De Gids Werken

De valse romantiek van het zzp-bestaan

Hoewel je ze in bijna elk koffietentje kunt aantreffen, weet de gemiddelde Nederlander weinig over het leven van de 1 miljoen zzp'ers. Dat leidt tot scheve verhoudingen én slecht beleid, betoogt Franka Hummels.

Beeld Claudie de Cleen

'Dat zeg je toch ook niet tegen de bakker!', zeggen we in een Facebookgroep van freelancejournalisten, als iemand weer eens zijn gal komt spuwen over wonderlijke uitspraken en verzoeken van potentiële opdrachtgevers. Ruim een jaar geleden appte een collega me dat ze er knettergek van werd: om betaald te worden voor werk dat ze al lang gedaan had, moest ze zich aanmelden bij twéé computersystemen én een handtekening op papier regelen.

Zulke situaties zijn voor alle zzp'ers herkenbaar. Zo krijgen we bijvoorbeeld ook vaak het verzoek om 'even' iets op maat te leveren. Als het de opdrachtgever bevalt, zal hij het afnemen. Of we krijgen maar voor een deel van ons werk betaald. Dat is bijvoorbeeld bij veel kranten het geval, die betalen niet voor het aantal woorden waar ze aanvankelijk om gevraagd hadden, maar voor het aantal dat uiteindelijk op de pagina past.

Die ochtend van dat appje ging mij opeens een lichtje op: misschien beseffen die opdrachtgevers helemaal niet hoe de dingen die ze zeggen bij hun freelancers landen. Omdat ze simpelweg te weinig weet hebben van het leven van de bijna een miljoen Nederlandse zzp'ers. De hashtag #tegendebakker was geboren.

Tienduizenden journalisten, vormgevers, consultants, tuinmannen en andere eenpitters gingen met die metafoor los op twitter. 'Ik weet dat ik om croissantjes had gevraagd, maar ik wil bij nader inzien toch liever appeltaart'; 'Maak je tachtig bolletjes voor me? Dan kijk ik later wel hoeveel ik er afneem'; 'Ik ga je niet voor je brood betalen, je moet het wel leuk vinden hè, dat bakken.' En de klassieker: 'Nee, er is voor dat brood geen budget beschikbaar, maar je krijgt natuurlijk wel heel mooie exposure.'

Hoewel op veel plekken het gesprek op gang kwam, leidde dat bijna nergens tot structurele veranderingen. Laten we daarom op de Dag van de Arbeid, 1 mei, ook de Zelfstandige Arbeid niet vergeten, want er valt nog een wereld te winnen.

Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Idylle

Sommige media interpreteerden ­#tegendebakker als een 'aanklacht' tegen de 'uitbuiting van freelancers'. Dat was geenszins mijn bedoeling. Ik ben met volle overtuiging ondernemer geworden en ben ook van plan dat te blijven. De diversiteit, de zelfstandigheid en zelfs de inherente onzekerheid passen bij mij. En al mijn opdrachtgevers zijn aardige, redelijke mensen. Ik wilde met de hashtag vooral inzicht verschaffen - wat niet wegneemt dat er in sommige sectoren daadwerkelijk sprake is van uitbuiting, daar kom ik later op terug.

Eerst moet ik een idylle om zeep helpen, sorry. De idylle van de freelancer die met een laptopje in bed de dag begint, en de rest van de dag in een koffietentje muntthee drinkt. En die met een makkelijk opdrachtje toch honderden euro's verdient. Zulke freelancers bestaan vast, maar dat geldt ook voor witte tijgers.

Wanneer ik op verjaardagen vertel dat ik mijn werk als freelancer doe, zie ik mezelf soms met astronomische snelheid dalen in de achting van mijn gesprekspartners. Een paar keer hoorde ik ook waarom. Als je freelancet, ben je vast niet goed genoeg voor een baan en zal je werk dus wel van mindere kwaliteit zijn. Ook een favoriet is de vraag: 'Maar waar leef je dan van?' Uhm nou, dat zeg ik dus net, van mijn werk. Waar ik zelf vol overtuiging voor heb gekozen, wat ik superleuk vind en waar ik trots op ben. Dat kan hoor, ook zonder loondienst.

'Fijne vakantie!', schreef een roostermaakster me toen ik doorgaf dat ik een bepaalde week niet voor haar beschikbaar zou zijn. Bij opdrachtgevers bestaat vaak het beeld dat ik, als ik niet voor hen aan het werk ben, überhaupt niet werk. Dan word ik gebeld voor een klus en reken ik hardop of ik er tijd voor heb. 'Maar het hoeft pas over drie dagen af!', hoor ik dan aan de andere kant van de lijn. Dat klopt, maar in die drie dagen heb ik als het goed is ook al ander werk staan.

Beeld Claudie de Cleen

Soms klagen opdrachtgevers zelfs dat zzp'ers het altijd druk hebben. Maar, ­beste opdrachtgevers, beseft u eigenlijk wel dat wij nooit van tevoren weten wat er op onze bankrekening staat? Dat we als we ziek zijn geen cent betaald krijgen, nooit? En dat er in zwakke tijden helemaal geen geldstroom is? We krijgen geen WW en geen zwangerschapsverlof, en als we ons tegen arbeidsongeschiktheid willen verzekeren, zijn we veel meer kwijt dan mensen in loondienst.

Misschien snapt u nu beter waarom freelancers het zo lastig vinden om opdrachten af te slaan. Ze denken: nú is er werk, laat ik maar alles aanpakken, want je weet nooit of het ophoudt. Nog zo'n leuke misvatting. Ik hoor mensen vaak mijn tariefvoorstel omrekenen naar wat ze zelf verdienen. Dan zeggen ze dat ik voor hetzelfde werk ongeveer hetzelfde krijg als zij. Ze vergeten dan dat ik voor mijn werk veel meer kosten heb dan zij. Al mijn investeringen ­komen uit mijn eigen zak. Cursussen, vervoer, licenties, en telefoon; ze zijn allemaal voor de zaak. Dat ik ze kan aftrekken van de belasting betekent niet dat ik ze gratis krijg, alleen dat ik uiteindelijk over iets minder omzet word belast. Míjn investeringen zijn nog relatief ­beperkt, bedenk eens wat freelance-­muzikanten, -fotografen of -nagelstylisten aan kosten hebben.

In tegenstelling tot mensen in loondienst ben ik bovendien veel uren kwijt aan het werven van nieuwe opdrachten en aan de administratie die bij mijn bedrijf hoort. Die onbetaalde uren zijn ook een investering.

Buffertje

Ik word boos wanneer opdrachtgevers denken dat mijn jonge freelance­collega's met 12 euro per uur het equivalent krijgen van het minimumloon. Ze moeten van die 12 euro behalve belastingen namelijk ook ál de bovengenoemde investeringen doen. Bovendien vind ik het geen onredelijk idee als je het feit dat je ze geen enkele zekerheid biedt, meeweegt in hun beloning. Dat je meehelpt aan het opbouwen van een buffertje. Als je er trouwens van uitgaat dat je mensen voor langere tijd elke dag voor jou ­beschikbaar zijn, vind ik het tof als je ze gewoon in dienst neemt, en hen de zekerheid biedt die zij jou bieden.

Ik zei al dat ik op die uitbuiting zou ­terugkomen. Met name in de post en in de thuiszorg zijn horden mensen ontslagen, om daarna als zzp'er voor minder geld hetzelfde werk te doen. De overheid wil deze schijnzelfstandigheid aanpakken en dat is terecht. Daarvoor werd de Wet DBA, de 'deregulering beoordeling arbeidsrelatie' geïntroduceerd. Voorheen besloot de Belastingdienst op basis van je aangifte of je aan de voorwaarden van ondernemerschap voldeed. Met de DBA moet per opdracht worden aangetoond dat er geen sprake is van een dienstverband. Voor de ontslagen postbodes die nu zelfstandig bezorger zijn, werkt dat. Maar voor echte ondernemers niet. Want je raadt het al - de administratie die bij dat aantonen hoort, komt bij de zelfstandigen te liggen. Na heel veel gemor van zzp'ers is de wet gelukkig uitgesteld. Het had veel gescheeld als de ambtenaren die de wet bedachten zich wat meer in het leven van echte zzp'ers hadden verdiept.

Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

In sectoren waar veel freelancers werken is de arbeidsmarkt onstuimig. De flexwet heeft ertoe geleid dat jonge mensen vaak niet langer dan de duur van drie tijdelijke contracten in dienst zijn. En dan? Dan staan ze op straat. Dan moeten ze op zoek naar een volgende werkgever waar ze drie contracten mogen blijven. Velen van hen gaan freelancen. Niet uit overtuiging, niet uit ambitie, maar uit noodzaak. Er moet brood op de plank én je moet in the picture blijven. Deze mensen zijn vaak goed in hun vak, maar missen de drive en soms ook het talent om het als ondernemer uit te voeren. En omdat ze als freelancer dan net komen kijken, nemen ze genoegen met slechte deals en rottige voorwaarden.

Zulke freelancers-uit-noodzaak zijn namelijk geen ondernemers, maar verkapte werklozen. Ook voor mensen die van contract naar contract hobbelen, is het inkomen onzeker. De groep Nederlanders zonder vaste grond onder de voeten groeit en groeit. In 2004 werkte 73 procent van de mensen met een vast contract. Nu is dat nog maar 61 procent.

In veel opzichten heb ik als ondernemer meer zekerheid dan mensen die van tijdelijk contract naar tijdelijk contract hobbelen. Ik heb immers meerdere opdrachtgevers: risicospreiding. Als er een paar afvallen, blijven er altijd nog een paar over. Voor mij zijn de vrijheid en de onzekerheid van het freelancebestaan echt twee kanten van dezelfde medaille.

Het is belangrijk dat er voor de groeiende groep zelfstandigen goed beleid wordt gemaakt. Niet alleen voor hen zelf, ook voor de schatkist. Want hoe moet dat straks, als die een miljoen pensioenloze onverzekerden eenmaal pensioengerechtigd zijn? Worden zij arme ouderen? Ik roep de onderhandelaars op om bij het opstellen van het regeer­akkoord bij (schijn)zelfstandigheid niet alleen te kijken naar die macrocijfers, maar ook gewoon naar het alledaagse ­leven van zzp'ers. Dan kunnen ze voorkomen dat hun plannen het leven van eenpitters juist zwaarder en onzekerder maken. Ik nodig hen daarom nu graag uit voor een kop koffie. De koffietent waar we dan neerstrijken, geeft ons vast wel gratis broodjes. Is goed voor zijn exposure, immers.


Franke Hummels is freelancejournalist. Ze was correspondent in Groot-Britannië voor het Algemeen Dagblad en publiceerde De Generatorgeneratie, leven na Tsjernobyl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden