Opinie

'De vakbeweging, waartoe is zij nog op aarde?'

De vakbeweging hoeft echt niet zo te falen. Laat agenten de brandweer bijstaan, piloten het personeel op de grond. Kies je onderwerpen. En geef bakken met geld uit. In het verdiepende Volkskrantkatern Vonk dit weekend een vurig pleidooi van Barry Smit, voorheen communicatieadviseur bij de SP, nu campagneadviseur voor maatschappelijke organisaties.

FNV-voorzitter Ton HeertsBeeld ANP

De polder is terug, hoorden we toen werkgevers en werknemers aanschoven bij Rutte en Samsom. Anderen verwachten juist een opleving van activisme in protest tegen de kabinetsplannen. Maar de bonden hebben een uitdaging die fundamenteler is dan de vraag hoe zich te verhouden tot Rutte 2. De Nederlandse vakbeweging bevindt zich in een existentiële crisis. Het gaat niet over een machtsstrijd tussen een PvdA-vleugel en een SP-vleugel, of over een generatieconflict tussen oude fabrieksarbeiders in oranje hesjes en jonge zzp'ende internetondernemers met moeilijke brillen. Ja, die kwesties spelen, maar de echte crisis gaat over het wezen van de vakbeweging: waartoe is zij op aarde en welke rol moet zij spelen in de 21e eeuw?

Het woord 'vakbeweging' roept bij een groeiende groep mensen negatieve associaties op: laagopgeleiden die het publiek hinderen voor een paar procent meer loon, of bestuurders die in achterkamers koehandel bedrijven met werkgevers en politici. Karikaturen, maar zonder kern van waarheid beklijven die niet. Jarenlang gingen de bonden vooral als volgt te werk: laat bestuurders polderen, de achterban hoort het wel als onderhandelaars druk willen zetten met acties. Het stramien: moeizame onderhandeling, actie-op-afroep, mager compromis, teleurgestelde achterban.

Wie als werknemer of zzp'er op de websites van de bonden antwoord zoekt op de vraag waarom je nog lid zou worden, krijgt argumenten als: voordelig verzekeren, belastinghulp, rechtsbijstand. Kortom: het lijkt een sociale ANWB. Leden worden als consumenten benaderd, er wordt niet mét hen maar vóór hen gewerkt. Veel diensten die de bond aanbiedt, kan men evengoed elders betrekken. De vakbeweging lijkt geheel vergeten wat de waarden zijn waarop haar bestaansrecht is gebaseerd. Ze verzuimt haar belangrijkste verworvenheden en historische overwinningen in de etalage te zetten. Niet gek dat vrijwel niemand nog weet wat we allemaal aan een strijdbare vakbeweging te danken hebben als de bonden hun erfenis zelf op zolder laten verstoffen.

Vrijheid, gezondheid, gelijkwaardigheid
Van oudsher streefde de vakbeweging naar meer vrijheid, gezondheid, waardigheid en gelijkwaardigheid. Vanuit deze waarden streed ze voor zaken als de 40-urige werkweek, veiligheidsvoorzieningen op de werkvloer, een minimumloon en ontslagbescherming. Verworvenheden die door velen als vanzelfsprekend worden beschouwd omdat de vakbeweging zelf al decennia verzuimt in herinnering te houden dat ze door strijd verwezenlijkt zijn.

En terwijl de vakbeweging zichzelf en de leden in slaap suste, wonnen in de samenleving nieuwe denkbeelden aan kracht. 'We have to move this country in a new direction, to change the way we look at things, to create a wholly new attitude of mind', zei Margareth Thatcher begin jaren tachtig. Niet veel later klonk ook in Nederland het neoliberale geluid, en het bleef niet bij een oprisping. Het respect voor de arbeider verdween. Wie zich niet wist op te werken, was een loser; succes was immers een keuze. Iedereen kon zich vanuit de werkende klasse naar de middenklasse vechten en vanuit de middenklasse naar échte rijkdom.

Na de bevrijding van het individu in de jaren zestig en zeventig volgde de verheerlijking van het individu. De krachten bundelen zou ouderwets zijn. Het algemeen belang? 'There is no such thing as society', sprak Thatcher schamperend. De vakbeweging? Die zat aandeelhouders in de weg en mocht niet langer relevant zijn. Mensen kunnen prima voor zichzelf opkomen, was het argument om elke vorm van organisatie af te wijzen. De marketing van deze nieuwe ideologie vroeg om een nieuwe taal. Arbeiders werden werknemers en bazen heetten voortaan werkgevers. Banen schrappen werd saneren, afschaffen werd hervormen, bezuinigen werd ombuigen, onzekerheid werd flexibiliteit. Blijft je loonontwikkeling zwaar achter bij stijgende winsten en arbeidsproductiviteit? Dat heette 'je verantwoordelijkheid nemen'. De polderende vakbeweging nam de nieuwe taal over en bewoog mee. De toenemende grilligheid van de economie werd ook door haar als onvermijdelijk aanvaard.

Nog genoeg misstanden
De vraag ligt op tafel of de klassieke waarden van de vakbeweging nog relevant zijn. Kan de geëmancipeerde beroepsbevolking het zelf niet af? De praktijk wijst uit dat er nog genoeg misstanden zijn die werknemers niet individueel, maar wel collectief kunnen bestrijden.

Volgens het CBS heeft één op de vijf Nederlanders een stiefbaan: ze werken minstens zo hard als een ander, maar horen er niet echt bij. In de distributiecentra van Albert Heijn is bijna de helft van de mensen uitzend-, oproep- of tijdelijke kracht. Omdat het nodig is? Nee, Albert Heijn weet exact waar, wanneer en hoeveel wc-papier, snoep, kaas en bier geleverd moet worden. Maar 'flexibel' personeel is mak personeel. De vrolijk rondhuppelende filiaalchef Harry Piekema heeft niet alleen Disneyfiguurtjes en voetbalplaatjes in zijn achterzak, maar ook een knoet: voor jou tien anderen.

Vrouwen krijgen in Nederland gemiddeld nog altijd zo'n 10 procent minder betaald dan mannen voor hetzelfde werk. In 2010 overleden in Nederland 75 mensen door een ongeval op de werkplek. TNO schat dat 224.000 werknemers letsel opliepen, waarvan er 3.500 in het ziekenhuis belandden. Toch werd het aantal arbeidsinspecteurs de afgelopen jaren flink teruggeschroefd; gemiddeld wordt een bedrijf nog maar één keer in de 35 à 40 jaar bezocht.

Werkte in 1969 nog 1 op de 3 Nederlanders in de industrie en bouw, tegenwoordig is dat minder dan 1 op de 7. De fabrieksarbeider van toen is de caissière, de cateraar, de beveiliger en de thuiszorger van nu. Voor zover hij nog in de bouw of industrie werkt, is hij veel vaker dan ooit uitzendkracht of schijnzelfstandige. De arbeider is nooit weg geweest. Hij werkt. Zij ook. Productiever dan ooit, maar voor een beloning die zwaar achterblijft bij de top en met een onzekerheid die als zwaard van Damocles boven hem wordt gehouden.

'Nooit meer onzichtbaar'
Misschien nog wel meer dan loon en pensioen staan de kwaliteit van het werk en het vakmanschap onder druk. Het spreadsheetmanagement verspreidde zich als een plaag. De meeste mensen vinden erkenning, waardering en voldoening net zo belangrijk als goed loon. 'Nooit meer onzichtbaar', scandeerden de schoonmakers tijdens hun Mars van Respect, waarmee ze begin 2012 door Nederland trokken. Ze wilden hun werk goed kunnen doen. En het vakmanschap staat niet alleen bij laagopgeleiden onder druk. De politieagent wordt overladen met papierwerk en degenen die onze opa's en oma's verzorgen in het verpleegtehuis hebben het gevoel in een veredelde wasstraat te werken. Van de thuiszorger die stopwatchzorg moet verlenen tot de journalist die geen tijd meer krijgt om iets goed uit te zoeken. Allemaal zaken waar werknemers in hun eentje weinig tegen beginnen, dus hoezo zou de vakbeweging niet relevant kunnen zijn in de 21ste eeuw?

Maar zijn alle verworvenheden die eerder bijeengestreden werden nog houdbaar? De vraag is niet of we het kunnen betalen, de vraag is of we het wíllen betalen. We zijn de laatste decennia niet minder productief geworden. Integendeel, onze arbeid is over het algemeen steeds meer gaan opleveren. In principe kunnen we alles wat we vroeger konden betalen, nu ook betalen, het is vooral een keuze om zaken collectief te regelen of individueel. De vakbeweging kan verworvenheden stuk voor stuk tegen het licht van de tijd houden, maar moet zich niet laten afschepen met kulverhalen over 'onbetaalbaarheid'.

Verworvenheden die voortvloeien uit de kernwaarden van de progressieve beweging en hun nut nog altijd bewijzen, moeten te vuur en te zwaard worden verdedigd. De vakbeweging laat het op dit vlak echter zwaar afweten.

De pensioenen stonden nooit eerder zo onder druk van grillige politici en economische en demografische omstandigheden. De financiële toekomst van miljoenen mensen was in het geding. Toch liet de vakbeweging het gebeuren dat de pensioenkwestie geen onderwerp werd in de verkiezingscampagne. In niet één tv-debat werd er een vraag over gesteld. Met de financiële slagkracht van de FNV had de vakbeweging agendabepalend kunnen zijn, maar ze was onzichtbaar. Irrelevant. Het duizelingwekkende en destructieve bezuinigingsfetisjisme - 46 miljard in 7 jaar tijd - krijgt geen weerstand van belang.

Miljoenen Europeanen lieten de laatste maanden een protestgeluid horen, maar in Nederland klinkt vooralsnog gesnurk. De bond heeft vele malen meer in kas dan alle politieke partijen bij elkaar, maar doet er vrijwel niets mee om op cruciale momenten van invloed te zijn. 'Ik ben tegen politieke actie', zei FNV-interim-voorzitter Ton Heerts in de verkiezingscampagne. Te bizar voor woorden, als je bedenkt dat op datzelfde moment Bernhard Wientjes een enorm spandoek met stemadvies aan de VNO-NCW-toren hing en mkb-voorzitter Hans Biesheuvel zich vol in de strijd wierp.

De politieke werkgeverslobby is sterker dan ooit, 9 op de 10 grote bedrijven zijn aangesloten bij VNO-NCW. De lobbyindustrie in Brussel zet tientallen miljoenen euro's in om werkgeversbelangen te dienen. Als gevolg hiervan prijkt Bernhard Wientjes ook dit jaar op 1 in de lijst van invloedrijkste Nederlanders. (Heerts staat op 17.) De aanvoerder van de werkgevers is de succesvolste politieke activist van Nederland, maar zijn tegenspeler Heerts wil geen politieke actie. Welterusten.

Voorgaan in de discussie
De vakbeweging wordt weer relevant als ze vanuit haar kernwaarden opereert en voorgaat in de discussie over de toekomst van dit land, in plaats van zich afzijdig te houden of te reageren op de slagvaardigheid van anderen. Een eigen agenda bepalen en campagnes voeren.

Zet een Nederlandse New Deal op de agenda. Stel voor om alle woningen en kantoren die dat nodig hebben in de komende 15 jaar te verduurzamen. Begin in de regio's met de meeste werkeloosheid, van Noordoost-Groningen tot Zuid-Limburg: werk, werk, werk voor jong en oud. Voer er campagne voor, mobiliseer je achterban en andere maatschappelijke krachten, zoals de bouwsector en regionale overheden. Breng in vijf jaar tijd iedereen die de Nederlandse taal onvoldoende spreekt op een verstaanbaar taalniveau, zodat mensen elkaar op de werkplek en in hun eigen buurt begrijpen.

Dat voorkomt onveiligheid, spanningen en sociale en economische achterstanden. De komende decennia hebben we veel meer zorgpersoneel nodig dan we nu opleiden. Hoe gaan we dat oplossen? Wie wil er werken in een sector waarin de kwaliteit van werk continu onder druk staat? Vangen we het op met massa-immigratie uit landen die we daarmee beroven van een beroepsbevolking die ze zelf hard nodig hebben? Of is er een model te bedenken dat alleen maar winnaars kent?

Wees creatief
Jaag maatschappelijke debatten aan. Onze vaders konden met 40 uur werken hun gezin onderhouden, nu is daar meestal anderhalve baan per gezin voor nodig, zo'n 60 gewerkte uren in de week. Wat vinden wij redelijk, en waarom? Wees creatief, dwing af dat de politiek je serieus neemt en je zult weer relevant zijn voor werkend Nederland, ongeacht generatie, branche en precieze politieke voorkeur.

Denk minder in hokjes en in nauwe belangenbehartiging. In de moderne fabrieken, zoals Schiphol, de High Tech Campus, het Mediapark, Chemelot en de Eemshaven, zijn de beveiliger, schoonmaker, receptionist, kabeldrager, cateraar en al die anderen onmisbaar, maar dat ze ook voor elkaar onmisbaar zijn, komt te weinig tot uiting in wederzijdse loyaliteit. Waarom zien we eigenlijk nooit leraren die opkomen voor de mensen in de Jeugdzorg, piloten die het opnemen voor het grondpersoneel als die belachelijk krappe werkschema's krijgen, politiemensen die de brandweer bijstaan als hun veiligheid door bezuinigingen in het geding is?

Wat de vakbeweging de komende maanden gaat doen, is vooralsnog onduidelijk. Het kan zijn dat alles blijft zoals het nu is: activistische werkgevers en de politiek nemen het initiatief, de vakbeweging sukkelt erachteraan terwijl zij intern kibbelt over nieuwe structuren. Als het daarbij blijft, is een eventuele opleving in reactie op de kabinetsplannen niet meer dan een schijnopleving. Weer reactief en agendavolgend. De vakbeweging zal echt opnieuw moeten worden opgebouwd, vanaf haar fundamenten: de waarden vanwaaruit zij ooit is opgericht.

Barry Smit (Alkmaar, 1974) was van 2002 tot in 2009 communicatieadviseur bij de SP. Tegenwoordig werkt hij als campagneadviseur voor maatschappelijke organisaties. In 2011 ondersteunde hij de acties van de vakbond van schoonmakers. In 2012 adviseerde hij Jetta Klijnsma's Kwartiermakers voor de nieuwe vakbeweging. Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

 
Ik ben tegen politieke actie, zegt FNV-leider Ton Heerts. Te bizar voor woorden.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden