De Varagids toont andermaal zijn inventiviteit als mediatijdschrift aan

Wat is lezenswaardig deze week?

Wat is lezenswaardig deze week? Vandaag: de Varagids demonstreert opnieuw zijn veelzijdigheid en inventiviteit als mediatijdschrift.

De Varagids

Tijdens de opnamen van Turks fruit in 1973 kreeg hij een vete met producent Rob Houwer die nooit meer werd bijgelegd en ergerde hij zich mateloos aan de regisseur, Paul Verhoeven. Over hem: 'Toen al gebruikte hij het stopwoord nietwaar, gek werd ik ervan.'

Filmproducent en ruziemaker Matthijs van Heijningen (1944) blikt in de nieuwe Varagids terug op zijn loopbaan. Hij windt er geen doekjes om. Turks fruit vond hij een banale film. Over een andere filmer, Jan Vrijman, zegt hij dat die zoop, hoerde en snoerde.

Talloze ruzies worden besproken. Van Heijningen was aanhanger van het conflictmodel. Ruzies vergat hij snel. 'Ik wel ja, de anderen niet altijd.'

Van Heijningen is door Clementine van Wijngaarden geïnterviewd vanwege een nieuwe film die hij heeft geproduceerd, Het leven is vurrukkulluk. Het is, zegt hij zelf, waarschijnlijk zijn laatste productie. De film naar het boek van Remco Campert gaat 25 januari in première.

De Varagids besteedt ruim aandacht (achttien pagina's) aan de film en toont andermaal zijn inventiviteit als mediatijdschrift aan. Hoofdredacteur Cécile Koekkoek sprak met de regisseur van de film, Frans Weisz, en diens zoon Géza, een van de hoofdrolspelers (dichter Boelie).

Ze was onder de indruk, schrijft ze in haar column. Het was een rijke en liefdevolle middag, 'met twee mensen die ik voor altijd in mijn hart zou sluiten'. Het interview is mooi en gaat vooral over de relatie van de vader met de zoon en de zoon met de vader.

In een stuk van Roger Abrahams krijgen Kees van Kooten en Jan Mulder de vraag voorgelegd of Het leven is vurrukkulluk hun taalgebruik heeft geïnspireerd. Het woordenspel van Campert stimuleerde Van Kooten ontzettend, zegt hij. 'Of ik daar iets mee gedaan heb? Nee, niets.'

Mulder, die tien jaar lang een column met Campert deelde op de voorpagina van de Volkskrant, geeft evenmin een antwoord waarop was gehoopt. Ook hij is niet direct door Campert geïnspireerd. Zijn verklaring: 'Ik was een voetballer.'

De anekdote van de week is van een andere schrijver, Robert Vuijsje. Als jongen kwam hij Remco Campert ooit tegen in een Amsterdamse supermarkt. 'Dit was hem dan, in het echt.'

Samen staan ze in de rij. Als Vuijsje wegloopt bij zijn karretje om nog even snel iets te pakken, blijkt Campert te zijn voorgedrongen. 'Wat een geweldenaar. Zo'n grote schrijver en toch zo gewoon gebleven: voordringen in de supermarkt.'