De verdwijntruc van de PvdA

Bij de PvdA is een nieuw beginselprogramma ontworpen. De vraag is hoe zinvol beginselen nog zijn voor het bedrijven van politiek....

AAN HET slot van de film Sneakers bevinden Robert Redford en zijn beide vrienden zich in een uiterst comfortabele onderhandelingspositie. Zij hebben de hand gelegd op het gestolen programma waarmee de National Security Agency toegang hoopte te krijgen tot al het dataverkeer. Maar, belangrijker nog, ze weten nu dat deze Amerikaanse overheidsdienst het plan had op nationale schaal de eigen bevolking te gaan bespioneren. In ruil voor het programma en hun stilzwijgen kunnen ze de National Security Agency vragen wat ze willen.

Redford wil dat zijn strafblad wordt geschrapt. Zijn jongste kompaan weet minder goed raad met de luxepositie. Hij vraagt het telefoonnummer van de agente die hem met een uzi onder schot houdt. Redford wijst de jongen nog eens op hun machtspositie en maant hem groots te denken. Maar die wil niets meer dan het telefoonnummer. De oudere, blinde partner van Redford doet dat wel: hij eist vrede op aarde.

Het ontwerp voor het nieuwe beginselprogramma van de Partij van de Arbeid Tussen droom en daad is vaak net zo schattig als de eis van de blinde partner van Redford. Wie is er tegen een 'zo eerlijk mogelijke verdeling van levenskansen'? Wie tekent niet voor 'een samenleving waarin samenwerking en solidariteitsbesef gedijen, terwijl vrijheidsdrang volop de ruimte krijgt?' En wie gruwt niet van 'oorlog, misdaad, armoede, scheefgroei, milieubederf en technologische risico's'?

De verleiding is daarom groot het ontwerp-beginselprogramma af te doen als een bundeltje zondagse mijmeringen. Toch is dat te makkelijk. Het streven over politiek na te denken zonder de beklemming van de alledaagse praktijk valt immers te prijzen. Politiek is de kunst van het mogelijke, maar vooral de kunst wat onmogelijk leek mogelijk te maken. En dat begint bij de verbeelding. Het begint met het doorbreken van de realistische retoriek die alle ambities tempert. Waarom kan eigenlijk niet wat we willen? Waarom lijken de wachtlijsten onvermijdelijk? Waarom laten we de klimaatverandering zo gelaten over ons heen komen? In Sneakers is het ook niet voor niets een blinde die vraagt om de wereldvrede. In de populaire cultuur ziet de blinde altijd meer dan de zogenaamde zienden.

De tragiek van de hele onderneming is echter dat dit oprekken van het mogelijke door de gekozen werkwijze tot mislukken is gedoemd. De commissie-Beginselen onder leiding van de rechtsfilosoof Willem Witteveen kiest er namelijk voor de spanning tussen ideaal en praktijk te verminderen door eens flink te gaan nadenken over de beginselen en de praktijk als het ware weg te denken. Terwijl die spanning juist zichtbaar gemaakt moet worden om een politieke partij, in dit geval de PvdA, een paar stappen verder te helpen.

De retorische strategie van beginselprogramma's is die van de deductie. Als we het erover eens zijn dat 'gelijke kansen, de ontwikkeling van ieders capaciteiten en individuele rechten in balans met plichten en verantwoordelijkheden' de drie essentiële onderdelen zijn van het sociaal-democratische programma, dan is het alleen nog een kwestie van het vinden van een dwingende interpretatie van deze beginselen om een debat te beslechten.

Deze visie op de politiek gaat uiteindelijk terug op Plato. Eerst moeten we de Ware Ideeën leren kennen, daarna is de toepassing gemakkelijk. Een rationeel oordeel is alleen mogelijk als men zich heeft losgemaakt van de alledaagse machtsspelletjes en meningen. Een beginselprogramma probeert daarom zoveel mogelijk te abstraheren van de actuele politieke kwesties om op een 'zuivere' manier de prioriteiten vast te leggen en vervolgens deze idealen toe te passen op alledaagse kwesties.

Witteveen erkent dat de verschillende idealen vaak tegenstrijdig zijn. De vrijheidsdrang kan op gespannen voet staan met het organiseren van solidariteit. Toch houdt hij vol dat het nadenken over de beginselen zinnig is. In De Groene Amsterdammer zegt hij: 'Het interessante van beginselen is dat als je erover nadenkt je bepaalde problemen in een nieuw licht ziet.' Het trieste is nu dat deze kritische functie van beginselen wordt uitgehold door de neiging om van alle bestaande politieke kwesties te abstraheren. Al het controversiële verdampt zo.

'Tussen droom en daad' abstraheert zelfs van de eigen sociaal-democratische traditie. Het lijkt het programma van een partij die vorige maand is opgericht. Is het verdringing of is het geheugenverlies? In elk geval wordt een honderdjarige traditie van de sociaal-democratie verdonkeremaand. Typerend is dat de PvdA niet als een subject wordt gezien dat al een eeuw lang medeverantwoordelijk is voor de inrichting van de samenleving. Er staat dan ook niet in waarom het vorige beginselprogramma aan herziening toe was en welke klassieke sociaal-democratische uitgangspunten in deze nieuwe tijd een nieuwe betekenis moeten krijgen. Dat is de terechte kritiek van Maarten Hajer en Paul Kalma, de twee dissidente leden van de commissie.

Maar zelfs als de commissie-Beginselen niet aan collectieve amnesie ten prooi was gevallen, blijft het de vraag of een nieuw beginselprogramma de beste manier is om te reflecteren op de politieke praktijk. Het formuleren van beginselen impliceert immers dat verwarring over de principes het belangrijkste politieke probleem is.

Dat is absolute onzin. Kijk maar naar de heftigste politieke strijdpunten van de afgelopen tien jaar: de WAO-crisis, de arbeidsbemiddeling, de onderwijsachterstanden, het asielbeleid, het verkeersinfarct, de toekomst van Schiphol, de Bijlmer-enquête. Die problemen gaan niet over beginselen, zelfs niet primair over de doelstellingen van het beleid, maar over de uitvoering. Niet het gebrek aan principiële overeenstemming is het kernprobleem van de hedendaagse politiek, maar een gebrek aan overtuiging met betrekking tot de maakbaarheid van de samenleving.

Van dit gebrek aan maakbaarheid van de samenleving heeft niet alleen links last. Een halfjaar geleden verscheen bij de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, het rapport Groei, Inkomensverdeling en Economische Orde. Hierin begraaft het denkend deel van de VVD formeel de neo-liberale revolutie. De liberalen blijven verlekkerd kijken naar de voorspoed van de Verenigde Staten, maar geloven niet langer dat dit programma van 'markt-in-plaats-van-overleg-en-staat' in Nederland succes kan hebben. Als de overheid het mes zet in de collectieve arrangementen als de Ziektewet en de WAO worden deze via de CAO-onderhandelingen collectief gerepareerd. Van meer flexibiliteit of verbetering van de werking van de arbeidsmarkt is daardoor geen sprake.

De auteurs van het rapport stellen dat er slechts twee opties overblijven: óf met harde wettelijke maatregelen deze reparaties ongedaan maken, óf accepteren dat de sociaal-economische orde niet radicaal veranderd kan worden.

Ze signaleren dat de eerste optie op gespannen voet staat met het liberale beginsel van het recht op contractvrijheid. Daarom noemen ze deze radicale variant verlicht despotisme. Want in Nederland kan de dynamiek van de arbeidsmarkt alleen vergroot worden door krachtdadige inperking van het recht op vereniging en de contractvrijheid. Er zit dus niets anders op, concludeert de Teldersstichting, dan afscheid te nemen van liberale stokpaardjes als de afschaffing van het minimumloon (de laagste CAO-schaal is nu al hoger dan het wettelijk minimum) en van het algemeen verbindend verklaren van CAO's.

De Britse filosoof Michael Oakeshott zei het al: de vrijemarktideologen zijn even hoogmoedig als de staatssocialisten. Ze profeteren andere middelen, maar delen de hoogmoed dat ze de samenleving naar hun hand kunnen zetten. Het VVD-rapport neemt afscheid van die hoogmoed en probeert aan de hand van concrete vraagstukken te begrijpen waar de spanning tussen ideaal en praktijk vandaan komt. Zo'n analyse ontbreekt in het werkstuk van de commissie-Witteveen.

Zoals het VVD-rapport aantoont, heeft het gebrek aan maakbaarheid alles te maken met de strijdigheid van de diverse doelstellingen. Zo staat de contractvrijheid een flexibilisering van de arbeidsmarkt in de weg. Alle politieke partijen maken zich zorgen over de toename van het aantal zwarte scholen. Een radicale aanpak van dat probleem wordt echter belemmerd door de grondwettelijk vastgelegde vrijheid van onderwijs.

Maar zelfs in dit soort principiële vraagstukken komen we niet verder met een discussie over de beginselen, omdat het debat niet op een abstract niveau kan worden beslecht. Niemand gelooft nog in de mogelijkheid tussen waarden als vrijheid en gelijkheid een hiërarchie aan te brengen. Dus is het hachelijk een beredeneerde principiële uitspraak te doen over een primaat van gelijke kansen in het onderwijs ten opzichte van de vrijheid van schoolkeuze.

HET GEVOLG is dat het PvdA-beginselprogramma de kritische functie, waarop Witteveen hoopt, ontbeert. Het lijkt er meer op dat de beginselen worden aangepast aan de desillusies van elf jaar regeren, dan dat het beginselprogramma die praktijk kritisch onderzoekt.

Daarin staat dit beginselprogramma overigens niet alleen. Het PvdA-beginselprogramma van 1977 was de bestendiging van de invloed van Nieuw Links, juist op het moment dat die beweging op zijn retour was. Ook voor andere partijen gaat dat op. Niet lang nadat de ARP in 1961 een nieuw conservatief beginselprogramma had geschreven, ging het roer om, naar links.

Het is interessant te speculeren of 'Tussen droom en daad' ook het einde markeert van een periode. Daar zijn aanwijzingen voor. Jarenlang heeft de politiek mede door de permanente crisis van de overheidsfinanciën in het teken gestaan van het temperen van de ambities. Door de overvloed van vandaag zijn de verwachtingen opnieuw hooggespannen. De wachtlijsten in de zorg, de tekorten in het onderwijs zijn voor een rijk land opeens een schande.

Maar wie beseft hoezeer deze nieuwe rijkdom de politiek zal veranderen? De afgelopen vijftien jaar kende Nederland het primaat van de polder. Voor elk probleem bestaat een overlegstructuur, waar de belanghebbenden een zakelijke oplossing kunnen verzinnen. Deze depolitisering zou de komende jaren weleens kunnen afbrokkelen.

Zo'n renaissance van de politiek zal evenwel niet de vorm aannemen van een strijd over - van de werkelijkheid geabstraheerde - beginselen. Want die zijn niet aanstootgevend, en dus ook niet mobiliserend. Voor een repolitisering is dat ook niet nodig. Het explosieve aan de maatschappijvisie van Marx was niet het wenkend vergezicht van de communistische maatschappij, maar zijn notie van uitbuiting: het idee dat de ellende van de arbeiders het gevolg was van het machtsmisbruik van de kapitalisten. Politisering begint met het aanwijzen van schuldigen.

In de praktijk van het poldermodel is dat in onbruik geraakt. Het is niet de gewoonte hard te oordelen over mensen of instellingen waarmee je zo prettig kunt overleggen. Er zijn echter aanwijzingen dat deze tijd van lieve vrede op zijn retour is. Trouw heeft na het vergelijken van de resultaten van scholen, nu ook de wachtlijsten bij zorginstellingen onder de loep genomen. Daaruit blijkt dat de ene instelling het beter doet dan de ander. Het tijdperk dat de burger de overheidsinstellingen gaat 'afrekenen', is begonnen.

Oordelen over prestaties leidt onherroepelijk tot controversen. Het gaat immers om de vraag in welke mate een instelling, groep of individu zijn gedrag valt aan te rekenen. Vroeger traden bij deze toewijzing van schuld steevast verschillen aan het licht tussen de politieke stromingen. Rechts legde meer de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid. Links noemde dat al snel 'het slachtoffer de schuld geven' en bepleitte een structurele aanpak. In de praktijk liep dit verschil parallel met een voorkeur voor de markt (nadruk op eigen verantwoordelijkheid), respectievelijk een voorkeur voor ingrijpen door de staat (nadruk op slachtofferschap).

Die parallel bestaat niet meer. Sociaal-democraten zijn terecht afkerig van een maatschappij waarin geldt 'eigen schuld, dikke bult'. Zo'n simpel uitgangspunt zou in feite als beginselprogramma volstaan. Het klinkt eenvoudig maar heeft verstrekkende gevolgen. Want vaak is het niet meer het kapitalisme dat verantwoordelijk gehouden moet worden voor de misère van mensen, maar de overheidsbureaucratie.

Het probleem van de overheid is dat ze zowel te veel als te weinig doet. Dit betekent dat sociaal-democraten enerzijds afscheid moeten nemen van het paternalisme, maar ook van de koudwatervrees in te grijpen als bijvoorbeeld sociale partners een collectieve regeling gebruiken om mensen te dumpen, zoals in de WAO gebeurde. Wie uit dit perspectief naar het paarse kabinet kijkt, heeft volop munitie om het beleid te bekritiseren.

Maar waarschijnlijk is dat precies wat de commissie-Witteveen heeft willen voorkomen. Ze heeft een programma geschreven dat bij het regeren nooit in de weg zit. Net als Robert Redford wil Willem Witteveen eigenlijk niets anders dan dat de PvdA van zijn criminele verleden wordt verlost. Zijn twijfel aan de maakbaarheid door de politiek, heeft hem niet geïnspireerd tot het vinden van nieuwe politieke vormen, slechts tot het afzweren van het socialistische verleden en het temperen van ambities voor de toekomst.

De commissie heeft alleen nog hoop op 'maakbaarheid van binnenuit'. 'Het is een oud socialistisch droombeeld dat de overheid zich ook weleens overbodig kan maken omdat mensen erin slagen op eigen kracht vrij, gelijk en solidair te zijn', lezen we.

Maar het ontwerp zegt niet welke rol de PvdA zelf wil spelen bij deze maakbaarheid. Daarmee verklaart de commissie-Witteveen eigenlijk de PvdA buiten de orde. 'Burgers', roept Witteveen ons toe, 'wacht niet op ons, maar neem je lot zelf in handen'. Op zichzelf geen slechte raad, maar daarmee verandert het beginselprogramma wel in een begrafenistoespraak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden