De verloren majesteit van Mystras

In Mystras op de Griekse Peloponnesos herleefde het byzantijnse rijk in de dertiende en veertiende eeuw nog één keer, tot het met de val van Constantinopel tenonder ging....

Negenentwintig gouden aureolen flikkeren op in de zonnestralen, die door kleine raampjes de koepel binnendringen. Een vertrouwde bijbelse stoet staat in de schijnwerpers. Twee engelen vergezellen de maagd Maria, een reeks profeten verkondigt met papierrollen in de hand het Woord, een aartsengel zweeft wat rond, twee behulpzamen schuiven de goddelijke troon bij, en vanuit de top kijkt Jezus Christus neer op de gelovigen.

In de krappe kerk van het miniklooster Peribleptos is de koepel de kroon op het werk van de schilders geweest. Over alle muren hebben ze hun frescokunst geëtaleerd in bijbelse voorstellingen. Ze hebben de evangeliën vertaald tot een vurig stripboek, waarbij - in de Middeleeuwen - een analfabete gelovige de schellen van de ogen vielen. Al moest hij zijn hoofd in alle standen draaien om te weten hoe het verhaal afloopt.

Maar na de reeks van geboorte tot wederopstanding is het de koepel die de blik lang vasthoudt. De statische presentatie van Gods keurtroepen lijkt van iedere emotie ontdaan. Maar dat is schijn. Jezus weet in één van zijn fameuze poses - de bijbel onder zijn linkerarm geklemd en de rechterarm zegenend opgeheven - door te dringen tot de ziel. Zelfs nu nog, nu het pleisterwerk in grote plakken naar beneden is gevallen en zo zijn rechterarm heeft afgehakt.

De Peribleptos-kerk staat in een uithoek van de oude byzantijnse stad Mystras. Als de botten van een geraamte liggen de ruïnes van een tiental kerken en kloosters verspreid over een heuvel nabij Sparta op de Griekse Peloponnesos. Op deze plek leefde in de dertiende en veertiende eeuw het Byzantijnse Rijk nog eenmaal op, voor het bij de val van Constantinopel in 1453 tenonder ging. Wat rest, is een frescoparadijs vol barsten en scheuren.

De geschiedenis van Mystras begint niet, zoals bij zoveel plaatsen in Griekenland, in de oudheid. Het was een Frankische prins, die in 1249 zijn oog liet vallen op de heuvel, een uitloper van de berg Taigetos (2404 m). Met zijn gevolg reed William de Villehardouin over de vlakte van Sparta, op zoek naar een plek om een fort te bouwen. De Franken streden al decennia om de Peloponnesos, een streek die zij passeerden op hun kruistochten naar Jeruzalem.

De heuvel was bijzonder geschikt voor een vesting, omdat hij aan de ene kant wordt begrensd door een afgrond. Onneembaar, zo blijkt uit de historie. En dat is goed voorstelbaar, wanneer je tijdens de lange klim de indruk krijgt dat de heuvel het fort almaar hoger de hemel in duwt.

Nooit is de vesting veroverd en toch was De Villehardouin haar al na dertien jaar kwijt. Bij een veldslag werd de prins door de Grieken gevangen genomen. Hij kreeg zijn vrijheid pas terug, nadat hij drie forten, waaronder dat van Mystras, aan ze overdroeg. De Franken poogden in de volgende decennia tevergeefs de burcht terug te winnen. Dat lukte voor een deel: de blauwogige Frankische dames waren gewilde huwelijkspartners voor de Grieken en eeuwen later de Turken.

Van de kamers en zalen is het raden waar ze zich bevonden, alleen de poort en de buitenmuren van het fort zijn nog redelijk intact. Een blik tussen de afgebrokkelde kantelen door maakt meteen duidelijk dat De Villehardouin een groot strateeg was. De vallei ontvouwt zich, een leger zou zich nergens kunnen verschuilen. Destijds lag in de verte het middeleeuwse Sparta in puin, tegenwoordig domineren de lelijke witte flats van het moderne Sparta het vergezicht.

Toen de Grieken de vesting overnamen, begonnen ze vrijwel meteen aan de voet ervan huizen en kerken te bouwen. Boeren uit het dal trokken naar de stad-in-wording, waar ze zich veilig voelden voor roversbenden. Tegenwoordig is er hulp van Unesco en de Europese Unie nodig om Mystras tegen de tand des tijds te beschermen.

Tussen weelderig groeiende planten, struiken en bomen liggen de kerken, de landhuizen van de rijken en het paleis van de Despoot van Mystras verscholen. De meesten zijn totaal vervallen en overgroeid met roodgroene klimop. Hele straten zijn tot spookstraten verworden, waar salamanders tussen de beige stenen doorglippen. De gerestaureerde pannen laten zich herkennen door de terracotta dakpannen die opnieuw in keurige rijtjes zijn aangebracht. Ook zijn er in de heropgerichte muren schijnbaar willekeurig terracotta brokjes aangebracht. Van een afstand ziet het er schilderachtig uit, dichterbij gekomen blijkt het te netjes gemetseld en kan het eerder voor romantisch dan voor authentiek doorgaan.

De byzantijnse kerken in Mystras zien er met hun vele koepels en ronde bijbeuken van buiten mollig uit. Waar je zou denken dat er op de helling vooral rank gebouwd moest worden, hebben de middeleeuwse architecten toch aan de kapellen zoveel mogelijk uitbouwtjes vastgeplakt. Maar van binnen zijn de kerken intiem. En donker: er zijn nauwelijks ramen - laat staan gebrandschilderde ramen. De troost komt als de ogen eenmaal aan het duister gewend zijn, dan doemen de fresco's op.

In de kleine Heilige Sofia-kerk zijn er nog maar een paar. Hoog in de beuk waar zich het altaar achter twee pilaren bevond, is een vervaagde Christus in rood-wit-blauw zichtbaar. Zijn aureool is vaal oker gekleurd.

Ook de Heilige Nicolaaskerk is zomaar een kerk in Mystras. Alleen verweerde fresco's zijn er nog over, als het stucwerk niet al helemaal verdwenen is. De stenen waaruit de kerk in de veertiende eeuw is opgebouwd, zijn weer goed te zien. De bouwvakkers gebruikten veel stenen uit het verwoeste Sparta - het middeleeuwse, niet het Sparta uit de oudheid. Ergens halverwege een pilaar valt een blok marmer met inscriptie op: het is verkeerd geplaatst, de Griekse letters staan op hun kop.

Twee despotenfamilies hebben Mystras gedurende twee eeuwen beheerst: de Katakouzenoi en de Palaiologoi. Geen onbelangrijke families in het byzantijnse rijk, want keizer Johannes VI was een Katakouzenos en zijn opvolger Johannes V (sic) een Palaiologos. Beide keizers stuurden hun zonen de Peloponnesos op om Mystras in byzantijnse handen te kunnen houden, terwijl Turken, Franken en verschillende Slavische volken de streek terroriseerden.

Maar de ambities van de despoten reikten verder dan Mystras alleen als onneembare vesting te handhaven. Een grootse bibliotheek werd aangelegd, die vanzelf filosofen en kerkgeleerden naar de stad lokte. De bekendste onder hen was Georgios Gemistos Plethon (1355-1452), een platonist wiens leerlingen later in Florence de Renaissance op weg hielpen.

Vanzelf kregen de despoten een imposant gevolg van prinsen, hofdames, ridders en, toen de stad ook bisschopszetel werd, veel geestelijken. Van de grandeur die Mystras in de jaren rond de wisseling van de veertiende naar vijftiende eeuw gehad moet hebben, getuigt onder andere het drie verdiepingen hoge paleis. Geen schilderingen of andere blinkende pracht en praal is er over, maar de macht van het L-vormige gebouw met hoge ramen spreekt voor zich.

Het majesteitelijke Mystras mag dan verloren zijn gegaan, resten van het devote Mystras van die jaren laten zich nog voelen in de grote Metropolis-basiliek en vooral het Pantanassa-klooster. De nonnen daar zijn de laatste bewoners van Mystras en laten dagelijks de kaarsen branden. Hier is het altaar nog in volle glorie opgericht, van de kerkruimte afgescheiden door een eenvoudig houten schot. Een ikoon van Maria en Jezus is verpakt in een minutieus bewerkte plaat van zilver. Eronder hebben gelovigen blikken hangertjes opgeprikt. Een been, een huis, een oor, een oog, een kind - dankbetuigingen voor verhoorde gebeden om have, goed en gezondheid.

Op het plafond in de Pantanassa-kerk komt Christus de stad Jeruzalem binnen op een wit paard. In rood en groen zijn de huizen in een duizelingen opwekkend perspectief geschilderd. De bewoners lopen de stadspoort uit om Hem te verwelkomen. Eéns waren hun gezichten van verrukte uitdrukkingen voorzien. Een paar bogen verderop wordt Jezus geboren. Een os en een ezel kijken over de rand van de kribbe, die gek genoeg meer weg heeft van een doodskist. Maria ligt ernaast te slapen, van top tot teen gehuld in het zwart. De schaduwen over haar lichaam en de vouwen in haar kleding zijn bij kaarslicht onweerstaanbaar.

De Turken, die in 1460 orde op zaken stelden in de door Albanese invallen geteisterde stad, zagen de pracht van de fresco's niet. Vooral de wanden van de kerken hebben ze met bijlen en zwaarden bewerkt. De plafonds bleven voor hun vernielzucht gespaard. Daar konden ze niet makkelijk bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden