De Vallei van de Hangende Doodskisten

De mysterieuze Chinese Bo-stam ging in de winter luchtig gekleeden droeg in de zomer dikke kleding. Ook hun begrafenisriten warentegendraads....

Op de grens van de provincies Sichuan en Yunnan, in het zuidwesten van China, loopt de Vallei van de Hangende Doodskisten. Over een lengte van twee kilometer kleeft tegen de steile bergwand China's bizarste nationale kunstbezit: 128 hardhouten kisten, gegroepeerd in 22 clusters. De stoffelijke resten die erin zitten, zijn minstens vier eeuwen oud.

De meest spectaculaire groep bestaat uit veertien kisten, die negentig meter boven de bodem van de afgrond zweven. Acht ervan zijn vanaf de grond gemakkelijk zichtbaar. Ze steunen op twee of drie houten palen die in het zandsteen zijn gedreven. De kisten worden bedreigd door houtrot, door het geleidelijk wijken van de steunen, en de laatste tijd vooral door grafschenners.

Wat doen die kisten op die onmogelijke plaats? Waarom, hoe en door wie zijn ze daar aangebracht? In de twaalfde eeuw dook in die streek, zo'n driehonderd kilometer bezuiden Sichuans hoofdstad Chengdu, de mysterieuze Bo-stam op. Plaatselijk zijn de Bo's bekend als de ya ze, de Rotsklippenzonen, of als de tu tian, de Hemelonderwerpers. Vijf eeuwen later werden deze etnische Mongolen op hun beurt onderworpen door de Ming-dynastie en verdwenen ze uit de geschiedenis.

De Bo's hielden er merkwaardige gewoonten op na. In hun strijd tegen de hemel droegen ze 's zomers zware kleren en warmden ze zich aan vuren. 's Winters waren ze buitengewoon dun gekleed en wuifden ze zichzelf, de kou ten spijt, koelte toe. Ook hun begrafenisriten waren tegendraads. Om de hemel te tarten begroeven ze hun doden niet in de grond, maar in de lucht.

In heel Zuidoost-Azië kwam de gewoonte voor om lijken bij te zetten in een rotswand. Maar dat gebeurde steeds in tunnels of nissen. Alleen bij de Bo-stam werden de kisten volledig blootgesteld aan de buitenlucht. 'Na hun overlijden', schrijft Marco Polo over de gebruiken der Bo's, 'werd hun lichaam in een kist gedaan en naar de bergen gebracht om in grotten te worden gezet of te worden opgehangen op plekken waar anderen niet bij konden.'

Iedere kist weegt ongeveer 250 kilo en is gemaakt uit één massief houtblok. Dat werd eerst aan zijn zes kanten glad geschaafd. Een van de zijkanten werd afgezaagd om als deksel te dienen, en daarna werd het blok uitgehold. Voor het aanbrengen van de kist tegen de rotswand gebruikten de Bo's stellages of touwen. Naast iedere kist maakten ze wandschilderingen, waarop ze zichzelf als ruiters afbeeldden.

Het is niet duidelijk wat de achtergrond van deze curieuze vorm van bijzetting is. Er zijn veel legendes en speculaties, maar die snijden geen van alle hout. In ieder geval wilden de Bo's dat hun doden zichtbaar zouden blijven, vermoedelijk ter verering. Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar de inhoud van de kisten. Dat maakt de noodzaak tot conservering alleen maar groter.

In 1946 werden zes kisten bestudeerd en in 1974 tien. Sommige doden waren spaarzaam gekleed, andere hadden veel kleren over elkaar aan, in één geval zelfs 29 lagen. Misschien was de eerste groep in de winter gestorven, en de tweede in de zomer. Alle volwassenen, mannen zowel als vrouwen, misten diverse tanden. Die waren er tijdens hun leven uitgeslagen, misschien om als bruids- of grafsieraad te dienen.

In de jaren vijftig waren er nog tweehonderd hangende doodskisten. In 1988 telde de Hongkongse onderzoeker Wong How-man er nog maar 128. Een paar waren tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) gebruikt als doelwit voor schietoefeningen. Maar de meeste waren naar beneden gekomen vanwege verrotting of door het loslaten van de steunen. Vervanging van deze palen is hoognodig. Wang heeft een foto waarop een van de kisten gevaarlijk overhelt. Als hij valt, dreigt hij de op een lager niveau aangebrachten kisten mee te sleuren.

Wong is vooral bekend om zijn ontdekking van de bron van de Yangtze, de redding van muurschilderingen in Tibetaanse kloosters en het onderzoek naar de met uitsterven bedreigde Tibetaanse antilopen. Onlangs was hij terug bij de plek van de veertien doodskisten. Met een verrekijker zag hij aan een van de kisten een wit kledingstuk hangen. Toen drong het tot hem door dat van alle kisten de deksels waren verschoven.

In de Hongkongse krant Sunday Morning Post heeft Wong de grafschennis aan de kaak gesteld. Bewoners uit een naburig dorp zeiden hem dat vier of vijf dorpelingen op klaarlichte dag zich aan touwen hadden laten afzakken en uit de kisten van hun voorouders oude zwaarden en andere antiquiteiten hadden meegenomen. Iedereen weet wie de daders zijn, maar er is niets tegen hen gedaan.

Vroeger hadden de bewoners niet de minste belangstelling voor de kisten, maar de komst van toeristen bracht hen op de gedachte dat er misschien wat te halen zou zijn. Wong en zijn team hebben begrepen dat zonder medewerking van de lokale gemeenschap iedere poging tot conservering zinloos is. Op scholen en in clubs proberen ze het belang van de doodskisten der Bo's uit te leggen.

Vijf jaar geleden kwam een kist naar beneden. Er viel een oud zwaard uit. De man die zich ervan meester maakte, werd 's nachts door helse maagpijn overvallen. De volgende ochtend wist hij niet hoe snel hij het zwaard terug moest brengen naar de plek waar hij het gevonden had. Prompt was de pijn voorbij. Bijna was de oude legende bevestigd dat het met degene die zich aan de kisten vergrijpt, slecht zal aflopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden