen en kinderen slachtoffer waren.' Het persbericht over Aleppo moest volgens Colville internationaal veel aandacht krijgen, om op die manier zoveel mogelijk druk uit te oefenen op degenen die de executies uitvoerden. En dat werkt beter als de nadruk op vrouwen en kinderen ligt. Natuurlijk, benadrukt hij, maken de VN geen onderscheid tussen het leven van een vrouw en het leven van een man.

Tekst gaat verder onder de foto.

Speciale behoeften

Een rapport van de VN Veiligheidsraad uit 2015 over de internationale bescherming van burgers in gewapende conflicten geeft een iets ander beeld. Hoewel volgens het internationaal recht ieder persoon die niet deelneemt aan een gewapende strijd een burger is, rept het 98 pagina's tellende VN-rapport slechts vier keer over mannen, waarvan tweemaal als plegers van seksueel geweld. In hetzelfde document komt 227 keer het woord 'women' voor. In hoeverre deze scheve verhouding bewust is, doet er niet eens zoveel toe. Zeker is dat, als het om burgers gaat, ook officiële VN-documenten meer aandacht hebben voor vrouwen dan voor mannen.

Je zou kunnen zeggen dat die disbalans gerechtvaardigd is. Vrouwen worden immers veel vaker slachtoffer van seksueel geweld, zeker in oorlogstijd. Dat maakt ze dus, op dat gebied, kwetsbaarder dan mannen. Bovendien is het in de meeste gevallen de vrouw die voor jonge kinderen zorgt. Het beschermen van vrouwen is dus van groter belang voor deze kinderen dan de bescherming van mannen.

Op deze aspecten legt ook Krista Armstrong, woordvoerder van het Internationale Rode Kruis en betrokken bij de berichtgeving rond de evacuaties in Aleppo, de nadruk. 'Vrouwen hebben nu eenmaal vaker speciale behoeften dan mannen. Zo is een vrouw die ongesteld of zwanger is kwetsbaarder dan de gemiddelde man.' Maar, zo stelt Armstrong ook, hulporganisaties moeten er niet blind van uitgaan dat alle vrouwen in elke zin intrinsiek kwetsbaarder zijn dan mannen. Een gezonde volwassen vrouw zonder kinderen lijkt tenslotte veel meer op een gezonde volwassen man dan op een jong kind of iemand die oud en invalide is.

Mannelijke burgerslachtoffers

Als het gaat om leven en dood, lopen mannen vaak zelfs meer risico dan vrouwen, juist vanwege de aanname dat mannen strijders - en dus een legitiem doelwit - zijn. Dat mannen ook in Aleppo een grotere kans hebben om gedood te worden dan vrouwen, blijkt uit cijfers van het Violations Documentation Center in Syria, een organisatie die mensenrechtenschendingen en dodelijke slachtoffers in de oorlog in Syrië documenteert. Vanaf de start van de oorlog in 2011 tot 1 januari 2017 zouden 2.887 vrouwelijke burgers zijn gedood in de provincie Aleppo, tegenover 15.870 mannelijke burgers. Kortom: vrouwen en mannen zijn op verschillende manieren kwetsbaar, maar vrouwen zijn niet per definitie kwetsbaarder dan mannen.

Zo versterken media en hulpverleners de aannames over vrouwen als burgers en mannen als strijders. En die aannames kunnen ernstige gevolgen hebben voor de bescherming van de burgerbevolking in conflictgebieden, en in het bijzonder van mannen, stelt Carpenter, die onder meer onderzoek deed naar de evacuatie van burgers uit de Bosnische enclave Srebrenica in 1993. Voor dit onderzoek interviewde ze tientallen vaak direct betrokken VN-medewerkers en hulpverleners van het internationale Rode Kruis. De onderhandelende partijen, de VN en het Bosnisch-Servische leger onder leiding van Ratko Mladic, spraken af alleen vrouwen en kinderen te evacueren, en de mannen achter te laten. Twee jaar later volgde de afslachting van de ongeveer achtduizend overgebleven mannen.

Internationale verontwaardiging

Volgens Carpenter speelde het beeld dat wij hebben van mannen en vrouwen in conflicten bij dit besluit een grote rol. Uit haar interviews blijkt dat VN-medewerkers het gevoel hadden sowieso niet iedereen te kunnen redden, en deels om die reden akkoord gingen met de eisen van Mladic, die alleen de uittocht van vrouwen en kinderen wilde toelaten. Mladic kon tegenover de internationale gemeenschap claimen dat zijn leger de rechten van onschuldige burgers had gerespecteerd door de evacuatie van vrouwen en kinderen toe te staan. Bovendien wist hij dat de dood van vrouwen en kinderen meer internationale verontwaardiging zou veroorzaken dan de dood van volwassen mannen.

En helaas lijkt die analyse te kloppen. In 1999 schreef Colville, toen ook al VN-woordvoerder, een stuk in The International Herald Tribune over de afslachting van vijf- tot achtduizend burgers, voornamelijk mannen, een jaar eerder door de Taliban in Afghanistan. De gebeurtenis kreeg nauwelijks internationale media-aandacht. Volgens Colville omdat de meeste slachtoffers man waren. 'Als de Taliban vrouwen vertellen dat ze geen witte sokken of piepende schoenen mogen dragen, worden overal ter wereld artikelen geschreven en staan voorvechters van vrouwenrechten op de barricades. Maar wanneer de Taliban meer dan vijfduizend mannen doden, vanwege hun etnische identiteit maar ook vanwege hun gender, dan lijkt het wel alsof het niemand iets kan schelen.'

Maar die media-aandacht is nu juist zo belangrijk. Want, zegt Carpenter, 'strijdende partijen - van het regime-Assad tot de Amerikanen met hun dronecampagnes - nemen nog altijd aan dat mannen van militaire leeftijd een legitiem doelwit zijn'. Journalisten en hulporganisaties doen er goed aan die aannames niet te versterken. De man-als-slachtoffer mag niet op de achtergrond verdwijnen, hoe nobel 'vrouwen en kinderen eerst' ook klinkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden