Opinie

'De verkiezingen worden een soort vervolg-referendum over Europese samenwerking'

Het zou goed zijn als het in de verkiezingsstrijd om fundamentele zaken gaat. In de kern gaat het Europese project namelijk niet om de vraag of begrotingstekorten een procentje meer of minder mogen bedragen. 'Het wezen van Europese samenwerking is de vraag hoe Europese staten en burgers zich tot elkaar willen verhouden.' Dat schrijft Peter 't Lam.

Foto uit 1950 van Robert Schuman, voormalig Franse minister van Buitenlandse Zaken,Beeld AFP

Het is morgen 9 mei, de Dag van Europa. Op 9 mei 1950 ontvouwde de Franse minister van Buitenlandse Zaken Schuman plannen voor Europese samenwerking op het gebied van kolen en staal. De eerste stap op weg naar wat uiteindelijk is uitgegroeid tot de Europese Unie. Er zullen nauwelijks Europeanen zijn voor wie 9 mei deze speciale betekenis heeft. Toch is met de Schuman-declaratie iets in gang gezet wat vandaag de dag het publieke debat in Europa volledig beheerst.

De huidige eurocrisis is het gesprek van de dag en leidt zelfs tot menige regeringscrisis. De EU-perikelen leggen ook de onderlinge verwevenheid in Europa bloot. Met als gevolg dat nationale verkiezingen, zoals afgelopen weekend in Frankrijk en Griekenland, een dominante Europese dimensie kennen en grensoverschrijdende gevolgen. 'Verkiezingen knauw voor Europa', luidde de veelzeggende kop van De Volkskrant afgelopen maandag naar aanleiding van de uitslagen in Parijs en Athene.

De thematiek van de debatten in Frankrijk en Griekenland is vergelijkbaar met die in Finland, Slovenië en Spanje. Ook Nederland ervaart dit. Rutte en de Jager riepen het afgelopen jaar in Brussel om strenge begrotingsdiscipline, maar kregen in eigen huis met gedoogpartner PVV het huishoudboekje niet op orde. Het kostte het kabinet-Rutte de kop. Dit alles geeft de aanstaande verkiezingen voor de Tweede Kamer een onmiskenbaar Europese kleur. Het dwingt politici en burgers tot een duidelijke positiebepaling ten aanzien van het proces van Europese integratie.

Non-issue
Decennialang was Europese samenwerking een onomstreden project dat met een gerust hart aan Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders in Brussel en Straatsburg werd overgelaten. Pers en publieke opinie roerden zich nauwelijks. Europese samenwerking was een non-issue.

In de jaren '90 begint dit beeld te kantelen. Na de val van de Berlijnse muur en met de ondertekening van het Verdrag van Maastricht toont Brussel nieuwe ambities: uitbreiding van het aantal lidstaten, verdere economische en monetaire integratie (euro) en institutionele vernieuwing (Grondwet). Parallel aan die ontwikkelingen begint in de lidstaten het politieke en publieke debat over de gewenste richting en intensiteit van Europese integratie aan kracht te winnen. Ook de media-aandacht voor Europese vraagstukken neemt zienderogen toe.

Uit mijn recent afgeronde promotie-onderzoek blijkt dat Nederland daarbij achterblijft bij de ons omringende landen. Bij onze buren kan de EU al jarenlang rekenen op meer politiek debat, minder publieke steun en meer media-aandacht. In Nederland komt het Europese discours pas goed op gang rond het referendum over het nieuwe grondwettelijke Verdrag van de EU in 2005. Voor die tijd kreeg de EU hooguit incidenteel publieke aandacht (Verdrag van Amsterdam in 1997, introductie euro in 2001, het optreden van klokkenluider Paul van Buitenen (hoe zou het toch met hem zijn?), of het besluit van Geert Wilders om uit de VVD-fractie te stappen (2004) omdat de VVD zich niet tegen een eventueel EU-lidmaatschap van Turkije wilde uitspreken.

De uitslag van het Grondwet-referendum in Nederland was in dubbel opzicht opmerkelijk. Niet alleen spreken de traditioneel pro-Europese Nederlanders zich afgetekend uit tegen de Europese Grondwet (61,5% van de stemmers zei Nee), ook de opkomst is relatief hoog (ruim 63%). En daarmee is de EU een issue geworden in de Nederlandse publieke arena.

En bij prominente kwesties horen per definitie gepolariseerde stellingnames die zichtbaar worden in de posities van de diverse politieke partijen. Wat dat betreft loopt er een rechte lijn van het referendum via de eurocrisis naar de aanstaande verkiezingen van september.

D66 en GroenLinks zijn het meest uitgesproken pro-Europees. Zo pleitte D66-Europarlementariër Sophie in 't Veld onlangs (De Volkskrant, 26 maart) nog onomwonden voor een Politieke Unie als antwoord op de haperende bestrijding van de eurocrisis. Nog meer integratie dus. De flank-partijen SP en PVV (en ook de SGP) noteren de grootste reserves ten aanzien van de EU. Geert Wilders gaat hierin het verst met zijn recent geuite wens om Nederland uit de EU laten stappen. De traditionele middenpartijen (VVD, CDA, PvdA) doen hun positie eer aan door gematigd pro-EU te zijn, maar bij bepaalde aspecten van Europese samenwerking kritische kanttekeningen te plaatsen. Zo valt er voor de Nederlandse burger dus wat te kiezen. En dat is winst. Voor elke opvatting is een politieke partij te vinden. En daarmee worden de Tweede Kamer verkiezingen een soort vervolg-referendum over Europese samenwerking.

Fundamentele zaken
Het zou goed zijn als het in de verkiezingsstrijd om fundamentele zaken gaat. In de kern gaat het Europese project namelijk niet om de vraag of begrotingstekorten een procentje meer of minder mogen bedragen. En ook niet om krappere of royalere visquota. Zelfs het berekenen van eventuele kosten van de euro of baten van Europese samenwerking gaan voorbij aan de essentie. Het wezen van Europese samenwerking is de vraag hoe Europese staten en burgers zich tot elkaar willen verhouden. Gaat in Europa ieder voor zich de uitdagingen van de huidige tijd aan, of kiezen we voor samenwerking? Pas als die fundamentele vraag is beantwoord, kunnen de daaruit voortvloeiende consequenties en mogelijke modaliteiten aan bod komen en ingevuld worden. Robert Schuman gaf zijn antwoord ruim 60 jaar geleden, op 9 mei 1950.

Peter 't Lam is onlangs gepromoveerd op de effecten van media-berichtgeving over de EU op de publieke opinie. Hij is werkzaam als docent Communicatie bij Hogeschool Inholland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden