Profiel

De verrassendste benoeming: vermaarde fysicus Robbert Dijkgraaf wordt minister van hoger onderwijs

Dat D66 hem heeft benaderd, is niet zo verrassend, maar dat Robbert Dijkgraaf (61) ja heeft gezegd op het aanbod om minister van (hoger) Onderwijs te worden des te meer. Hij geeft er een prestigieuze baan in de Verenigde Staten voor op.

Yvonne Hofs
 Robbert Dijkgraaf bij de seizoenspresentatie van de VPRO in november 2021. Beeld ANP /  ANP Kippa
Robbert Dijkgraaf bij de seizoenspresentatie van de VPRO in november 2021.Beeld ANP / ANP Kippa

Het was Thierry Baudet die als eerste met zijn naam op de proppen kwam. Tijdens de vorige kabinetsformatie, in 2017, stelde het kersverse Kamerlid voor een zakenkabinet van niet-politici samen te stellen. Natuurkundige Robbert Dijkgraaf leek de FvD-leider wel een goeie ministerskandidaat voor de post Onderwijs, vertelde hij informateur Edith Schippers.

Vier jaar later krijgt Baudet alsnog zijn zin, hoewel hij daar waarschijnlijk niet meer op zit te wachten. Dijkgraaf is een fervent verdediger van de wetenschappelijke vrijheden waartegen Baudets Forum voor Democratie zich steeds vaker afzet. In 2019 sprak Dijkgraaf zich publiekelijk uit tegen het ‘meldpunt voor indoctrinatie’ waarmee Forum een heksenjacht wilde openen op linkse hoogleraren en universitair docenten. ‘Een totaal verkeerd initiatief’, reageerde Dijkgraaf. Het universitair onderwijs en de academische vrijheid zijn volgens hem juist gebaat bij een ‘veelheid aan meningen’.

Konijn uit de hoge hoed

Ook Baudets ‘Uil van Minerva’-overwinningstoespraak na de provinciale statenverkiezingen streek Dijkgraaf tegen de haren in. Baudets opmerking dat ‘we ondermijnd worden door onze universiteiten’ is volgens Dijkgraaf ‘absoluut niet waar’. ‘Het mooie van kennis is dat het altijd positief is. Wetenschap ondermijnt juist vooringenomen ideeën’, zei hij op Radio 1.

Terwijl de VVD haar acht ministersposten uitdeelt aan door de politieke wol geverfde partijtijgers, toont D66 meer durf en vernieuwingsdrang. De partij tovert met Ernst Kuipers en Robbert Dijkgraaf twee konijnen uit de hoge hoed. Beiden krijgen een stoel in de Trêveszaal vanwege hun vakinhoudelijke palmares, niet vanwege bewezen loyaliteit aan hun partij.

De bijna 62-jarige Dijkgraaf is misschien wel het opmerkelijkste lid van de aanstaande kabinetsploeg. Verrassend is niet zozeer dat D66 hem benaderd heeft, maar dat Dijkgraaf het aanbod accepteert. Hij geeft er een prestigieuze baan in de Verenigde Staten voor op. Sinds 2012 is Dijkgraaf directeur van een van de belangrijkste onderzoeksinstituten ter wereld: het Institute for Advanced Study in het Amerikaanse Princeton.

Spinozapremie

De geboren Ridderkerker is een fysicus van internationale statuur, vermaard om zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de snaartheorie. Dit onderzoeksgebied van de theoretische natuurkunde probeert een brug te slaan tussen de relativiteitstheorie van Albert Einstein en de kwantummechanica van Niels Bohr en Werner Heisenberg. In 2003 won Dijkgraaf de Spinozapremie, de hoogste Nederlandse wetenschappelijke onderscheiding.

Mensen met bèta-breinen zijn zeldzaam in de politiek. Bèta’s van Dijkgraafs kaliber al helemaal. Maar deze bijzondere carrièrestap komt niet helemáál uit de lucht vallen. Dijkgraaf mengt zich immers graag in het publieke debat. In dat opzicht spiegelt hij zich aan Hendrik Lorentz, zijn ‘favoriete wetenschapper’. Deze Nederlandse Nobelprijswinnaar en natuurkundige, inspirator van Einstein, spande zich net als Dijkgraaf in om de exacte wetenschap te populariseren. Ook Lorentz verschool zich niet in zijn wetenschappelijk instituut, maar was maatschappelijk en politiek geëngageerd.

DWDD University en Zomergast

Dijkgraaf verwierf in Nederland landelijke bekendheid als tafelgast van Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door. In de spin-off serie DWDD University legde hij ingewikkelde natuurkundige vraagstukken als de oerknal, oneindigheid en de relativiteitstheorie op aanstekelijke wijze uit aan een breed publiek. In 2005 mocht hij al optreden bij Zomergasten.

Tijdens zijn veelvuldige bezoeken aan het vaderland schuift Dijkgraaf graag aan in talkshows om zijn bezorgdheid te uiten over het dalende niveau van het Nederlandse onderwijs. Hij roept al jaren dat de overheid meer geld moet uittrekken voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, en dan vooral in de bètawetenschappen. Dat Nederland zoveel beroemde natuurkundigen heeft voortgebracht is te danken aan overheidsbeleid uit het verleden, benadrukt hij. Die vruchtbare voedingsbodem zou inmiddels verdwenen zijn. Nederland dreigt volgens Dijkgraaf zijn vooraanstaande positie in de bètawetenschappen te verliezen nu Nederlandse universiteiten steeds meer studenten moeten opleiden, maar daar nauwelijks extra geld voor krijgen.

Als minister van Onderwijs zit Dijkgraaf straks in de ideale positie om zich van deze ergernis te bevrijden. In 2017 riep hij de toenmalige kabinetsformateurs op één miljard euro extra uit te trekken voor de wetenschap. Het regeerakkoord van Rutte IV geeft hem er vijf. Daarvoor wil Dijkgraaf blijkbaar wel remigreren, én de confrontatie met Baudet in de Tweede Kamer aangaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden