Column

De valse romantiek van de jacht

In de week dat bekend werd dat we aardig op schema liggen bij het uitroeien van ongeveer tweederde deel van de wilde diersoorten in de wereld hadden we in Nederland te maken met Pauline de Bok.

Pauline de Bok.Beeld Adrie Mouthaan

De journaliste wilde terug naar de natuur, ging jagen, schreef daar een boek over, getiteld Buit, en vertelde haar verhaal in zowat alle media. 'Ik heb mijn hele leven een sterk verlangen gehad om mijn fysieke wezen te voelen', zei ze in de Volkskrant (+). En in Trouw: 'Toen ik mijn eerste beest goed geraakt had, begon mijn hele lijf te gloeien van opluchting en geluk.'

Er zijn vele problemen met het verhaal van De Bok. Los van het narcisme lijkt haar verhaal in alles op dat van de 'diersentimentalisten' die ze bestrijdt. Zoals dierenbeschermers het individuele dier romantiseren, romantiseert De Bok het doodschieten van een dier. Bovenal is het verhaal van De Bok onwetenschappelijk en irrationeel. Bij lichte tegenwerpingen beroept ze zich op het bestrijden van 'plagen' en het streven naar 'ecologisch evenwicht'. Het is ofwel flauwekul (ecologisch evenwicht volgens wie?), ofwel onbewezen en in ieder geval zijn het gelegenheidsargumenten.

De discussie over de jacht is lastig, want emotioneel, en daarom is enige zakelijkheid op zijn plaats. Sinds de mens is gaan boeren heeft hij dieren gedomesticeerd om op te eten. In Nederland doden we met dat doel, opeten, nu meer dan honderd miljoen dieren per jaar. Met de overgebleven wilde dieren ging het in de loop van de vorige eeuw zo slecht, vooral vanwege de jacht, dat de meeste dieren een beschermde status kregen. Een kwestie van beschaving, en veel mensen laten hun 'jachtinstinct' sindsdien de vrije loop met een fototoestel of een verrekijker. Voor de jagers die het niet konden laten, werden vijf algemene diersoorten aangewezen die ze voor de lol mochten schieten.

Daarnaast kunnen beschermde dieren overlast veroorzaken of verkeersonveiligheid. Dus worden er ontheffingen verleend om de betreffende dieren te bestrijden. Dat gebeurt op advies van Faunabeheereenheden. Daarin zitten terreinbeheerders, zoals natuurorganisaties, maar jagers hebben vooralsnog de overhand. Het probleem is dat de wetenschap niet of nauwelijks is vertegenwoordigd. Het faunabeheer is nog voornamelijk gestoeld op tradities, waarbij het niet zeker is dat overlast bestrijden het hoogste doel is. En of schieten wel altijd nuttig is. De belangen van jagers lopen nu eenmaal niet altijd parallel met die van de schadebeperking. Jagen op grofwild is populair (jagers betalen er grof geld voor aan terreinbeheerders), maar bij een muizenplaag heb je niets aan jagers. Jagers schieten graag op ganzen in de winter, maar in de zomer - als de boeren ze juist nodig hebben - doen ze het liever niet. Jagers schieten graag vossen in het najaar, als er veel vossen rondlopen op zoek naar een territorium, maar schieten op vossen heeft hoogstens nut in februari. Kenners vragen zich af wat het nut is van de jacht op reeën (reeën veroorzaken nauwelijks landbouwschade), maar ja, op reeën jagen is populair. En een modern probleem: de stedelijke jagers zijn er zelden als een boer ze nodig heeft. De tandarts in Amsterdam schiet graag een twee keer per jaar hazen, maar om de haverklap ganzen schieten, daar heeft hij geen zin in en geen tijd voor.

Het gevolg van zoveel irrationaliteit en vrijblijvendheid is: emotionele discussies. Dierenbeschermers krijgen daarbij - bij gebrek aan wetenschappelijk onderzoek - geen goede antwoorden op hun vragen. Heeft het fanatiek jagen op wilde zwijnen zin? Ja, vinden jagers, want anders worden het er te veel. Nee, vinden dierenbeschermers, het worden er juist zo veel omdat zwijnen zich door het vele schieten enorm hard voortplanten. Wie heeft gelijk? Ik denk: beide partijen, maar het is nooit langdurig onderzocht.

Jagers mogen met een geweer rondlopen in het bos, ik vind dat nogal wat. Ik loop er ook weleens, 's ochtends vroeg, bijvoorbeeld in de hoop een wild zwijn te zien. Als ik dan Pauline de Bok tegenkom, wil ik niet dat zij dat zwijn schiet omdat zij haar eigen 'fysieke wezen' wil voelen. Ik wil dan zeker weten of dat schieten wel nodig is.

Persoonlijk ben ik niet tegen de beheerjacht, als het nut vaststaat en als het doel is om schade of overlast te beperken. Er moeten staatsjagers komen, hoorde ik iemand opperen. Goed idee. De jacht hoort een rationele aangelegenheid te zijn, geen persoonlijke ontdekkingstocht van de narcistische medemens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden