De vereenzaming van de enig overgebleven supermacht

Na de Koude Oorlog werden de VS de enige supermacht en trachten zij de wereld hun wil op te leggen....

ER IS OP dit moment één supermacht. Maar dat wil niet zeggen dat we in een unipolaire wereld leven. Een unipolair systeem kent één supermacht, geen andere grote machten en een groot aantal kleine machten. Het gevolg is dat de supermacht belangrijke internationale kwesties alleen kan oplossen en dat de andere staten niet bij machte zijn om de supermacht daarvan te weerhouden.

In een bipolair systeem, zoals in de Koude Oorlog, zijn er twee supermachten en de relaties tussen die twee spelen een cruciale rol in de internationale politiek. Elk van beide supermachten speelt de rol van leider in een coalitie van geallieerde staten en wedijvert met de andere supermacht om de invloed over de niet-geallieerde landen. In een multipolair systeem zijn er verschillende machten van vergelijkbare sterkte die in telkens wisselende patronen met elkaar samenwerken en wedijveren. Voor de oplossing van belangrijke internationale kwesties is een coalitie van grote staten nodig. In de Europese politiek treffen we al eeuwen een systeem aan dat hierop nog het meeste lijkt.

De huidige internationale politiek past niet in deze drie modellen. Het is een mengvorm, een uni-multipolair systeem met een supermacht en enkele grote machten. De oplossing van belangrijke internationale kwesties vraagt om actie van die ene supermacht, maar altijd in een combinatie met andere grote staten; de ene supermacht kan echter bij bepaalde belangrijke kwesties de actie wegstemmen via een combinatie met andere staten. De VS zijn de enige staat die op alle machtsterreinen supermachtig zijn.

Op het tweede niveau zijn er de grote regionale machten die het in bepaalde gebieden voor het zeggen hebben, maar die hun belangen niet op zo'n grote schaal kunnen uitbreiden als de VS. Daartoe behoren het Duits-Franse condominium in Europa, Rusland in Eurazië, China en (in potentie) Japan in Oost-Azië, India in Zuid-Azië, Iran in Zuidwest-Azië, Brazilië in Latijns-Amerika, en Zuid-Afrika en Nigeria in Afrika.

Op het derde niveau bevinden zich de secundaire regionale machten, waarvan de belangen vaak strijdig zijn met de sterkere regionale staten. Hiertoe behoren onder andere Groot-Brittannië dat vaak botst met de Duits-Franse combinatie, Oekraïene dat overhoop ligt met Rusland, Japan (in combinatie met China), Zuid-Korea (en Japan), Pakistan (en India), Saudi-Arabië (en Iran) en Argentinië (en Brazilië).

De VS prefereren natuurlijk een unipolair systeem en gedragen zich vaak alsof dat bestaat. De grote machten zien liever een multipolair systeem waarin ze hun belangen kunnen behartigen, zonder onderworpen te zijn aan beperkingen, dwang en druk van de sterkere supermacht. Zij voelen zich bedreigd door - wat zij zien - als het Amerikaanse streven naar mondiale hegemonie.

De Amerikaanse top voelt zich gefrustreerd door het onvermogen om die hegemonie te bewerkstelligen. Geen van de grote machten is gelukkig met de status quo. Hoe meer de supermacht zijn best doet om een unipolair systeem te creëren, hoe meer de grote machten zich inspannen om een multipolair systeem te realiseren.

In de unipolaire situatie aan het einde van de Koude Oorlog en bij de ineenstorting van het Sovjetrijk konden de VS vaak aan andere landen hun wil opleggen. Dat moment is voorbij. De belangrijkste dwangmiddelen die de VS nu proberen te hanteren zijn economische sancties en militaire interventies. Sancties werken echter alleen als andere landen ze ook onderschrijven en dat is in afnemende mate het geval. En dus passen de VS ze of eenzijdig toe, ten koste van hun economische belangen en de relaties met hun bondgenoten, of ze passen ze niet toe en in dat geval worden ze een symbool van zwakte.

Tegen betrekkelijk geringe kosten kunnen de VS aanvallen met bommen of kruisraketten uitvoeren. Maar daarmee bereik je weinig. Meer serieuze interventies moeten aan voorwaarden voldoen: ze moeten door een of andere internationale organisatie (bijvoorbeeld de VN) worden gelegitimeerd, en in zo'n organisatie kunnen ze door de Russen, Chinezen of Fransen worden tegengehouden; ze vragen ook om deelname van de geallieerde strijdkrachten en het is nog maar de vraag of die deelname wordt toegezegd; en er mogen geen Amerikaanse en nagenoeg geen 'secundaire' slachtoffers vallen.

Zelfs als de VS aan deze drie voorwaarden voldoen, dan nog bestaat de kans op kritiek van het thuisfront, en op weerstand vanuit het buitenland (vanuit politieke kringen maar ook vanuit kringen van het volk). Door zich te gedragen alsof ze in een een unipolaire wereld leven, komen de VS ook steeds meer alleen te staan. De Amerikaanse leiders beweren steeds dat ze namens de internationale gemeenschap spreken. Maar wie hebben ze voor ogen?

Keer op keer stonden de VS alleen; met slechts een paar partners aan hun zijde. Het gaat hierbij om VN-contributies, sancties tegen Cuba, Iran, Irak en Libië; het landmijnenverdrag; het broeikaseffect; een internationaal oorlogsmisdadentribunaal; het Midden-Oosten; het gebruik van geweld tegen Irak en Joegoslavië en de nieuwe economische sancties tegen 35 landen in de periode 1993-'96. Wat deze en andere kwesties betreft staan het merendeel van de internationale gemeenschap en de VS meestal tegenover elkaar. De VS zullen niet snel een isolationistisch land worden, maar ze kunnen wel verworden tot een land dat geen voeling meer heeft met de rest van de wereld.

Landen reageren verschillend op de supermachtstatus van de VS. Op een betrekkelijk laag niveau zijn er wijdverbreide gevoelens van angst, wrok en afgunst. Deze zorgen ervoor dat veel landen, wanneer de VS een gevoelige klap krijgen van bijvoorbeeld Saddam Hussein of Milosevic, denken: 'Net goed, eigen schuld!'

Op een hoger niveau kan wrok omslaan in dwarsliggerij: andere landen, bondgenoten incluis, weigeren samen te werken met de VS in kwesties als de Golf, Cuba, Libië, Iran, extraterritorialiteit, de verspreiding van kernwapens, de mensenrechten en het handelsbeleid. In een paar gevallen is de dwarsliggerij omgeslagen in regelrechte oppositie van landen die het beleid van de VS proberen te torpederen.

De hevigste reactie zou de vorming van een anti-hegemoniecoalitie zijn, waaraan een aantal grote machten deelnemen. Zoiets is in een unipolaire wereld onmogelijk, omdat de andere staten te zwak zijn. In een multipolaire wereld is dat alleen mogelijk als een staat sterk en lastig genoeg wordt om zo'n beweging op gang te brengen.

Het lijkt echter een natuurlijk verschijnsel in een uni-multipolaire wereld. Door de geschiedenis heen hebben grote machten altijd geprobeerd een tegenwicht te vormen tegen de pogingen tot dominantie van de sterkste. Verreweg de belangrijkste poging tot vorming van een anti-hegemoniecoalitie dateert van voor het einde van de Koude Oorlog: de vorming van de EU en de totstandkoming van één Europese munt.

Er is een aantal redenen te bedenken waarom zo'n coalitie er op dit moment nog niet is. De eerste kan zijn dat de tijd er nog niet rijp voor is. Een tweede dat landen zich wel kunnen ergeren aan de Amerikaanse macht en rijkdom, maar dat ze er ook van willen profiteren. De VS belonen landen die hun leiderschap aanvaarden met toegang tot de Amerikaanse markt, buitenlandse hulp, militaire hulp, ontheffing van sancties, stilzwijgen over afwijkingen van de Amerikaanse steun voor lidmaatschap van internationale organisaties.

Iedere grote regionale macht heeft bovendien belang bij de steun van de VS in conflicten met andere regionale machten. Gezien al het positieve dat de VS te bieden hebben, is het voor andere landen waarschijnlijk verstandig geen tegenwicht te vormen tegen de VS, maar gewoon met hen mee te doen. Na verloop van tijd zullen echter, naarmate de macht van de VS afneemt, ook de voordelen van samenwerking met de VS afnemen, net als de prijs voor het verzet daartegen. Deze factor vergroot de kans op het ontstaan van een anti-hegemoniecoalitie.

Ten derde hebben we te maken met een mondiale politiek waarin verschillende beschavingen een rol spelen. Frankrijk, Rusland en China kunnen wel een gemeenschappelijk belang hebben bij verzet tegen de Amerikaanse hegemonie, maar hun cultuurverschil bemoeilijkt de vorming van een doeltreffende coalitie.

Ten vierde is de belangrijkste bron van onenigheid tussen de supermacht en de grote regionale machten de interventie van de supermacht, die erop uit is de ander in zijn handelen te beperken, tegen te werken of naar zijn hand te zetten. Voor de secundaire regionale machten is interventie door de supermacht daarentegen een middel dat ze kunnen gebruiken tegen de grote regionale macht.

De supermacht en de secundaire regionale machten zullen dus vaak, zij het niet altijd, gemeenschappelijke belangen hebben tegen de grote regionale machten en dus zullen secundaire regionale machten er weinig voor voelen om mee te doen aan een coalitie tegen de supermacht.

Welke implicaties heeft een uni-multipolaire wereld voor het Amerikaanse beleid? Om belangrijke mondiale kwesties aan te kunnen pakken moeten de VS met tenminste een paar grote machten kunnen samenwerken. Eenzijdige sancties en interventies zijn hét recept voor catastrofes in het buitenlandse beleid. Ten tweede moeten de Amerikaanse leiders af van de illusie van de goedbedoelende alleenheerser, namelijk dat er een natuurlijke overeenkomst bestaat tussen hun eigen belangen en waarden en die van de rest van de wereld. Die overeenkomst is er niet.

Soms bevorderen Amerikaanse acties het publieke welzijn en dienen ze een meer algemeen aanvaard doel. Maar vaak ook niet, deels door de unieke moralistische component in het Amerikaanse beleid, maar ook omdat Amerika de enige supermacht is en het Amerikaanse belang dus per definitie afwijkt van dat van andere landen. Dit maakt Amerika voor die anderen uniek, maar niet per se 'goedbedoelend'.

Ten derde kunnen de VS geen unipolaire wereld creëren en is het dus in hun belang om gebruik te maken van hun positie als de enige supermacht in de huidige internationale orde en gebruik te maken van de middelen die ze hebben om andere landen tot samenwerking te bewegen, zodat de mondiale kwesties kunnen worden opgelost op een manier die gunstig is voor de Amerikaanse belangen.

Ten vierde is de interactie tussen macht en cultuur speciaal van belang voor de Europees-Amerikaanse relaties. Macht werkt rivaliteit in de hand; cultureel gemeengoed vergemakkelijkt de samenwerking. Belangrijke Amerikaanse doelen kunnen alleen worden bereikt als de samenwerking het wint van de rivaliteit. De relatie met Europa is van cruciaal belang voor het welslagen van het Amerikaanse buitenlandse beleid, en gezien de pro- en anti-Amerikaanse visie van respectievelijk Groot-Brittannië en Frankrijk, zijn de Amerikaanse relaties met Duitsland van groot belang voor de relaties van Amerika met Europa. Een gezonde samenwerking met Europa is hét tegengif tegen de eenzaamheid van Amerika als supermacht.

In het multipolaire systeem dat nu aan het ontstaan is, kan de sheriff die de hele wereld onder zijn hoede heeft, het beste vervangen worden door een systeem van lokaal toezicht, waarbij de grote regionale machten de eerste verantwoordelijkheid dragen voor de orde in hun regio. Immers, waarom zouden de Amerikanen verantwoordelijk moeten zijn voor de ordehandhaving, als de klus door de lokale bevolking zelf kan worden geklaard?

In sommige regio's, zoals Afrika, Zuidoost-Azië en misschien zelfs de Balkan, zijn er tekenen die erop wijzen dat landen gemeenschappelijke middelen ontwikkelen om hun veiligheid zeker te stellen. De Amerikaanse interventie zou in dat geval beperkt kunnen blijven tot situaties die behoorlijk uit de hand zouden kunnen lopen, bijvoorbeeld in het Midden-Oosten en Zuid-Azië.

In de multipolaire wereld van de 21ste eeuw kan het niet anders of de grote machten zullen, in wisselende samenstellingen, met elkaar concurreren, strijden en samenwerken. In een dergelijke wereld ontbreken echter de spanning en het conflict tussen de supermacht en de grote regionale machten die kenmerkend zijn voor een uni-multipolaire wereld. Om die reden zouden de VS de status van grootmacht in een multipolaire wereld wel eens als minder veeleisend, minder oorlogszuchtig en meer bevredigend kunnen ervaren dan in de tijd waarin ze nog supermacht waren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden