De vernieuwers hebben toch gewonnen

DENNENDAL IS wel degelijk succesvol geweest. Het grote conflict in de jaren zeventig in de zwakzinnigeninrichting in Den Dolder eindigde met de ontruiming door de politie van een aantal paviljoens in een ogenschijnlijke nederlaag van de vernieuwers onder leiding van Carel Muller....

Dit is de belangrijkste conclusie die Evelien Tonkens trekt in een omvangrijke studie over Dennendal waarop zij op 11 maart is gepromoveerd aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Van haar proefschrift is een handelseditie verschenen onder de titel Het zelfontplooiingsregime - De actualiteit van Dennendal en de jaren zestig. Het is een lezenswaardige, scherpzinnige en goed geschreven evaluatie geworden van het grootste conflict dat de Nederlandse gezondheidszorg heeft gekend.

Het boek van Tonkens is niet het eerste over Dennendal. Vijf jaar geleden verscheen al een studie op basis van archiefonderzoek van de Utrechtse historici Dankers en Van der Linden. Dat was een heldere, maar nogal droge beschrijving van het conflict. Tonkens graaft een laag dieper. Zij heeft politieke en sociaal-culturele wetenschappen gestudeerd en dat blijkt uit de invalshoek die ze gekozen heeft: de zelfontplooiing van zowel personeelsleden als pupillen van Dennendal als de drijvende kracht achter de vernieuwing die in 1969 in stilte begon met de benoeming van Muller tot directeur van Dennendal en die op 3 juli 1974 eindigde met de ontruiming.

Dennendal werd in de woelige jaren zeventig ook een symbolisch conflict. Het leek of alle tegenstellingen uit die jaren zich in deze affaire samenbalden. Het gevecht van alternatieve jongeren om ruimte in een hiërarchische organisatie waar de deskundigen het voor het zeggen hadden, werd, mede door de massale publiciteit, opgeblazen tot een opstand tegen de gevestigde orde en een botsing tussen twee culturen, tussen langharige vernieuwers en regenteske conservatieven.

De politiek slaagde er niet in het conflict op te lossen, integendeel. Het kabinet-Den Uyl werd er zelfs door aan het wankelen gebracht. Op de avond van de ontruiming verscheen Den Uyl zelf op de televisie om te verklaren dat hij de afloop ervoer als een nederlaag.

Er zijn twee gangbare visies op het Dennendal-conflict die geen van beide een goede verklaring geven, zegt Tonkens. Er zijn maar liefst zeven redenen waarom deze visies niet juist zijn. De vernieuwers waren niet ongeduldig of onverstandig. Het was geen strijd tegen het medisch model, want dat was op Dennendal al vervangen door een deskundigheidsmodel van medici en gedragswetenschappers samen. De vernieuwers waren ook geen voorstanders van een pedagogisch model. Dennendal was onderdeel van een psychiatrische kliniek en liep bij het aantreden van Muller duidelijk achter op echte zwakzinnigeninrichtingen.

Het conflict was ook geen gevecht om democratie, want de vernieuwers interesseerden zich wel voor informele democratie, maar ze moesten niets hebben van formele democratische regels. De gangbare visies verklaren niet waarom op Dennendal opvallend veel mannen kwamen werken. En ze verklaren evenmin de publieke belangstelling die het conflict trok.

Al deze factoren kunnen volgens Tonkens wél verklaard worden door het Dennendal-conflict te beschrijven vanuit zelfontplooiing: 'het idee dat alle mensen, maar dan ook echt allemaal, hun eigen mogelijkheden en talenten zouden moeten kunnen ontdekken en ontplooien, en dat de maatschappij (de politiek, het onderwijs, de hulpverlening) zo ingericht zou moeten worden dat zij deze zelfontplooiing ondersteunde of op zijn minst niet blokkeerde'. Tonkens noemt Jan Willem Duyvendak als iemand die de laatste tijd veel over zelfontplooiing heeft geschreven en met wie zij zich verwant voelt.

Deze invalshoek leidt tot verhelderende resultaten. Tonkens constateert bijvoorbeeld een duidelijk verschil tussen het eerste en het tweede Dennendal-conflict. Het eerste ontstond na publicaties in De Telegraaf, maar het leidde tot een overwinning voor de vernieuwers. Die beten in 1974 echter alsnog in het stof, hoewel ze zelf op tal van punten concessies deden en de nieuwe bestuurders van Dennendal de vernieuwing wel degelijk een kans wilden geven. Het tweede conflict bleek onoplosbaar door een noodlottige interactie van interne en externe factoren, waaronder de politiek.

De vernieuwers van Dennendal hadden opvattingen over zwakzinnigen waar ook de toenmalige bestuurders van de overkoepelende Willem Arntsz Stichting niet tegen waren, al formuleerden de aanhangers van Muller het soms nogal scherp.

Hun belangrijkste uitgangspunt wordt misschien het mooist omschreven in een citaat uit een nota over nieuwbouw: 'Aan een zwakzinnige is niets menselijks vreemd, evenmin als aan een zogenaamd normaal mens iets zwakzinnigs vreemd is.'

Tonkens laat geen twijfel bestaan over de vraag of het conflict zin gehad heeft. 'Alles moest anders, in de jaren zestig, en alles wérd anders. Althans in de verstandelijk-gehandicaptenzorg. Er is waarschijnlijk geen sector in de maatschappij te bedenken waar 'de jaren zestig' zo veel effect hebben gehad als hier. Veel alternatieven die op Dennendal werden uitgeprobeerd, en destijds als wereldvreemd en utopisch golden, worden nu op grote schaal in de praktijk gebracht', schrijft Tonkens. Ze lijkt het geheel eens met de stelling die een voormalig staflid van Dennendal in het boek huldigt, namelijk dat Carel Muller zijn tijd ver vooruit was.

De kritiek op de ouderwetse zwakzinnigeninrichtingen heeft geleid tot hervormingen waardoor de meeste inrichtingen overgingen op andere vormen van zorg. Een van de belangrijkste uitgangspunten van de Dennendal-vernieuwers was de 'verdunning', het samenwonen van zwakzinnige en gewone mensen. Dat wordt de laatste jaren volop overwogen en hier en daar ingevoerd. Ook beheer van het eigen budget door de groepsleiding is nu gangbaar. En de deskundigen worden meer en meer adviseur in plaats van beleidsmaker.

Inzake Dennendal moet volgens Tonkens dus het gangbare beeld van de jaren zestig worden bijgesteld. Die periode heeft in de zwakzinnigenzorg wel degelijk grote invloed gehad. Ze gaat nog een stap verder door de vraag op te werpen waarom dat op andere terreinen, waar alles anders moest, niet is gelukt. Daarvoor is meer studie nodig, vindt Tonkens. En ze concludeert: 'Met een beetje meer geduld, investeringen en erkenning dat individuele en collectieve verantwoordelijkheid niet strijdig zijn, kunnen we van de jaren zestig wellicht nog meer vruchten plukken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden