De verdwenen banen

De afgelopen decennia zijn in Nederland 156 duizend banen verloren gegaan bij de zes grootste multinationals. Hoe Philips, DSM, AkzoNobel, Unilever, Heineken en Shell de gevolgen van de globalisering en technologische verandering direct voelden.

In het buitenland zijn Unilever en Philips bijna even grote namen als Robin van Persie en Arjen Robben. Samen met DSM, Heineken, Shell en AkzoNobel vormen ze al decennia de voorhoede van het Nederlandse bedrijfsleven, net zo synoniem met Nederland als klompen, coffeeshops en de harde G.

Maar de tijd dat ze tot de voorhoede van de Nederlandse werkgelegenheid behoorden, is voorbij. Begin jaren zeventig werkten 195 duizend Nederlanders bij een van deze zes grootste multinationals (oftewel 1 op de 25 personen van de toenmalige beroepsbevolking), nu nog maar 39 duizend Nederlanders (dat is 1 op de 204).

Bij de zes bedrijven liep ook het werknemertal wereldwijd terug, van meer dan 1 miljoen midden jaren zeventig naar de helft nu. Maar die afname ging veel geleidelijker dan in Nederland. Heineken had begin jaren zeventig ruim 40 procent van zijn arbeidsplaatsen in Nederland, vorig jaar was dat nog 5 procent. DSM ging van 73,5 procent naar 24,6 procent, Philips van 27 naar 11 procent.

Nieuwe industriële banenkanonnen zijn er niet voor in de plaats gekomen. Chipmachinefabrikant ASML is een wereldspeler, maar telt in Nederland slechts 5.500 fte; TomTom heeft 1.300 werknemers in Nederland.

De 'post-industriële samenleving' is het resultaat van productiviteitsstijgingen dankzij technologie, zegt arbeidseconoom Paul de Beer. Er zijn steeds minder mensen nodig om dezelfde producten te maken. Ook is veel industrie verplaatst naar lagelonenlanden. De Nederlandse werkgelegenheid is verschoven naar sectoren waarin productiviteitsstijgingen, in tegenstelling tot de industrie, lastig te behalen zijn. Restaurants kunnen hun koks niet twee keer zo snel de coq au vin laten bereiden zonder de kwaliteit geweld aan te doen, noch zullen wiskundeleraren de Zeven bruggen van Koningsbergen graag uitleggen aan klassen van honderd in plaats van dertig leerlingen.

Het verdwijnen van banen bij Nederlands toonaangevendste bedrijven hoeft niet per se erg te zijn, zegt De Beer. De kwaliteit van de resterende werkgelegenheid bij de multinationals is dikwijls hoog, bijvoorbeeld onderzoeksbanen in R&D-laboratoria van DSM of Unilever. Ook de hoofdkantoren van de zes multinationals staan nog altijd in Nederland. 'De activiteiten waarmee je het meeste geld kunt verdienen, zijn vaak in Nederland gebleven. Misschien is het zelfs beter dat we laagwaardige productiearbeid kwijtraken aan het buitenland en er hoogwaardige dienstenarbeid voor hebben teruggekregen. Hoewel er in de zorg, horeca en schoonmaak ook veel laagwaardige werkgelegenheid is bijgekomen.'

Inderdaad zijn er aan de onderkant van de arbeidsmarkt veel banen bijgekomen. Ahold behoort tot de grootste werkgevers van Nederland. Datzelfde geldt voor facilitaire dienstverleners - schoonmaak, catering, beveiliging, groenvoorziening - als Vebego, ISS Facility Services en Facilicom, elk goed voor minstens 10 duizend banen.

Aan de bovenkant van de arbeidsmarkt, bij banken als ABN Amro en ING, verdwijnen de dienstenbanen met duizenden tegelijk. Rabobank had begin deze eeuw 53 duizend werknemers in Nederland, nu 43 duizend. Bij ABN Amro werkten in 2000 bijna 39 duizend mensen in Nederland, nu minder dan de helft.

De begeleiding van werknemers van het industriële naar het dienstentijdperk schoot en schiet tekort, vindt De Beer. Wie zijn baan verloor bij Philips, Unilever of een andere multinational raakte vaak werkloos, in plaats van aan de slag te kunnen in bijvoorbeeld zorg of onderwijs. 'In de jaren tachtig losten we dat op door mensen in groten getale arbeidsongeschikt te verklaren, zelfs al mankeerden ze vaak weinig. Nu doen we dat niet meer, maar we zijn verder weinig opgeschoten met het aan werk helpen van ontslagen 40-plussers.'

undefined

unilever

De grafiek van het personeelsverloop bij Philips ziet eruit als het profiel van een levensgevaarlijke afdaling in een bergetappe in de Tour de France. Bij geen enkele Nederlandse multinational liep het werknemertal zo terug als bij het elektronicaconcern. Begin jaren zeventig telde Philips wereldwijd meer dan 400 duizend werknemers, van wie een kwart in Nederland. Alleen al in Eindhoven werkte in 1970 39 duizend mensen bij Philips, eenvijfde van de Eindhovense bevolking. Anno 2014 zijn er nog een kleine 13 duizend werknemers over in Nederland, tegenover een mondiaal personeelstotaal van 114 duizend. In veertig jaar tijd maakte Philips een metamorfose door: van een wereldspeler in de consumentenelektronica naar een medisch bedrijf dat zich meer en meer toelegt op dienstverlening. Dat ging niet zonder slag of stoot. Berucht was Operatie Centurion, waarbij vanaf eind jaren tachtig wereldwijd 45 duizend mensen werden ontslagen, van wie 10 duizend in Nederland. Maar ook in 2011 was er nog een forse ontslaggolf bij Philips.

undefined

philips

DSM is de meest kwikzilverachtige van Nederlands grootste multinationals: de afgelopen halve eeuw veranderden de specialismen van het voormalige staatsbedrijf van steenkolen via petro- en bulkchemie naar onder meer lakken, plastic, voedingssupplementen, medicijnen en bio-ethanol. Veertig jaar geleden was DSM een van de grootste werkgevers van Nederland. Op het hoogtepunt in 1976, drie jaar na het sluiten van de laatste steenkolenmijn, telde DSM in Nederland meer dan 24 duizend werknemers, met Zuid-Limburg als zwaartepunt. Slechts een kwart van het totale personeel werkte destijds over de grens. Nu is dat andersom: wereldwijd werken 23,5 duizend mensen bij DSM, van wie nog 6.000 in Nederland. De terugloop is vooral te wijten aan het afstoten van bedrijfsonderdelen, zegt DSM. In 1999, toen DSM nog 11 duizend werknemers had, stootte het bedrijf bijvoorbeeld veel chemie- en energieactiviteiten af. Het Chemelot-industrieterrein in Sittard-Geleen, dat in 1999 nog uitsluitend uit DSM-onderdelen bestond, biedt nu emplooi aan bijna 5.000 fte's van 115 bedrijven, los van een duizendtal DSM-werknemers. Nog altijd vindt de helft van de R&D-uitgaven in eigen land plaats. 'DSM heeft een geschiedenis van meer dan een eeuw in Nederland en is gecommitteerd aan zijn thuisbasis.'

undefined

dsm

Het mondiale personeelsbestand van Shell is sinds 1970 gehalveerd, van 184 duizend toen naar 92 duizend nu. De afname van het aantal Nederlandse werknemers verliep iets sneller, maar viel mee in vergelijking met andere Nederlandse multinationals. Midden jaren zeventig had Shell 21 duizend werknemers in Nederland, tegen 8.000 nu. Volgens Shell gaat het bij die 8.000 specifiek om werknemers die op een Nederlands contract in Nederland werken. Daarnaast zijn er ongeveer 3.000 personen, zowel Nederlanders als buitenlanders, die op een internationaal Shell-contract hier werken. 'Nederland is nog steeds een heel belangrijk vestigingsland voor Shell', stelt het Brits-Nederlandse concern. Shell noemt als voorbeelden het in Den Haag gevestigde hoofdkantoor, het petrochemisch complex van Shell in de Moerdijk en de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), een joint venture met ExxonMobil.

undefined

shell

akzonobel

heineken

In contrast met de collega-multinationals bleef het Nederlandse werknemertal van Heineken tot deze eeuw redelijk op peil. Op het hoogtepunt, in 1980, telde Heineken bijna 7.000 personeelsleden in Nederland. In 1998 waren daar nog altijd ruim 5.800 van over. Daarna versnelde de achteruitgang. Dit jaar telt Heineken Nederland iets meer dan 4.000 werknemers. Mondiaal gezien is de werkgelegenheid bij Heineken in veertig jaar tijd geëxplodeerd van 15 duizend werknemers in 1972 (van wie 43 procent in Nederland) naar 81 duizend nu (5 procent van hen werkt in Nederland). De mondiale aanwas was onder meer te danken aan de overnamen van het Mexicaanse Femsa in 2010 en Asia Pacific Breweries uit Singapore in 2012.

In 1970 telde Unilever ruim 16 duizend werknemers in Nederland. Van hen zijn er nog 3.164 over. Ze draaien rookworsten in de Unox-fabriek in Oss, testen haarolie van Dove of mayonaise van Calvé in het R&D-centrum in Vlaardingen of maken Ben & Jerry's in de ijsfabriek in Hellendoorn. Het mondiale werknemertal van de Brits-Nederlandse multinational is in veertig jaar tijd bijna gehalveerd - van 335 duizend in 1970 naar 174 duizend nu - maar het Nederlandse smaldeel nam sneller af. Begin jaren zeventig werkte 1 op de 20 van het Unilever-personeel in Nederland, nu ongeveer 1 op de 50. Het afstoten van de chemiebedrijven (minus 2.000 werknemers) hakte er eind jaren negentig in, evenals de verkoop van de vervoerstak en de 4P-verpakkingsgroep. Ook ging Unilever met de dorsvlegel door het aantal merken: 400 van de 1.600 merken bleven over.

Begin jaren zeventig had AkzoNobel bijna 32 duizend werknemers in Nederland. Van hen zijn er nu nog 5.000 over. Ze maken bijvoorbeeld Sikkens-verf in Sassenheim, chemische stoffen voor zeep, roomijs, soep en plastic in Herkenbosch en beschermende lakken voor boten, bruggen en windturbines in Rhoon. Op het hoogtepunt, in 1973, was AkzoNobel (toen nog AKZO geheten) een uit talloze fusies ontsproten reuzeconcern met wereldwijd bijna 106 duizend werknemers. Ongeveer 30 procent van hen werkte in Nederland. Nu telt AkzoNobel mondiaal nog altijd 50 duizend werknemers, maar het Nederlandse smaldeel is flink gekrompen. Behalve met de verschuiving naar Azië heeft dat bijvoorbeeld te maken met het afstoten van farmaceut Organon en het sluiten van fabrieken in Delfzijl, Hengelo en straks in Deventer.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden