De verzwegen helft

Vrouwen vind je lastig terug in de 16de en 17de eeuwse geschiedenis. Twee boeken maken een inhaalslag. Die Magdalena Moons bijvoorbeeld, was die nou cruciaal bij het Leidens ontzet?

Els Kloek: Kenau & Magdalena - Vrouwen in de Tachtigjarige Oorlog

****


Vantilt; 344 pagina's; euro 21,95.


Michel Ketelaars: Compagniesdochters - Vrouwen en de VOC (1602-1795)

***


Balans; 284 pagina's; euro 19,95.


De geschiedenis, de officiële, is er niet per se een van mooie, aangrijpende of bloedstollende verhalen. Jammer, want veel liefhebbers van de historie houden van waargebeurde, spannende verhalen. Over mensen zoals wij, met menselijke sores, maar dan in een andere tijd, die wreder, kleurrijker of lieflijker was dan de onze, en het aantrekkelijke patina heeft van het voorbije.


De officiële geschiedenis is helaas die van de officiële bronnen, die worden bewaard in archieven. Zij ligt vast in documenten waarop mannen hun handtekening hebben gezet: verkoopakten, faillissementen, rechterlijke vonnissen, belastingaanslagen, oorlogsverklaringen, getekende vredes. Tot in de 20ste eeuw is in die documenten de helft van de bevolking vrijwel afwezig. Als er al een vrouw in voorkomt, is ze hoer of misdadigster. Of ze is een van die vrouwen die toevallig door geboorte de macht hadden: koninginnen, hertoginnen, landvoogdessen.


Mannen regeerden de wereld, vrouwen maakten haar mogelijk. Huisvrouwen deden, om met Gerard Reve te spreken, eeuwenlang 'zwijgend als het ware, hun plicht'. Getrouwde vrouwen waren tot de jaren vijftig van de vorige eeuw ondergeschikt aan hun man. Ze baarden, zoogden en verzorgden hun kinderen, beweenden hun vele doden, zorgden voor huis en haard, kookten, wiedden hun moestuinen en dreven kleine handeltjes. Als hun mannen ten strijde trokken, op zee voeren of gewoon doodgingen, hielden zij de boel draaiende. Dan waren ze ineens wel handelingsbekwaam en kwamen ze terecht in de bronnen.


Historica Els Kloek is al decennia geïntrigeerd door de verzwegen helft van de geschiedenis, die van gewone en uitzonderlijke vrouwen. Zij staat aan het hoofd van een prachtig project, het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, waaruit in 2013 het boek 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis voortkwam. Zelf nam zij vele lemma's voor haar rekening, waaronder die over Kenau Simonsdochter Hasselaer en Magdalena Moons. Over deze twee heldinnen van de Tachtigjarige Oorlog gaat haar nieuwe publicatie.


Met de speelfilm Kenau, die momenteel draait, een geromantiseerd verhaal waarin ook Magdalena Moons een rol speelt, heeft het boek van Els Kloek inhoudelijk niets te maken, al noemt ze de film wel. Zij probeert de historische werkelijkheid te reconstrueren: het leven van Kenau, een vrouw die tijdens de belegering van Haarlem door de Spanjaarden in 1572-1573 meevocht op de stadsmuren, en dat van Magdalena, een Haagse, keurige 'juffer', die haar minnaar, de Spaanse Francisco Valdez, met succes overhaalde om in 1573 de bestorming van de stad Leiden een paar dagen uit te stellen. In ruil daarvoor zou ze met hem trouwen. Hij hapte toe en net op tijd werd Leiden ontzet door de geuzen. Waar de film het moet hebben van de mythe, wil Kloek mythe en waarheid juist ontwarren.


'Kenau' kennen we nu vooral als scheldwoord: een heerszuchtig vrouwmens, een bedillerige, bitchy echtgenote, een lelijk manwijf met haar op de tanden. Natuurlijk werd die naam daardoor ook bruikbaar als geuzennaam - letterlijk dus in dit geval - voor feministische cafés, ondernemingen en sportscholen. Op de vele afbeeldingen die van haar bestaan ziet zij er vervaarlijk uit, deze 'mannin' - gespierd, zwaarbewapend en met heldhaftige blik. Het opmerkelijke aan de beeldvorming van Kenau, schrijft Kloek, is dat haar reputatie in de loop van drie eeuwen is afgebroken; ze viel van haar voetstuk.


Datzelfde overkwam de minder bekende Magdalena Moons: haar rol in de redding van Leiden werd afgedaan als een romantisch, ongeloofwaardig verhaaltje. Ze zou een of ander hoertje zijn geweest. Zo'n Valdez had zich misschien laten omkopen, maar hij luisterde toch niet naar een vrouw? De vakhistorici keerden zich ook af van deze heldin van de Opstand.


Els Kloek komt een heel eind in de reconstructie van de levens van Magdalena - ze was dol op militairen - en vooral dat van Kenau. Ze maakt in haar speurtocht gebruik van wetenschappelijk onderzoek van zichzelf en anderen, van 'harde' bronnen, maar ook van verhalen en overlevering, van circumstantial evidence. We zien Kenau als ondernemende eigenares van een houthandel, als alleenstaande moeder en als fervent aanklaagster bij de rechtbank.


Toch blijven er veel witte plekken in de twee levensverhalen. Dat maakt dit boek niet minder fascinerend. De tijd van de bloedige Tachtigjarige Oorlog komt tot leven, dit keer mét het aandeel van vrouwen erin. Kloek roept de oorlogstaferelen in levendige verschrikking op: hoe beide partijen moordend en rovend huishielden, hoe vrouwen als oorlogsbuit werden verkracht, de bevolking verhongerde en aan ziekten bezweek. Er waren vrouwen die meevochten tegen de vijand, vrouwen die meereisden met het vijandelijk leger, maar de meeste vrouwen beschermden moedig de levens van de hunnen. Kloek vertelt verhalen en neemt ons mee in haar onderzoek, op een vanzelfsprekende manier.


Zo'n eeuw na de Opstand werden er ook vrouwen gesignaleerd op zee - in mannenkleren. Het kwam voor dat op de schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie stiekem vrouwen aanmonsterden, in matrozenpak. Vrouwen die met hun geliefde meereisden of hem achternareisden; of vrouwen die het avontuur zochten of hun oude levens wilden achterlaten. Michel Ketelaars schrijft over hen in zijn boek Compagniesdochters. Tot de jaren tachtig van de vorige eeuw, stelt hij, was er geen aandacht voor de rol van vrouwen in de roemruchte VOC; nu is er een inhaalbeweging gaande. Ketelaars deed zelf geen onderzoek, zegt hij er eerlijk bij, maar verzamelde gegevens uit bestaand onderzoek.


De VOC-vrouwen lieten sporen na in liedjes, zoals Daar was laatst een meisje loos. Dat liedje, over een meisjesmatroos, eindigt omineus met de ontdekking van haar bedrog, en haar straf: 'Zij moest komen in de kajuit,/ Kreeg een pak ransel en toen was het uit.' Het liedje vertelt ook hoe zij haar straf trachtte te ontlopen: 'Ach kapteintje sla mij niet/ Ik ben uw liefste zoals u ziet.' Misschien werd zij eerst verkracht en daarna alsnog geslagen. In elk geval, schrijft Ketelaars, werd het bedrog bestraft. Ontdekking viel ook nauwelijks te voorkomen; er was weinig fysieke privacy op zo'n schip. Vrouwen aan boord, tussen al die hunkerende mannen, brachten volgens een oude zeemanswet ongeluk.


Compagniesdochters vertelt mooie verhalen. Over het verschijnsel 'zielverkoopsters' bijvoorbeeld: vrouwen die werkzoekenden, arme drommels, ronselden voor de VOC-schepen, hen een tijdje herbergden en te eten gaven. De hoog opgelopen rekeningen, vastgelegd in 'transportbrieven', moesten de mannen betalen als ze terugkwamen - áls ze levend terugkwamen. Om het risico te spreiden verkochten de zielverkoopsters de transportbrieven door aan 'zielkoopsters'. Als een schip verging stortte de handel even in.


Ketelaars beschrijft ook het leven van vrouwen in Indië. Niet alle vrouwen die naar het Oosten gingen waren van onberispelijk allooi. Vaak leidden de echtgenotes van hooggeplaatsten er een leven in grote weelde en luxe. Of de mannen trouwden een inlandse vrouw. Om ervoor te zorgen dat er genoeg import was van degelijke, christelijke vrouwen, stuurde de Compagnie een tijdlang nette jonge meisjes, die in gastgezinnen en op internaten werden klaargestoomd. Dat waren de 'compagniesdochters'.


Ketelaars' boek is inhoudelijk interessant; je kunt er twintig leuke geschiedenislessen mee vullen. Jammer genoeg is hij, anders dan Els Kloek, geen meeslepend verteller. Hij heeft een keurige, wat bloedeloze stijl. Irritant is dat hij, als een scriptieschrijver, aan het begin van elk hoofdstuk vertelt wat hij gaat vertellen, en voortdurend heen en weer wijst met 'zoals gezegd' of 'zoals we nog zullen zien'. Tot slot wordt alles braaf samengevat. Was er nu niemand die tegen deze auteur kon zeggen: dat hoeft helemaal niet, vertel het gewoon!


Overgeleverde verhalen, egodocumenten, liedjes en afbeeldingen schrijven ook geschiedenis; zij tonen hoe het leven werd ervaren en hoe de beeldvorming het in het gewenste model goot. In deze twee uitgaven krijgen enkele bekende en talloze onbekende vrouwen hun rol in de geschiedenis een beetje terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.