DE VERTROETELING VAN DE BURGER

EEN kernopdracht voor het paarse kabinet, zo noemen Rick van der Ploeg en Marjet van Zuylen individualisering in het maartnummer van Socialisme en Democratie....

GERRY VAN DER LIST

Individualisering kan inderdaad misschien fungeren als vlag waaronder VVD, PvdA en D66 (een tijdje) samen kunnen varen, een doelstelling waardoor een paarse coalitie zich onderscheidt van een kabinet met het gezinsvriendelijke CDA. Individualisering is echter ook een verwarrend begrip met diverse dimensies. Het is een soort moderne grabbelton waar mensen van alles uit halen, stelde Jet Bussemaker vorig jaar op deze pagina.

Bussemaker heeft verscheidene malen geprobeerd conceptuele helderheid te scheppen, bijvoorbeeld in haar proefschrift Betwiste zelfstandigheid. Ook in het boekje Hoe normloos zijn wij eigenlijk? van het Nivon beschrijft de politicologe de ambivalentie van het begrip individualisering.

In tegenstelling tot Van der Ploeg en Van Zuylen, die individualisering vooral in juridische zin lijken op te vatten (bij wetgeving geen rekening houden met de persoonlijke leefsituatie), concentreert Bussemaker zich op de sociologische kant, de minder grote invloed van traditionele maatschappelijke verbanden op individuele gedragingen. Dit proces, betoogt zij, kan niet zonder meer goed of slecht worden genoemd. Het kan leiden tot emancipatie, maar tevens tot erosie van de sociale cohesie. Geprobeerd moet worden de vrijheid te behouden en toch betekenis te geven aan gemeenschapswaarden.

Bussemakers pleidooi voor een democratisch individualisme, dat erop is gericht vrijheid en verbondenheid in evenwicht te brengen, lijken genuanceerd en sympathiek. Haar pogingen duidelijk te maken wat dit in de praktijk behelst, zijn wat minder overtuigend. Zo keert zij zich tegen een paternalisme waarin bij voorbaat wordt gesteld wat goed en fout is, tegen 'moraalridders als Hirsch Ballin'. Wat evenwel opvalt, is dat Bussemaker zichzelf ook als moraalridder ontpopt. Zij wijst egoïsme en nihilisme af, prijst solidariteit, wil dat mannen meer onbetaalde zorgtaken op zich nemen, et cetera. Waarom is een CDA'er met sympathie voor het ouderwetse gezin paternalistischer dan een PvdA'er die eist dat vaders vaker luiers verschonen? Zowel christen-democraten als sociaal-democraten (als liberalen) geven op veel terreinen aan wat in hun ogen goed en fout is. Aan dergelijke zedenmeesterij ontkomt men ook moeilijk als men de voor een open samenleving essentiële publieke moraal in stand wil houden. Ten aanzien van de verzorgingsstaat stelt Bussemaker zich wat halfslachtig op. Enerzijds noemt zij hem van groot belang voor menselijke waardigheid en zelfontplooiing. Anderzijds onderstreept zij de wenselijkheid van een grondige herstructering die de staat dicht in de buurt doet komen van wat de VVD een waarborgstaat noemt.

Belangrijk lijkt in ieder geval te beseffen dat de verzorgingsstaat de menselijke ontplooiing niet zelden in de weg staat. Individualisering betekent een minder grote afhankelijkheid van kerk, buurt, gezin, en dergelijke, maar niet per se een grotere zelfstandigheid.

In Nederland is voor de ene afhankelijkheid (van de directe omgeving) vaak een andere afhankelijkheid (van de staat) in de plaats gekomen, wat zeker niet altijd als een vooruitgang kan worden beschouwd. Het alom gegroeide idee dat de overheid de burgers kan en moet verzorgen in combinatie met de sterk toegenomen staatsinterventie, draagt ertoe bij dat iedereen zich bij het geringste probleem direct tot overheidsdienaren richt met het verzoek om bijstand ('honderd procent'). Zoals Koen Koch al in 1979 heeft betoogd in een essay over de onheilspellende paradox van de verzorgingsstaat, ondermijnt het 'verzorgingsimperialisme' op den duur het vertrouwen van de verzorgden in eigen kunnen en uiteindelijk ook de vaardigheid tot zelfstandig handelen.

De groei van een verzorgings-establishment heeft eveneens negatieve gevolgen voor de publieke moraal. De (niet-christelijke) CDA-ideoloog Zijderveld heeft terecht gewezen op het verband tussen het functioneren van de verzorgingsstaat en een immoralistisch ethos, waarin de nadruk ligt op consumeren en vrijblijvendheid.

Voor deugden als verantwoordelijkheid en loyaliteit is in dit ethos weinig plaats. Wil men ontplooiing en zelfredzaamheid bevorderen, dan zal men de strijd moeten aanbinden met dat ethos en met de staatsvorm die het in de hand werkt. Individualisering kan slechts tot zelfstandigheid leiden als de overheid niet voortdurend de als zwak en zielig beschouwde burger vertroetelt.

Ik ben benieuwd of de paarse enthousiastelingen Van der Ploeg en Van Zuylen erin slagen hun nog altijd sterk etatistisch ingestelde partijgenoten de waarde van dergelijke politieke vernieuwing te doen inzien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden