De 'versporting' van wandelen

De honderdste editie van de Vierdaagse in Nijmegen begint vandaag. Waar het lopen ooit het 'kampvuurgevoel' moest oproepen, is de deelnemer van nu vooral uit op een individuele topprestatie. Hoewel het tij lijkt te keren.

Deelnemers lopen over de Waalbrug bij de start van de Vierdaagse in 1960, toen er nog vooral in groepen werd gelopen. Beeld anp

Als dinsdag de bijna vijftigduizend deelnemers beginnen aan de Vierdaagse van Nijmegen, zullen ze er heel anders uitzien dan de deelnemers aan de eerste Vierdaagse van ruim honderd jaar geleden. De moderne deelnemer loopt vaak alleen, beschouwt de wandeling als een topprestatie en heeft zijn kleding en voeding afgestemd op die van een profsporter. Diens voorloper liep meestal in groepsverband, dacht tijdens de wandeling rustig na over het leven en had louter water of een vies drankje in zijn knapzak bij zich.

De ommezwaai is goed terug te zien op de wandelsite van de Vierdaagse: een bulk aan medische info, over hoe belangrijk het is om je goed voor te bereiden en dat blessures en andere ongemakken echt je eigen verantwoordelijkheid zijn. Bij de deelnemers staan gezondheid en fitheid op de eerste plaats.

Hoe anders moet dat vroeger geweest zijn, toen de romantische visie van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau nog opgang deed. Wandelen bracht ons in contact met de natuur. Het appelleerde aan het Romantische ideaal van de eenzame ziel, dolend in een bos of de bergen, alleen met zichzelf en zijn gedachten, zo schreef Rousseau in Overpeinzingen van een eenzame wandelaar (1778). De verandering van de wandelaar in drie lemma's.

Van wandelaar naar sporter

'De wandelaar van nu is extreem goed voorbereid. En dat wordt ook van ze verwacht', zegt Odette Straten, werkzaam bij Museum Het Valkhof in Nijmegen waar ze een tentoonstelling samenstelde over de Vierdaagse. De eigen verantwoordelijkheid wordt erin gehamerd. 'Studenten die tot 's avonds laat in het café zitten en opeens denken: 'O ja, ik wil morgen wel meelopen' - die zie je vandaag de dag niet meer.'

Ivo van Hilvoorde, docent sportfilosofie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, ziet ook hoe erg het wandelen 'versport' is. 'Voor veel mensen is het normaal om tijdens de Vierdaagse bidons met water aan zich te binden en met allerlei apps hun hartslag of aantal stappen bij te houden. Bij sport gaat het steeds meer om het uitputten van het lichaam. Jezelf pijn doen.

Mensen zijn trots op hun blaren en zeggen: 'Kijk, ik loop toch door!' Er is een trend gaande om het lichaam te disciplineren, in plaats van het te laten 'spelen'. Dat zie je heel erg bij de Vierdaagse. Terwijl het er bij wandelen juist om zou moeten gaan je gedachten de vrije loop te laten. Dat staat lijnrecht tegenover het wandelen als sportactiviteit waarin je je gedachten juist moet uitschakelen en op moet gaan in je activiteit.'

In de jaren twintig was het verboden voor wandelaars om te snel te lopen. Het was immers geen wedstrijd en het was vooral niet de bedoeling ver voor je maten uit te finishen. Nu zijn er wel deelnemers die als eerste binnen willen komen - en daar een trainingsschema voor volgen.

Extra watertappunten

De organisatie van de Vierdaagse zorgt dinsdag voor extra watertappunten langs het parcours. Volgens marsleider Johan Willemstein is het op de eerste dag van de Vierdaagse 'warm maar draaglijk' voor de lopers. Het medisch team van de Vierdaagse raadt de lopers aan om regelmatig te eten en drinken, ook als ze geen dorst of honger hebben. Dinsdag besluit de organisatie pas of er voor woensdag nog meer maatregelen moeten worden genomen. De meteoroloog van de Vierdaagse voorspelt dat het op de route van de tweede wandeldag 31 graden wordt, niet heel erg vochtig en met een redelijk briesje. (ANP)

Van team naar individu (en terug?)

In de jaren twintig en dertig mochten deelnemers vooral niet als individu willen presteren. Het 'kampvuurgevoel' stond centraal: we doen dit met z'n allen. Het werd door de jaren heen een strijd tussen de Atletiekbond - 'wandelaars zijn sporters' - en de Koninklijke Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding (KNBLO), die een veel ideologischere inslag had. De KNBLO, toen nog de NBvLO, organiseerde in 1909 de eerste Vierdaagse met als doel 'onze jongemannen sterker en weerbaarder te maken'. Er deden in 1909 maar liefst 296 militairen mee en slechts 10 burgers. Als het over de Vierdaagse ging, sprak men over marsen. Medailles opspelden na afloop van de wandeltocht vond men belachelijk: het ging niet om persoonlijke prestaties. Van Hilvoorde: 'Een mars is geen sport. Het was - net als in Duitsland - een vorm van nationalisme die de kop opstak. Het sterk maken van de eigen natie. De groep vooropstellen.'

Na de Tweede Wereldoorlog riep het 'lopen voor volk en vaderland' nare associaties op bij burgers. In de jaren zestig en zeventig kwam daar de weerstand tegen uniformen bij en begon het individu weer belangrijker te worden. Dat hield tot vandaag de dag aan. Toch lijkt er een kentering gaande, zegt Van Hilvoorde: 'De laatste jaren zie je dat mensen wel weer in groepen samen gaan lopen: jaarclubjes, vriendengroepjes, scholen en verenigingen. Juist in deze tijd van individualisering krijgen mensen weer behoefte aan die saamhorigheid.'

Het warme welkom tijdens de laatste dag op de Via Gladiola speelt hier ook een rol in. De aanmoedigingen uit het publiek worden veel belangrijker, constateerde Koen Breedveld, bijzonder hoogleraar sportsociologie aan de Radboud Universiteit, in een onderzoek naar de Vierdaagse. 'Deelnemers voelen zich enorm gesteund door wildvreemden die ze toejuichen. Het drukt verbondenheid uit en saamhorigheid. Daar zijn mensen naar op zoek.'

Van jongere naar oudere met sportdrank

De wandelaar van nu is gemiddeld ouder dan vroeger, constateert Breedveld. 'Vroeger was de Vierdaagse iets voor jonge mensen - militairen, nu is het vooral een feestje voor grijs Nederland: ouderen die fysiek nog sterk zijn en een overdosis aan vrije tijd hebben.'

Zijn collega Maria Hopman, hoogleraar fysiologie aan de Radboud Universiteit, vertelt dat mensen tijdens de eerste edities van de Vierdaagse vaak melk met water dronken tegen de vermoeidheid. Of 'stierenmelk', een drankje gemaakt van een geklutst ei, melk, suiker en een scheut cognac. 'Dat zie je niet meer. De wandelaar in 2016 drinkt vooral sportdrankjes.'

Cognac werd in de jaren twintig ook gebruikt om de voeten mee te wassen. De huid zou daardoor harder worden, handig tegen blaren. 'Ze waren erg zoekende wat betreft blaren', zegt Hopman. 'Velletjes werden afgeknipt, waardoor wandelaars soms met open wonden liepen.'

Het Rode Kruis, dat sinds een paar jaar cijfers bijhoudt over het aantal blaren, telde er vorig jaar 12.848 bij 5.496 lopers. Dat is vergelijkbaar met de jaren ervoor. Verder hadden lopers last van overbelaste spieren en gewrichten, flauwten en insectenbeten.

Iris van Deinse, persvoorlichter van het Rode Kruis, ziet een toename van het aantal 'asfaltbenen': jeukende hitteuitslag op kuiten en dijbenen. 'Asfalt neemt meer warmte op dan klinkers, die vroeger overal lagen, dus hitteuitslag komt nu veel vaker voor', zegt Van Deinse. Maar blaren komen volgens haar toch steeds minder voor. 'Het schoeisel verbetert natuurlijk steeds. Ze zijn daarom ook sneller bij de finish.' Van Rousseau had dat in elk geval niet gehoeven.

'Ik vlieg er speciaal voor naar Nederland'

Naam Urich Striebeek (42 jaar)
Beroep werkt bij de douane van Curaçao
Vierdaagse voor de zesde keer

'Elk jaar vlieg ik speciaal voor de Vierdaagse drie weken naar Nederland. De eerste week gebruik ik om te wennen aan het weer en om me goed voor te bereiden. Dat is echt nodig. Dan begint het wandelen en daarna blijf ik nog een week om uit te rusten. Curaçao heeft in januari een eigen Vierdaagse, maar die is kleiner en minder feestelijk. In Nederland geniet ik ervan dat het zo massaal is. De derde dag vind ik altijd het zwaarste, dan zijn m'n spieren erg moe. Ik probeer veel brood en fruit te eten. Mijn zus, die in Nederland woont, komt me alle vier de dagen aanmoedigen. Dat is erg motiverend. Ze herkent me altijd meteen: om mijn schouders draag ik elk jaar de vlag van Curaçao.'

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

'Elk jaar op eigen ontworpen schoenen'

Naam Mieke Lockhorst (58 jaar)
Beroep (vrijgevochten) huisvrouw
Vierdaagse voor de 29ste keer

'Ik loop ieder jaar de Vierdaagse op eigen ontworpen schoenen. En ik versier ze volgens een thema. Dat is dit jaar: 'zonder wandelaars, sponsors en vrijwilligers geen Vierdaagse'. Hoe je dat in een schoen vertaalt? Dat moet je zelf zien, dat kan ik niet uitleggen. Ik ben elk jaar zeker een week bezig om de schoenen op te bouwen. Eerdere thema's waren het Blarenbal, de Vlaggenparade en het Wandelpad. In het begin deed ik alleen wat met leuke stickertjes en pleisters. De laatste jaren is het uitbundiger geworden. 'Tijdens mijn derde Vierdaagse heb ik mijn man ontmoet, dus voor ons is het elk jaar weer speciaal. Ik zat op de Vereniging een broodje te eten en toen sprak hij me aan. De volgende dag zag ik hem weer, tussen al die mensen! Twee weken later woonden we samen en na een half jaar waren we getrouwd.'

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

'Ook militairen moeten goed trainen'

Naam Bryan Schaap (30 jaar)
Beroep instructeur fysieke training en sport bij het Korps Mariniers Vierdaagse voor de vierde keer

'Soms moet je als militair de Vierdaagse verplicht lopen, maar de meeste jongens doen het vrijwillig. Het is een mooie fysieke prestatie. Als militair draag je een camouflage-outfit met zwarte hoge schoenen en een rugzak van minimaal 10 kilo. Ik heb hem ook eens als 'burger' gelopen, dat was makkelijker, vooral qua schoenen. 'Eten doe je als militair in principe tijdens het lopen, al stop je wel om de twee uur op een militaire rustplaats. Daar worden sokken gewisseld en kun je naar de wc. We slapen in het militaire kamp Heumensoord. Het leukste moment vind ik het finishen, met al het publiek dat staat te klappen en juichen. Na het lopen doen we elke dag nog een drankje. Alleen de laatste avond niet, want dan moeten veel jongens nog naar huis rijden. Ik heb goed getraind. Want als je dat niet doet is het heel zwaar. Zelfs voor militairen.'

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

'Al rollend krijg je andere blessures'

Naam Nikki van Doornen (31 jaar)
Beroep orthopedisch technoloog
Vierdaagse dertiende keer, eerste jaar als rolstoeldeelnemer

'Dit jaar doe ik voor het eerst mee in een rolstoel. Sinds kort weet ik dat ik een bindweefselaandoening heb. Vorig jaar ging de gewone Vierdaagse ook al bijna niet meer, ik liep toen maar 30 kilometer. Het is daarna erg achteruitgegaan. Omdat de Vierdaagse in m'n bloed zit en ik hem voor geen goud zou willen missen, ben ik blij dat ik dit jaar alsnog in een gewone rolstoel kan meedoen. Een sportrolstoel is niet toegestaan. 'Al 'rollend' heb je te maken met heel andere blessures. De meesten dragen shirts met lange mouwen, anders krijg je blaren op je armen - dat schuurt dan tegen de wielen. Lopers hebben dat tussen hun benen. Het finishen blijft hetzelfde als voorgaande jaren. Dat is een onvergetelijke ervaring, het publiek is heel warm.'

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

'Sinds mijn vijftiende nooit een gemist'

Naam Bert van der Lans (84 jaar)
Beroep gepensioneerd, erelid van de Vereniging van Gouden Kruisdragers Vierdaagse voor de 69ste keer

'Ik ben op mijn vijftiende begonnen en heb hem nooit gemist. Maar in 2006 moest de Vierdaagse wegens weersomstandigheden worden geannuleerd. Als dat niet was gebeurd, dan was dit mijn 70ste keer geweest. Anders gezegd: ik start dus wel voor de 70ste keer. 's Ochtends begin ik met een bord Brinta, onderweg eet ik krentenbollen. Ik probeer zo veel mogelijk te drinken. Water, limonade en al dan niet aangelengde sportdrankjes. Na afloop lekker een biertje, dat kan geen kwaad. Het is handig dat ik competitief ben ingesteld: het is een wedstrijd tegen jezelf. Of tegen het weer. Vroeger vond ik hitte normaal, nu is het zwaar. Voor je bioritme is het ook afzien. Je staat om half zes op, terwijl je je anders dan nog vier keer omdraait. M'n zoon doet ook mee, m'n dochter zelfs voor de 34ste keer. M'n vrouw loopt niet, maar die maakt het thuis gezellig en vangt ons op na het lopen.'

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden