De valse logica van Bitches Brew

Met zijn dubbel-lp 'Bitches Brew' veroorzaakte trompettist Miles Davis in 1969 zijn eigen Big Bang: de doorbraak van funk- en rockjazz....

HET IS makkelijk te zien en te horen waarom van Miles Davis' Bitches Brew in het begin van 1970 bijna vijfhonderdduizend exemplaren werden verkocht. Geen enkele jazzplaat had zo'n spectaculaire blikvanger op de hoes: Abdul Mati Klarweins amalgaam van natuurfenomenen en majestueuze Afrikanen, met elkaar vervloeiend of vrij zwevend in een etherische ruimte - een muurschildering die ononderbroken doorliep op de rug en de achterkant van de klaphoes. Het was een rake verbeelding van de muziek: een polyritmische soep, waarin instrumenten in een pulserend, hypnotisch ritme kwamen bovendrijven en weer onderdoken.

Het kleurenpalet van Bitches Brew was nieuw voor de jazz: drie elektrische piano's, twee basgitaren, een gitaar uit de post-Chicago-blues, en daarbij die bubbelende groove die maar eeuwig door leek te kunnen gaan.

In de jaren zestig probeerde Miles Davis de jazz te bevrijden van het gymnastische soliëren over ingewikkelde akkoorden. Bitches Brew was de laatste fase in dat proces: jams van twintig minuten op maar een of twee akkoorden, met morse-achtig, vrij in het ritme geplaatst commentaar van de muzikanten.

Met Bitches Brew nam Davis afstand van de bebop en omhelsde hij Afrikaanse muziek, zoniet in klank dan wel in mentaliteit. Dat paste bij de tijd, 1969 was een jaar waarin zwarte Amerikanen Afrika minder zagen als een continent dan als een symbool van culturele trots; er ontstond een nieuwe culturele identiteit, in beeldende kunst, film en popmuziek. Het was de periode waarin zwarte Amerikanen kleurige tunieken, dashiki, droegen.

Bitches Brew was de Big Bang van de jazzfunk. De muzikanten die eraan meewerkten zouden later nieuwe groepen beginnen die de ideeën van deze sessies verder uitwerkten. Saxofonist Wayne Shorter en elektrische pianist Joe Zawinul maakten hippe mood music met Weather Report, keyboardspeler Chick Corea en drummer Lenny White probeerden hetzelfde in Return to Forever. (Corea en bassist Dave Holland vonden daarnaast ook nieuwe structuren voor open improvisaties met Anthony Braxton.) En dan waren er nog gitarist John McLaughlin, kampioen snel en hard spelen met zijn Mahavishnu Orchestra, en basklarinettist Bennie Maupin, die toetrad tot Herbie Hancocks Headhunters.

In zekere zin was Bitches Brew het product van de valse logica die veel jazzmuzikanten eind jaren zestig hanteerden: wij weten meer van muziek dan rocksterren, dus kunnen wij vast nog beter verkopende popplaten maken. Het pakte anders uit, natuurlijk. Bitches Brew mag een superbestseller in de jazz zijn, er werden nooit zoveel exemplaren van verkocht als van Sly and the Family Stone - om maar een duidelijke inspiratiebron te noemen (aan de andere kant kon je Miles' invloed weer terughoren in Isaac Hayes' filmmuziek uit 1971 voor de zwarte detective Shaft).

Oppervlakkig gezien betekende Bitches Brew een omslag naar moderne rock. Het jammen over twee akkoorden was al bekend van Neil Youngs Down by the River uit 1969. Basgitarist Harvey Brooks kende het twee-akkoorden-concept sinds Al Koopers lp Super Session; hij is de enige muzikant uit die jaren die met Davis én Bob Dylan speelde.

Toch was de muziek te amorf om voor rock te kunnen doorgaan. Rock houdt van simpele vormen, niet van een spel met het ontbreken van vorm. Jammen op één akkoord heeft iets van worstfabricage: je kunt een stuk zo lang maken als je wilt, en het later in porties hakken. De stukken op de plaat ontstonden door zorgvuldige montages achteraf; niet om de open vergezichten weg te werken, maar juist om ze te benadrukken.

Ouderwetse jazzfans haatten de elektronica, en ook het gebrek aan harmonisch contrast. Wat dat laatste betreft hadden ze gelijk. Elke liedjescomponist, van Broadway tot en met The Beatles, kent de waarde van de bridge, een tussenstuk dat afwijkt van de hoofdmelodie, alleen maar om de terugkeer naar de melodie des te plezieriger te maken. Op Bitches Brew ontbreken dergelijke contrasten, er is alleen maar meer van hetzelfde.

Miles Davis' volgende stap suggereert dat hij het probleem onderkende. De net verschenen heruitgave van Bitches Brew beslaat vier cd's met materiaal uit vijf latere sessies, tot februari 1970. Negen stukken (84 minuten muziek) verschijnen voor het eerst. Fragmenten van de latere sessies figureerden eerder op de lp's Live/Evil, Big Fun en Circle in the Round.

Die latere sessies vertonen wat meer structuur en houvast voor de improvisaties. Corrado is bijvoorbeeld een eindeloos herhaalde cyclus van drie akkoorden. Yaphet blijkt een parafrase van de standard It Might As Well Be Spring, die zich traag als een gletscher voortbeweegt. Allemaal veel te diffuus om deze muziek geschikt te maken voor de radio; de nadruk lag op een steeds exotischer klankpalet. Indiase muzikanten werden aangetrokken voor sitar- en tamboura-partijen, die echter nooit meer dan veredelde etalagestukken werden.

Een van de vervelendste modegrillen van de jaren zeventig - die van de extra percussionist met zijn shakers, scrapers, clackers en chime rack, wordt in deze stukken al aangekondigd. Miles Davis' vaste kracht in dezen was Airto Moreira, die meteen werd uitgeroepen tot Koning van de Percussionisten, en doorschoof naar Weather Report en Return to Forever.

Om het omonwonden te zeggen: de invloed van Bitches Brew was grotendeels negatief. Navolgingen leidden tot muzikaal behang, exotische muziekinstrumenten die als safari-trofeeën aan de muur belandden, vormeloos geïmproviseer op één akkoord, muzikaal gepriegel dat moest doorgaan voor een ode aan Afrika.

Bitches Brew werd zorgvuldig samengesteld uit verschillende opnamen van een stuk, of soms uit verschillende delen van dezelfde opname (de toelichting bij deze heruitgave onderscheidt negentien montages in Zawinuls Pharaoh's Dance). Daarom beschouwen sommigen de producer en editor Teo Macero als het ware brein achter deze muziek. Die gedachte wordt krachtig weersproken door een van de fragmenten met studio-gesprekken die in de heruitgave zijn opgenomen. Het volgende dialoogje spreekt voor zichzelf:

Teo Macero, terwijl de band loopt: 'Ok, is this gonna be part two of. . .?'

Miles Davis, met hoorbaar ongeduld: 'It's gonna be part nine, what difference does it make (zacht) motherfucker?'

Joe Zawinul heeft altijd volgehouden dat het creatieve initiatief in deze sessies bij de bandleden lag, en in het bijzonder bij hem. Miles gaf zijn begeleiders als gebruikelijk alle ruimte (tijdens een deel van de opnamen van Bitches Brew zat hij in de controleruimte), en zou zichzelf iets teveel credits als componist hebben gegeven - een hebbelijkheid die hem al sinds de vroege jaren vijftig parten speelde.

Maar zoals gebruikelijk toonde Davis óók zijn genie in het bewerken van andermans materiaal, door het simpeler en helderder te maken - overigens net zoals Count Basie te werk ging als hij een nieuw stuk instudeerde.

Wat is nu de waarheid? Een muzikant die dergelijke situaties van beide kanten kent, zei eens dat het minder belangrijk is aan wie het geestelijk eigendom van een idee wordt toegeschreven, dan dat wordt onderkend dat de leider een atmosfeer creëerde waarin zulke ideeën konden opbloeien.

Zawinul en de andere bandleden verdwenen langzaamaan naar andere groepen, Miles Davis volgde zijn eigen weg. Zijn elektrische muziek zou zich ontwikkelen tot een ritmisch dichtere stijl; de langzaam verschuivende geluids-schollen van Miles Davis at Fillmore, Dark Magus en andere wahwah-funkplaten, die begin jaren zeventig verschrikkelijk werden gevonden, maar nu wel zo geïnspireerd klinken. In mijn oren hebben ze de jaren beter doorstaan dan deze space jams. Ook al verkocht Bitches Brew een ziljoen meer exemplaren dan alles wat daarna kwam.

Miles Davis: The Complete Bitches Brew Sessions. Columbia/Legacy AC4K 65570 (vier cd's, ca. * 149,95).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden