De val van Soeharto

HEMELVAART 1998. Op deze christelijke feestdag, erfenis uit de Nederlandse tijd, lijkt de miljoenenstad Jakarta welhaast uitgestorven. De oude wijk Menteng straalt ogenschijnlijk de rust uit van vervlogen dagen; in de schaduwrijke lanen met hun koloniale villa's valt geen auto te bekennen, slechts enkele wandelaars en een eenzame fietser wagen...

Die historische dag was ingeluid door een economische crisis van ongekende omvang. Een crisis die studenten en armen in verzet bracht tegen Soeharto, wiens onderdrukkende bewind dertig jaar lang was geduld omdat Indonesië toen economische voorspoed kende. Na maandenlange studentenprotesten was dit verzet in mei geculmineerd in botsingen met de ordetroepen waarbij doden vielen, sprake was van brandstichtingen en plunderingen in winkelcentra, en het terroriseren van de Chinese minderheid. Na Soeharto's vertrek volgden maanden van hoop op een politieke en economische reformasi, maar tegelijk ook van angst en onzekerheid.

De chaos van die dagen bood een vruchtbare voedingsbodem voor de wildste geruchten. Indonesische journalisten repten zich van de ene studentengroep naar de andere denktank en van de ene niet-gouvernementele organisatie naar de andere politieke partij in een dagelijkse worsteling om uit de warboel een betrouwbaar verslag te construeren. Ongetwijfeld gebeurde dat met wisselend succes. Hoe dan ook, hun artikelen hebben de basis gelegd voor A Country in Despair - Indonesia Between 1997 and 2000, waarin Kees van Dijk, kenner van de geschiedenis van de islam in Indonesië, enige orde schept in de chaos.

Het is een eerste aanzet tot geschiedschrijving, waarin krantenberichten en andere publicaties uit deze rumoerige periode zijn verwerkt tot overzichtelijke hoofdstukken, vanaf de laatste verkiezingen in de dwangbuis van Soeharto's Nieuwe Orde (mei 1997) tot en met de zich reeds aankondigende teloorgang van het presidentschap van Abdurrahman Wahid.

Die geschiedenis ligt natuurlijk nog vers in het geheugen. Maar de vele minutieus genoteerde details tekenen een scherper beeld van de onontkoombaarheid der ontwikkelingen en van de gedragingen, zowel voor als achter de schermen, van hoofdrolspelers als Soeharto en diens opvolger Habibie, legerleider Wiranto, 'de vader van de reformasi' Amien Rais, moslimleider Abdurrahman Wahid en Soekarno's dochter Megawati.

Zo blijkt de legertop zich in mei 1997 tot de gerespecteerde moslim-academicus Nurcholish Madjid te hebben gewend met de vraag wat ze met president Soeharto aan moest. Soeharto, zei Madjid, moet zo snel mogelijk zijn aftreden aankondigen. Om nieuwe onlusten te voorkomen moet hij dat wel doen langs constitutionele weg. Intussen kan hij enkele ministers uit zijn kabinet (waarin hij onder anderen zijn eigen dochter Tutut en zakenvriend Bob Hassan had benoemd) vervangen door hervormingsgezinden. Hij moet zijn excuses aanbieden voor de economische crisis en de door zijn familie vergaarde rijkdommen overdragen aan de natie.

Soeharto, die zei dat hij overal schoon genoeg van had, wilde alleen niet onmiddellijk aftreden omdat hij Habibie, die hem als vice-president automatisch zou opvolgen, niet in staat achtte een einde te maken aan de toenemende onlusten. Maar Soeharto's presidentschap zou nog maar enkele dagen standhouden. Onder druk van de protesterende studenten, die dreigden een 'volkscongres' van hervormingsgezinde prominenten bijeen te roepen om Soeharto af te zetten, stelde parlementsvoorzitter Harmoko hem een ultimatum: de president kreeg twee dagen de tijd om zijn aftreden te regelen, daarna zou Harmoko het Volkscongres bijeenroepen om hem af te zetten. Ministers en oud-ministers weigerden zitting te nemen in een kansloos geacht 'hervormingskabinet' onder leiding van Soeharto. Zelfs Wiranto wilde zijn orders niet meer aannemen. Op 20 mei, de Dag van het Nationaal Ontwaken, had Soeharto geen bondgenoot meer over. Op 21 mei, Hemelvaart, trad hij af.

Hoewel we inmiddels drie jaar verder zijn, is het Van Dijk helaas niet gelukt alle mysterieuze gebeurtenissen uit die tijd te ontraadselen. Werden tijdens de onlusten werkelijk tientallen Chinese vrouwen verkracht, zoals enkele Indonesische mensenrechtengroeperingen zeiden? Of is dat een lasterlijk verzinsel, zoals veel moslims verontwaardigd beweerden? De Leidse hoogleraar zet alle uitspraken op een rijtje, maar verbindt er geen conclusie aan. En het verhaal, dat destijds in Jakarta rondwaarde, dat de branden in de winkelcentra, waarbij vele honderden doden zijn gevallen, door provocateurs waren aangestoken om de militairen te dwingen de touwtjes in handen te nemen, wordt door Van Dijk zelfs niet genoemd.

Het is jammer dat zijn verhaal zo dikwijls wordt ondergraven door afzwakkingen als 'sommigen zeiden' en 'volgens andere verhalen'. Een niet-ingevoerde lezer zal bovendien een zware kluif hebben aan de vele Indonesische persoonsnamen (de index bevat er rond de duizend) waarmee het boek is doorspekt, en aan het Indonesische lievelingsgerecht, de alfabetsoep - de voorliefde om niet alleen alle mogelijke instanties, maar ook maatschappelijke verschijnselen als de monetaire crisis ('krismon') te verhakselen tot onuitsprekelijke afkortingen.

Toch biedt het boek een fascinerend verslag van de manoeuvres van moslimleider Abdurrahman Wahid, die er via een (tijdelijk) bondgenootschap met zijn aartsrivaal Amien Rais in slaagde het presidentschap te ontfutselen aan de grote overwinnaar van de eerste vrije verkiezingen: Megawati Soekarnoputri. Hoewel Amien Rais ongetwijfeld graag zelf president was geworden, was hij kansloos omdat zijn PAN bij de verkiezingen op een teleurstellende vijfde plaats was geëindigd. Steeds meer moslimorganisaties maakten luidkeels duidelijk dat ze een vrouw als president niet zouden dulden, ook al was ze dan de leidster van de grootste partij. Ook de kandidaat van de tweede partij, Golkar, was vrijwel kansloos: Habibie had zich als opvolger van Soeharto bepaald niet populair gemaakt.

Als leider van de Nahdlatul Ulama (NU), een moslimorganisatie met naar schatting veertig miljoen leden, wist Wahid zich te presenteren als de enige kandidaat die voor iedereen aanvaardbaar zou zijn. Amien Rais smeedde haastig een coalitie van de vijf kleine partijen in het parlement, die samen met de stemmen van NU-aanhangers in de Golkar en andere fracties genoeg gewicht in de schaal zou leggen om Megawati en Habibie uit te rangeren.

Dat die opzet slaagde, was mede te danken aan het feit dat Megawati zich niet wenste in te laten met politiek gekonkel, en dat haar partijgenoten nog niet zeer bedreven waren in gelobby achter de schermen. Het is te hopen dat ze zo langzamerhand iets uitgekookter zijn geworden. Want het ziet er inmiddels naar uit dat Megawati het presidentschap binnenkort van Wahid zal moeten overnemen. En in het post-Soeharto-tijdperk moet een Indonesische president dagelijks knokken om de macht te behouden. Dat hebben Habibie en Wahid al aan den lijve ondervonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden