De verpleegkundige is nu de baas

Buurtzorg Nederland is simpel georganiseerd: veel wijkverpleegkundigen, weinig managers. Die verpleegkundige kunnen ook best vergaderen. En is plots een gewild exportproduct.

BEDRIJF: BUURTZORG NEDERLAND - Staat in Enschede ineens de Zweedse ouderenbond bij Buurtzorg op de stoep. Thuiszorg zoals die hier wordt geleverd, willen ze ook wel. Hoog gewaardeerd, en de helft goedkoper dan de reguliere zorg en dat dankzij de efficiënte wijkverpleegkundige. Het buitenland heeft het succes van Buurtzorg Nederland ontdekt: de wijkzuster is exportproduct naar Zweden, Japan, Turkije, Moldavië, China, Ethiopië, de VS en België.


Verzorging en verpleging aan huis, georganiseerd en uitgevoerd door kleine teams van wijkverpleegkundigen en zonder managers of andere dure overhead. 'Wijkverpleegkundigen over de hele wereld hebben dezelfde ideeën over het vak', zegt Jos de Blok (51). 'We gaan zoveel mogelijk uit van de zelfstandigheid en de zelfredzaamheid van de patiënt. En de professional bepaalt - niet de manager.'


Buurtzorg viert deze maand feest. De thuiszorgorganisatie bestaat vijf jaar en heeft verspreid over Nederland inmiddels vierhonderd teams aan het werk, die per jaar 45 duizend patiënten verzorgen. Meer dan de helft is terminaal patiënt die thuis wil sterven. Wijkverpleegkundigen melden zich nog dagelijks om te ontsnappen aan de regelzucht in de zorg. Personeelsadvertenties heeft Buurtzorg nog nooit hoeven zetten.


En dan dus die belangstelling uit het buitenland. 'We zoeken het niet op, maar als er om gevraagd wordt, gaan we daar natuurlijk op in', zegt De Blok niet zonder trots. In Zweden wordt begonnen in Bålsta, een stad vijftig kilometer ten noorden van Stockholm. De ouderenzorg was er te gefragmenteerd. 'We heten er Grannvård, want zorg betekent in het Zweeds rouw.'


Japan - waar ook al belangstelling bestaat - is in de ogen van De Blok het voorbeeld bij uitstek waarom het in de zorg anders moet. 'Er ontstaat een capaciteitsprobleem: door de vergrijzing zijn er straks te weinig mensen om al die ouderen te verzorgen. Daarom verbaast het me niet dat er een vraag komt uit Japan, het land met de meeste ouderen.'


De Blok windt zich zichtbaar op. 'Ik ben trots, natuurlijk; onze organisatie groeit nog steeds, en we hebben een paragraaf in het regeerakkoord gekregen. Maar er zit wel woede onder, over de manier waarop we omgaan met onze gemeenschappelijke middelen. Het gaat niet alleen om die bergen geld, maar ook om hoe we omgaan met de beschikbare capaciteit. Als we op deze manier blijven werken, komen we straks handen tekort als de vergrijzing echt toeslaat.'


De zorg is steeds verder komen afstaan van waar het om gaat: de patiënt is ondergeschikt gemaakt aan de vraag hoeveel omzet er wordt gedraaid, zegt zorgondernemer De Blok. 'Goedkope laagopgeleiden zoveel mogelijk uren laten maken en veel dure poeha eromheen.'


Het komt nog steeds voor dat de directeur een verontwaardigd telefoontje krijgt: of hij wel weet dat een wijkverpleegkundige naar een beleidsoverleg komt. 'Nog niet iedereen snapt dat hoogopgeleiden op dat niveau kunnen meepraten en de directeur daar niet nodig is. Zoals diezelfde wijkverpleegkundige ook met de familie kan overleggen, of met de huisarts.'


Buurtzorg timmert niet alleen over de grens aan de weg, ook in Nederland zijn nieuwe initiatieven in gang gezet. Voor komend jaar staan honderd preventieprojecten op stapel, betaald uit het resultaat van 7 à 8 miljoen. Een woningbouwvereniging creëert een ruimte waar zelfstandig wonende ouderen samen kunnen eten. Zo kunnen ze elkaar af en toe eens helpen, zodat de vraag naar zorg wordt uitgesteld.


Buurtdienst is een nieuw aanbod: gezinszorg, waarbij het ook weer draait om het vergroten van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid. 'In twee jaar hebben we een omzet bereikt van 4 miljoen euro. We gaan voorzichtig uitbreiden.'


Volgende maand beginnen experimenten met Buurtzorg Jong, in Amersfoort en Enschede. In Zierikzee gaat het eerste Buurtpension open: tijdelijke opvang voor wie in het ziekenhuis ligt te wachten op een plek in een verpleeghuis. Buurtklinieken staan nog op het wensenlijstje van De Blok. In samenwerking met de huisartsen, en met activiteiten in de wijken.


De directeur staat voor 100 duizend euro op de jaarrekening. Al vinden sommigen in de raad van toezicht dat te weinig, het past bij de maximaal 50- tot 60 duizend euro die de professional in zijn organisatie verdient. Het leukste van zijn werk? Afgezien van het ontwikkelen van nieuwe ideeën is en blijft dat de wijkverpleging. Elke zomer pakt de zorgondernemer zijn oude beroep op en werkt hij een aantal dagen als wijkverpleegkundige; soms ook valt hij in.


'Je ziet en ruikt de levensverhalen, mede verteld door de foto's in huis. En elke keer word je weer verrast. Ik kwam bij een vrouw van 99, ze lag in een ziekenhuisbed. Bij de sta-opstoel voor de tv stond nog een leeg wijnglas en een schaaltje waarin borrelnootjes hadden gezeten. Ik vroeg of ze gisteravond naar tv had gekeken. Het antwoord: 'Ja, naar Topgear. Dat zijn van die leuke jongens.'


Waar: ALMELO (HOOFDKANTOOR)


Sinds: 2006


Aantal werknemers: 4.200 AAN HET BED, 25 OP KANTOOR


Jaaromzet: 130 MILJOEN euro


Buurtzorg gaat uit van wat er aan zorg nodig is en niet van het aantal uur waarop een patiënt recht heeft. 'Elke situatie is immers anders. Wat kan iemand zelf? Wat kan de familie? Een terminale patiënt heeft recht op 84 uur zorg per week, maar wij halen dat zelden.'


Uit onderzoek van Ernst & Young is gebleken dat Buurtzorg gemiddeld de helft van het benodigde aantal uren inzet. Dat kan omdat Buurtzorg meer hooggeschoold personeel inzet (65 procent tegen nog geen 10 procent in de traditionele zorg). Door in te spelen op wat de patiënt zelf kan en waar familie en bijvoorbeeld buren kunnen ondersteunen, wordt ook efficiënt met de uren en budgetten omgegaan. De waardering is hoog. Buurtzorg scoort een 9,1, tegenover het gemiddelde van 7,5.


De wijkverpleegkundige is de spil in het werk en is onderdeel van een klein zelfstandig opererend team. Zij (slechts 1 procent is man) bepaalt welke hulp nodig is, soms in overleg met huisarts of ziekenhuis. Centraal staat altijd de zelfredzaamheid van de patiënt, want die moet zo snel mogelijk, of zo lang mogelijk, zelfstandig worden of blijven. 'Daarmee kan je een enorm verschil creëren. We zijn er niet met wasbeurten en wonden verbinden. Dat hoort tot ons werk, natuurlijk, maar de wijkverpleegkundige vraagt zich vooral af: hoe word ik overbodig.'


Goed opgeleid personeel en uitgaan van wat nodig is


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.