De val van Babylon

Irakezen en Afghanen verpatsen uit geldnood hun kunstschatten. Musea en archeologische sites werden geplunderd; een miljoen kleitabletten en boeken gingen in vlammen op....

Een van de meest hartverscheurende beelden van de oorlog in Irak, naast de schrijnende beelden van al het menselijk leed, is dat verslag van een van de vele persconferenties van Donald Rumsfeld. De Amerikaanse minister van Defensie had het laconiek over het plunderen en de wanorde in Bagdad, die hij 'erg fijne dingen' noemde, want die chaos was een uiting van vrijheid en 'vrije mensen doen soms onjuiste dingen omdat ze vrij zijn'.

Rumsfeld gaf commentaar op televisiebeelden van een man die een gebouw uit liep met een antieke vaas. In april 2003, kort na de overrompeling van Irak door de coalitietroepen, werd het Nationaal Museum van Bagdad leeggeroofd; eeuwenoude stukken werden door Irakese plunderaars vernield, andere werden door gewapende bandieten meegenomen, al zijn er tijdens het oorlogsgeweld gelukkig ook vele spijkerschrifttabletten en stèles in kelders, alkoven en bunkers in veiligheid gebracht.

Op televisie zag je aandoenlijke beelden van een wanhopige en huilende curator van het museum bij lege vitrines en stukgeslagen beelden; kunst was in die dagen weerloos. Minister Rumsfeld echter vond het allemaal 'een beetje overtrokken'. Op zijn briefing zei hij: 'Mijn hemel, waren er in Irak zoveel vazen?' Iedereen kon blijkbaar lachen om die oneliner van Rumsfeld.

Wat is er in Irak in de Golfoorlogen en in de nasleep van het conflict met het cultureel erfgoed gebeurd, in wat ooit de cradle of humankind was, de bakermat van het schrift, van het wiel, van het recht - de zuilen van Hammoerabi - en van de astrologie? Wat hebben de precisie-bombardementen aangericht in Ninive, Ur en Babylon?

In The Looting of the Iraq Museum, Baghdad - The Lost Legacy of Ancient Mesopotamia, een boek waarvan de opbrengst deels voor de heropbouw van het museum is gereserveerd, gaat het over plunderaars die al sinds 1991 - tijdens de eerste Golfoorlog - musea leegroven, sites afzoeken naar kleitabletten, en alles verpatsen wat ze maar kunnen vinden 'omdat er toch geen toekomst is in Irak'.

Er zijn in het land meer dan tienduizend vindplaatsen van voorwerpen uit de oudheid die sinds de oorlog niet meer worden gecontroleerd, bewaakt of geconserveerd. Tussen Eufraat en Tigris, van oudsher een alluviale vlakte waar jaarlijks sedimenten worden afgezet, konden wetenschappers laag na laag de palimpsest van de geschiedenis van het oude Babylon, het rijk van Akkad of de Assyrische en Sumerische renaissances 'bladzijde na bladzijde lezen'. Na millennia heeft zich zo'n dikke laag gevormd dat de overblijfselen van de oudste nederzettingen onder vijf tot tien meter slib zijn bedolven - voor uit winstbejag rovende en naar schatten zoekende delvers 'een makkie'.

Marie-Hélène Carleton, schrijfster, fotograaf en mede-auteur van het boek, vloog meermalen met een helikopter over het zuiden van Irak - hét gebied van 'de culturele tragedie' waar honderden sites zijn geplunderd. Al sinds de negentiende eeuw werden in Irak antieke zegels, tabletten en vazen geroofd, maar sinds de eerste Golfoorlog en het opgelegde handelsembargo ging het van kwaad naar erger. Vanuit de helikopter zag ze honderden uitgegraven schachten en kraters, een pokdalig landschap. Soms waren er twee-tot driehonderd goudzoekers op één site aan het werk, zowel overdag als ' s nachts. In haar verslagen heeft ze het over farming antiquities: het is voor veel berooide Irakezen een manier van overleven, want voor een opgedolven kleinood - een rol-of cilinderzegel niet groter dan een kindervinger - krijgen ze al gauw het veelvoud van hun karige salaris.

Irak is een goudmijn voor de antiquiteiten-maffia. Alleen al in Bagdad moeten, volgens kronieken, meer dan drieduizend moskeeën hebben gestaan. Door oorlogen zijn in de loop van de geschiedenis honderden van die moskeeën, graftorens en minaretten omvergehaald. Al sinds een paar eeuwen graven westerse wetenschappers in het slib en het zand van Irak naar de overblijfselen van het roemrijke verleden van de Assyrische, Sumerische of Babylonische beschavingen. 'Maar het is nu wel pure ironie', schreef het gezaghebbende The Journal of Art aan de vooravond van de eerste Golfoorlog. 'De samenwerking tussen Amerikaanse universiteiten en het Irakese ministerie van Cultuur was nog nooit zo groot.' Door de oorlogen is een abrupt einde gekomen aan de gezamenlijke archeologische zoektochten van Amerikaanse en Irakese universiteiten. De meeste sites lagen in oorlogszones, nabij de strategische plaatsen waar het land zijn oorlogsmachinerie had opgesteld. Door voortdurende conflicten en regimewisselingen zijn in Irak en vooral ook in Afghanistan, die andere door oorlogen geteisterde necropool van voorgoed verloren erfgoed, honderden monumenten vernietigd. De negen doms van de Masji-i-No moskee in Balkh zijn verwoest, de boeddhabeelden van Bamiyan zijn door de Talib an opgeblazen, van het mausoleum van Gawhet Shad bij Herat zijn twee torens tijdens luchtaanvallen door raketten vernield .

Musea in Irak, in Mosul en Basra werden geplunderd. Tijdens de eerste Golfoorlog werden zeker negen regionale musea leeggeroofd; in 1991 alleen al werden vierduizend kunstwerken gestolen. Volgens archeoloog McGuire Gibson van het Chicago's Oriental Institute, die het Pentagon tijdens de tweede Golfoorlog adviseerde, werd er sinds het conflict met Koeweit op alle vindplaatsen in het gebied dag en nacht gedolven.

In de bazaars van Jalalabad of het Pakistaanse Peshawar zijn museumstukken te koop, gouden en zilveren muntstukken, zeldzame beelden uit zandsteen en fragmenten van grotschilderingen uit Afghanistan; je kunt in Londen in de stalletjes op Portobello Road of in de winkels in Bond Street Irakese ronde lakzegels kopen of kleitabletten met spijkerschrift. 'Als dit zo doorgaat blijft er geen archeologisch interessante plek meer over die niet beschadigd of leeggeroofd is', zegt Gibson. De mooiste stukken uit Irak worden via Jordanië of Saudi-Arabië het land uitgesmokkeld, Afghaanse kunst wordt in vrachtwagens naar Pakistan verscheept. De plundering na de val van Saddam noemt Gibson 'de grootste ramp die een nationale kunstcollectie sinds de Tweede Wereldoorlog is overkomen' - een 'natuurlijke historie van de verwoesting', waartegen de coalitietroepen weinig of geen maatregelen getroffen hebben. Bovendien hebben de Verenigde Staten en Groot-Brittannië de Hague Convention for the Protection of Cultural Property in the Event of Armed Conflict nooit geratificeerd .

Sinds het handelsembargo, schrijft Lucien Xavier Polastron in zijn zeer lezenswaardige Livres en feu -Histoire de la destruction sans fin des bibliothèques, werden dagelijks zo'n honderd kleitabletten uit Irak gesmokkeld. Zijn boek is een geschiedenis van boekverbrandingen en van geplunderde bibliotheken. De vernietiging van de Nationale Bibliotheek van Bagdad, die de grootste krantenverzameling in de Arabische wereld herbergde, kun je volgens hem vergelijken met de ravage die de Mongolen in 1258 in de stad aanrichtten. Er dreven toen zoveel boeken op de Tigris, zegt Polastron, 'dat het water inktzwart was geworden en de Mongoolse troepen over de boeken de stroom konden oversteken'.

Polastron, die eerder over de geschiedenis van het papier en de kalligrafie schreef, vertelt over Pol Pot 'die een afkeer had van papier' en alle boeken in Cambodja liet verbranden; hij verbood ook papieren geld en zelfs paspoortfoto's. In Afghanistan lieten de Taliban alle bibliotheken leeghalen; de Serviërs vernielden de moslimarchieven; duizenden islamitische en Hebreeuwse manuscripten gingen tijdens de bloedige strijd in Bosnië voorgoed verloren.

De lijst van cultureel vandalisme is lang, maar zulke gebeurtenissen, schreef W. G. Sebald in Luftkrieg und Literatur, behoren tot 'de terra incognita van de oorlog'. Er wordt weinig over gesproken of geschreven. Want wie maakt zich nu in tijden van oorlog zorgen om de spiraalminaret van Samarra, de ziggoerattempel van Ur of het herbouwde paleis van Nebukadnezar in Babylon?

De muren van het paleis, zucht Zainab Bahrani, kenner van de Mesopotamische architectuur, in The Looting of the Iraq Museum, bleven na de val van het oude Babylon goeddeels overeind; ze verkruimelen nu, ironisch genoeg, aangevreten door het door helikopters opgeschept en opwaaiend woestijnzand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden