De valkuilen van bezuinigen op oude geschiedenis

Oudheidkundigen maken te veel fouten, wat te wijten is aan verkorte studies en promoties, betoogt Jona Lendering. Maar vakgenoten plaatsen kanttekeningen bij zijn nieuwe boek.

'Het is onmogelijk een oudheidkundige afdoende op te leiden in minder dan zeven jaar', schrijft oudhistoricus Jona Lendering in zijn nieuwe boek De klad in de klassieken. Waarom onze kennis van de Oudheid onbetrouwbaar wordt, waarom dat zorgwekkend is (ook voor wie niet in de Oudheid is geïnteresseerd) en hoe er iets aan kan worden gedaan. Vanaf donderdag is het boek verkrijgbaar.


De oudheidkundigen die nu worden opgeleid zijn de eersten in een half millennium die minder kunnen dan de generatie voor hen, schrijft Lendering. En het vak als geheel is er slecht aan toe.


Lenderings boek is deels een overzicht van de theorie achter de wetenschappelijke geschiedschrijving, vol voorbeelden van valkuilen waar eerdere oudheidkundigen in zijn gevallen. Maar de laatste hoofdstukken gaan over de problemen die Lendering signaleert in het huidige vakgebied.


Het zou goed kunnen dat vergelijkbare kwesties ook in de rest van de geschiedschrijving spelen en in andere geesteswetenschappen, zegt hij: 'Maar de Oudheid is nu eenmaal het terrein waar ik verstand van heb. Ik zie de oude geschiedenis als een laboratoriumsituatie voor wat er gebeurt als je zo op wetenschappelijk onderwijs bezuinigt als de afgelopen decennia. Door de afwezigheid van financiële en politieke belangen die de situatie in andere wetenschappen zo ingewikkeld maken, kun je fouten in de oudheidkunde vooral wijten aan het beleid.'


Volgens Lendering is de verkorting van de studie- en promotieduur sinds de jaren tachtig waarschijnlijk het grootste probleem. Daardoor komen oudheidkundigen minder beslagen ten ijs en maken ze te veel fouten.


Zo blijft er veel verouderde informatie rondzingen in de literatuur, aldus Lendering, en schrijven wetenschappers bijvoorbeeld nog steeds onterecht dat er christenen zijn gedood tijdens gevechten in het Colosseum, dat er hangende tuinen waren in Babylon of dat Hannibal met negentigduizend man vanuit Spanje naar Rome optrok. Die aantallen zijn overdreven, en dat zouden oudheidkundigen moeten weten, vindt Lendering.


'Dat de historici van nu minder feitelijke kennis hebben dan die uit de 19de eeuw is ongetwijfeld waar', zegt Olivier Hekster, hoogleraar oude geschiedenis aan de Radboud Universiteit. Hij wil benadrukken dat hij het historische werk van Lendering zeer waardeert. 'Maar of dat ook betekent dat het onderwijs slechter is, betwijfel ik. Ik vraag me ook af of er nu echt meer fouten worden gemaakt.'


Onjuistheden

Cijfers over de accuratesse van het onderzoek, schrijft Lendering, zijn niet voorhanden. Wel keek hij naar de informatieoverdracht aan het grote publiek. Zo constateerde hij dat van de 2.100 digitale artikelen over archeologie die hij sinds 2006 behandelde in zijn online Livius Nieuwsbrief, zo'n 40 procent onjuistheden bevatte. Harde cijfers uit de tijd van voor de grote bezuinigingen heeft hij niet.


Emily Hemelrijk (hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam) heeft ernstige twijfels bij Lenderings stelling: 'Ik heb het niet geteld, maar herken het beeld van meer fouten niet. Publicaties van Nederlanders zijn van hoog niveau; dat blijkt ook uit het succes van subsidieaanvragen bij NWO.'


Dat studenten minder tijd hebben, betreuren de hoogleraren uiteraard; maar ze wijzen erop dat de opleiding en het promotietraject de laatste jaren gestructureerder zijn geworden. 'Inderdaad, afgestudeerden en gepromoveerden van nu kunnen minder dan vroeger', zegt Hekster. 'Daar staat tegenover dat ze jonger zijn. Ik denk dat ze op dezelfde leeftijd verder zijn.'


Het voornaamste probleem van de studenten van nu is dat ze hun klassieke talen minder beheersen, vinden Lenderings universitaire collega's: 'Lang niet iedereen heeft gymnasium gedaan', zegt Josine Blok, hoogleraar in Utrecht. 'Ze kunnen zich bij ons bijspijkeren, maar degenen die verder gaan in de wetenschap zullen er altijd aan moeten blijven werken.'


Niet iedereen is dat van plan: 'Sommige studenten vertikken het om onregelmatige werkwoorden te leren', zegt Bert van der Spek (hoogleraar oude geschiedenis aan de VU in Amsterdam). 'Maar we kunnen moeilijk studenten weigeren vanwege de preoccupatie van de overheid en de universiteit met grote studentenaantallen.' De geïnterviewden benadrukken dat ze de situatie minder dramatisch inschatten dan Lendering.


De laatste vindt dat de universiteiten radicale keuzen zouden moeten maken: 'De afgelopen dertig jaar zijn, met steeds minder geld, zes verschillende opleidingen overeind gehouden voor oude geschiedenis. Maar Nederland heeft maar weinig oudhistorici nodig. Waarom beginnen we niet één echt goede opleiding, met veel minder studenten? Dan is er per student meer geld zodat ze langer kunnen studeren.'


Daar zien de andere geïnterviewden, ieder vanuit hun eigen instituut, niets in. Josine Blok: 'Dan verdwijnt de variatie in specialisaties.'


Jona Lendering: De klad in de klassieken.

Athenaeum-Polak & Van Gennep; € 19,95.


ISBN 978 90 253 6898 2


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden