columnmerlijn kerkhof

De verheerlijking van Lorenzo Viotti is niet gezond

null Beeld

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

‘Geef mij een microfoon, zet wat mensen voor mijn neus en ze zullen me volgen. Geloof me: die gave heb ik. Ik ben zo gepassioneerd dat je zult houden van alles wat ik doe.’

Het is geen citaat van Silvio Berlusconi of Hugo Chávez, maar van een dirigent van 31 jaar. Lorenzo Viotti, de Zwitser die dit seizoen is begonnen als chef bij het Nederlands Philharmonisch Orkest en De Nationale Opera, is al maanden de meest besproken figuur in het Nederlandse muziekleven. Nog niet zozeer om zijn artistieke prestaties, wel om zijn verschijning (zó knap, echt, iedereen wil met hem naar bed), zijn mediaoptredens (bij Jinek mocht hij toezien hoe comedian Tijl Beckand musici van het Residentie Orkest dirigeerde) en de onorthodoxe campagne waarmee hij in de markt wordt gezet.

Hij laat zich graag bijna naakt fotograferen, want Viotti komt veel in de sportschool. In een over de top introductiefilmpje, waarin je hem zag zwemmen, boksen, skateboarden, op het dak van het Concertgebouw zag springen en zwoel pasta zag eten, werd de dirigent voorgesteld. Het leek meer op reclame voor zijn Instagrampagina dan voor de kunstvorm, maar we hebben het erover, nu weer, dus je zou kunnen zeggen: doel bereikt.

Nu is daar dus het eerste barstje. Het citaat komt uit het blad Quote, dat Viotti interviewde. Daar stond nog wel meer wenkbrauwfronsbaars in. Over zijn nieuwe opdrachtgever: ‘Ik merk hier duidelijk dat veel mensen hun mening willen geven over mijn werk, zelfs als ze niet in de positie zijn binnen de hiërarchie van de organisatie.’ En: ‘Ik denk dat het met mijn inzet een van de leidende instituten gaat worden, een voorbeeld voor vele andere.’

Dan, tot Sarah Arnolds, de journalist die het allemaal optekende terwijl Viotti van zijn fitboy-ontbijt genoot: ‘Ik zou je een hapje willen geven, maar ik heb maar één lepel.’

Arnolds stuurde hem het interview ter inzage, Viotti mocht het controleren op feitelijke onjuistheden. Tot haar verbazing werd Viotti boos: er stonden dingen in die hij nooit gezegd zou kunnen hebben. Gelukkig had Arnolds een opnameapparaatje laten meelopen, waardoor ze de aantijgingen kon weerleggen. De persmedewerker van het orkest moest toegeven dat Arnolds’ weergave van het gesprek correct was.

Had ik zoiets ook niet een keer meegemaakt? 2014, ik volgde een jonge academicus, ook erg bezig met zijn uiterlijk, die samen met een tv-presentator – thans fitnessgoeroe – een boek had geschreven over klassieke muziek. Het interview verliep in goede harmonie, ik had hem letterlijk geciteerd, maar toen ik hem de tekst toestuurde, ontstak hij in woede. Niets aangepast. De volgende keer dat ik hem zag, was hij weer aardig alsof er niets was gebeurd. Inmiddels is hij leider van een politieke partij met vijf zetels in de Tweede Kamer en beweert hij op markten dat aids ‘niet bestaat voor blanke hetero’s’ en condooms niet nodig zijn, want bedacht door ‘big pharma’. Zo kan het gaan.

Hoewel de dirigent de laatste jaren steeds meer een primus inter pares is geworden, en slechts een enkeling het woord ‘maestro’ nog zonder ironische ondertoon uitspreekt, richten we de camera’s weer massaal op één in het beste geval excentriek en zelfverzekerd persoon. We kunnen ons afvragen of dat wel zo gezond is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden