Foto: Katja Poelwijk , illustratie Alexandra España

‘Het Kalifaatmeisje’

De vader van Laura H. over zijn dochter, het ‘kalifaatmeisje’: ‘Ik dacht meteen: hoe kan ze ons dit aandoen? Maar ook: ik zal er altijd voor haar zijn’

Foto: Katja Poelwijk , illustratie Alexandra España Beeld Katja Poelwijk

Als door een wonder kwam Laura H. twee jaar geleden heelhuids terug uit het kalifaat van IS. Vader Eugène probeert nog dagelijks te doorgronden wat er is gebeurd. Hoe kon zijn meisje zo ontsporen? En heeft hij genoeg kunnen doen?

Het is vier uur in de ochtend en Eugène H. is klaarwakker. Vandaag, 12 juli 2016, wordt een allesbepalende dag voor de 52-jarige bedrijfsmanager uit Zoetermeer. Hij zal zijn dochter en kleinkinderen weer terug in zijn leven krijgen – of voorgoed verliezen. Eugène opent Whatsapp op zijn telefoon en stuurt een berichtje naar Daniel Köhler, de Duitser die hij al meer dan 10 duizend euro heeft betaald om zijn dochter en haar twee kinderen te helpen bij een levensgevaarlijke ontsnappingspoging uit het kalifaat van terreurorganisatie Islamitische Staat.

Eugène: ‘Ze vertrekken over tien minuten! Ik heb ze gezegd de appteksten op hun telefoon te wissen!’

Daniel: ‘Heb je nog contact met ze of stilte?’

Eugène: ‘Stilte.’

Laura, zo heet Eugènes dochter. Sinds haar bekering tot de islam in 2010 gaat de 23-jarige ook door het leven als Lamyae, maar Eugène spreekt zijn dochter nooit aan met die naam. Voor hem zal ze altijd Laura of ‘Lau’ blijven.

Eugènes eerste kleinkind is het meisje Tawbah van 8 jaar oud, daarna komt het jongetje Hamidu van 3 jaar. Zijn schoonzoon heet Ibrahim – een aanvankelijk schuchtere jongeman, die zich in een mum van tijd zou ontpoppen tot een gewelddadige moslimfundamentalist. Op een dag in september 2015 vertrekken Laura, Ibrahim en de twee kinderen halsoverkop uit Nederland om zich te vestigen in het kalifaat. In dit strijdgebied, dat zich uitstrekt van Syrië tot Irak, zal het leven beter zijn dan in Nederland, laat Laura Eugène via Whatsapp weten. In het kalifaat zal Ibrahim haar niet meer dagelijks in elkaar trappen, want in een gebied waar de sharia – het islamitische recht – geldt, is het de echtgenoot verboden zijn vrouw zonder geldige reden geweld aan te doen.

Maar ook in het kalifaat knijpt Ibrahim zijn jonge vrouw geregeld de keel dicht en beukt hij haar gezicht tot bloedens toe stuk op de stenen vloer. Eén keer houdt hij haar onder schot met een kalasjnikov en dreigt op kalme toon dat hij haar een kogel door het hoofd zal schieten. Hier, in de Iraakse stad Mosul, zal ze sterven door de handen van haar echtgenoot, krijgt Eugène van zijn dochter te horen. Wat moet er van haar kinderen worden als zij er niet meer is om ze te beschermen? Worden het geïndoctrineerde IS-soldaten? Of zullen ze in handen vallen van de vijanden van IS?

Wanhoopskreten

Twee maanden na haar verdwijning uit Nederland ontvangt Eugène de eerste wanhoopskreten van zijn dochter. Ze wil weg uit het kalifaat. Hierna breekt een periode aan van koortsachtig overleg via Whatsapp. Met hulp van Daniel Köhler – een raadselachtige Duitser die niet helemaal zal blijken te zijn wie hij zegt dat hij is – zet Eugène een ontsnappingsplan op touw. Eugène krijgt zelfs de onberekenbare Ibrahim zover om Laura en de kinderen uit het kalifaat te rijden. De ontsnappingsroute voert langs checkpoints van IS – dat deserteurs uit het kalifaat zonder pardon executeert – en moet uiteindelijk leiden naar Koerdisch gebied in Noord-Irak, waar scherpschutters van de peshmerga klaarstaan om verdachte figuren van de weg te schieten. Een reddingsteam, samengesteld door Daniel Köhler, zal ze in Koerdisch gebied in veiligheid moeten brengen.

‘Zien jullie ze al?’, appt Eugène in de middag naar Daniel Köhler.

Daniel: ‘Eugène, het spijt mij te moeten melden dat het reddingsteam is teruggeroepen. We hebben Laura noch Ibrahim gezien. Het reddingsteam zal wel in de buurt blijven, voor het geval ze toch opduiken. Meer kunnen we niet doen op het moment...’

Eugène brengt de rest van de middag en het begin van de avond in spanning door.

Elk moment verwacht hij het ergst denkbare bericht in zijn scherm: je dochter en kleinkinderen hebben het niet overleefd. Totdat hij die avond door een journalist wordt gebeld met het nieuws dat Laura en de kinderen zijn opgevangen door de Koerden. Er is zojuist een interview met Laura verschenen op de site van de Koerdische tv-zender Kurdistan 24.

‘I’m Laura. I was born in Den Haag and I lived in... Sweet Lake City.’

Beeld Alexandra España

De rest van het verhaal

Twee jaar later, op een oktobermiddag, laat Eugène in zijn vinexwoning in Zoetermeer het Whatsappcontact met Daniel Köhler zien. Hoofdschuddend scrollt hij door de conversatie.

‘Dat Sweet Lake City heeft ze van mij’, lacht hij. ‘Zo noem ik Zoetermeer altijd. Nu zegt Laura: pap, door jouw schuld zal ik voor altijd het meisje van Sweet Lake City blijven. Het was echt een fantastisch moment toen ik Laura op tv zag. Ik dacht dat ik ze kwijt was en hoopte alleen maar dat ze niet erg hadden hoeven lijden.’

Eind goed, al goed, maar daarmee was niet het hele verhaal verteld. Want hoe kwam dit jonge meisje uit Zoetermeer ertoe om met twee jonge kinderen en een gewelddadige echtgenoot naar het kalifaat af te reizen? Waar waren haar ouders? Hoe kwam de ontsnappingspoging tot stand? En wat is er geworden van haar echtgenoot Ibrahim?

Deze vragen staan centraal in het deze week verschenen boek Laura H. – Het kalifaatmeisje uit Zoetermeer. Auteur Thomas Rueb, in het dagelijks leven journalist bij NRC Handelsblad, sprak honderden uren met Laura, Eugène en andere betrokkenen en bezocht Irak om het leven en de ontsnapping van Laura aldaar in kaart te brengen. In het boek schetst Rueb het portret van een kwetsbaar meisje dat op drift raakt na de scheiding van haar ouders en de vroege dood van haar chronisch zieke broertje Ingmar. 

Een bijzondere rol is weggelegd voor Eugène: de onvermoeibare vader die zijn dochter keer op keer bezweert dat hij haar nooit in de steek zal laten en een klein fortuin uitgeeft om haar in veiligheid te brengen. Laura’s moeder Jennifer komt minder aan bod in het boek. De roekeloze keuze om in het kalifaat te gaan wonen, bracht een breuk teweeg tussen moeder en dochter. Inmiddels is het contact hersteld. 

‘Daar zat ik toen ik het telefoontje kreeg met het nieuws dat ze in het kalifaat was’, vertelt Eugène, die nog dagelijks de gebeurtenissen van de afgelopen jaren probeert te reconstrueren. Hij wijst naar een bruine leren bank in de huiskamer. ‘Ik kon niks uitbrengen. Ik blokkeerde. Ik heb dat maar één keer eerder gehad, bij de dood van mijn zoontje Ingmar. Nu dreigde ik nog een kind te verliezen. Hoe kon ze ons dit aandoen? Maar meteen dacht ik ook: ik zal er altijd voor je zijn, meisje. Ik zal je nooit laten vallen.’

Groot nieuws

Laura’s ontsnapping is groot nieuws in de zomer van 2016. Het meisje uit ‘Sweet Lake City’ is een van de eerste Nederlandse Syriëgangers die uit het afbrokkelende kalifaat weet te ontsnappen. Terug in Nederland wordt Laura gearresteerd. Volgens het Openbaar Minsterie moet rekening worden gehouden met het ‘zwartste scenario’ – mogelijk is Laura door IS naar Nederland gestuurd om een aanslag te plegen. Tijdens haar proces vertelt Laura echter dat ze geen kwaad in de zin heeft. Ze zou zelfs afstand hebben gedaan van de islam en eet weer varkensvlees. Op de terroristenafdeling van de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) waar Laura vastzit, weigert ze een aangeboden bidkleedje en vraagt ze om een broodje ham. Uiteindelijk wordt Laura veroordeeld tot 24 maanden cel, waarvan 13 voorwaardelijk, voor haar aandeel in ‘voorbereidingshandelingen’ die het plegen van terroristische misdrijven ondersteunen. Door te zorgen voor haar gezin in het kalifaat heeft Laura volgens de rechtbank bijgedragen aan het bestaan van IS. Omdat ze al een jaar in voorarrest zat, kwam ze bij veroordeling direct vrij. Op dit moment volgt Laura weer een opleiding en woont ze zelfstandig.

‘Laura doet het ontzettend goed nu, ze is een fantastische moeder’, zegt Eugène in het huis waar Laura een deel van haar jeugd doorbracht. ‘Ze vliegt door haar opleiding heen en wil later iets betekenen voor kwetsbare meisjes in moeilijke posities. Ik ben zo trots op hoe zij zichzelf uit de modder heeft getrokken.’

Op zoek naar geborgenheid

Laura heeft in haar jeugd enorm gehunkerd naar geborgenheid en aandacht, vertelt Eugène. Haar zieke broertje Ingmar slokte alle zorg en aandacht op. Daarbovenop kwam de scheiding van haar ouders. Er viel een gat in Laura’s hart, waarop werd ingespeeld door seksueel grenzeloze jongens – vooral van Marokkaanse komaf.

‘Je kunt gerust zeggen dat Laura een disfunctionele jeugd heeft gehad’, zegt Eugène. ‘Laura was 11 toen ik van haar moeder scheidde. Er waren spanningen vanwege Ingmar. Hij leed aan een nierziekte. Een heel mooi mannetje, maar hij groeide gewoon niet. Met hem was het altijd in en uit het ziekenhuis. Voor Laura was er daardoor minder aandacht. Doordeweeks woonde ze bij haar moeder, in het weekend bij mij. Het was geen stabiele situatie. Daarna is het bergafwaarts gegaan met Laura.’

Dat er met Laura op seksueel gebied ‘dingen gebeurden die niet hadden moeten gebeuren’, wist Eugène wel. Maar hoe ernstig het was, leerde hij pas uit het boek van Rueb. Zo leest hij dat Laura 13 jaar oud is als twee jongens haar zover krijgen om seks met hen te hebben. Het gebeurt in een schuurtje in de achtertuin bij Laura’s moeder thuis. Onder haar voornamelijk Marokkaans-Nederlandse school- en buurtgenoten gaat daarna het gerucht dat Laura ‘makkelijk’ is. Het leidt tot meer aandacht van jongens die zich aan de kwetsbare Laura willen vergrijpen. Eén keer wordt ze met zoete woorden en vleierijen naar een woning gelokt, waar ze seks heeft met tien jongens achter elkaar. Na afloop krijgt ze geld aangeboden.

Ook de redenen voor Laura’s bekering dringen bij Eugène pas goed door na lezing van het boek. Als Laura 16 jaar is – en opvangtehuizen in- en uitgaat – wordt ze voor het eerst zwanger. Haar dochtertje Tawbah wordt geboren. Vijf maanden later is ze alweer zwanger, maar de vader van het kind dwingt haar tot abortus. Het gevoel van verlies en kwetsbaarheid is na de abortus enorm, maar nergens weet Laura zich beschermd. Uiteindelijk vindt ze – via Marokkaans-Nederlandse vriendinnen – veiligheid in de islam en in het bijzonder in de hoofddoek. Met dat stuk stof kan ze zich beschermen tegen het seksuele wangedrag van jongens die alleen respect lijken te hebben voor meisjes die hun hoofd bedekken.

Beeld Alexandra España

Het werkt. Laura wordt eindelijk met rust gelaten. Maar voor Eugène voelt het dragen van een hoofddoek als een mes in de rug. Die hoofddoek staat wat hem betreft symbool voor de jongens die misbruik van haar maakten – is ze soms vergeten hoe erg ze haar hebben gekwetst?

‘Ik discrimineer niet, iedereen moet geloven wat hij wil, maar dat Laura die hoofddoek ging dragen, was voor mij net te veel’, zegt Eugène. ‘Ik zag het als onderdeel van haar onverantwoorde gedrag en als teken van hoe makkelijk ze te manipuleren is. Ik begreep toen niet dat ze die hoofddoek is gaan dragen als een manier om zichzelf tegen die jongens te beschermen. Dat ben ik me eigenlijk pas door het boek gaan realiseren.’

Hij heeft er constant over gepiekerd, zegt Eugène: waar heb ik het laten lopen, wat had ik nog meer kunnen doen om haar te helpen?

‘Maar vaak stond ze niet open voor mijn hulp. Ik heb haar een keer naar het politiebureau gereden om aangifte te doen tegen een van die knullen. Die had haar gewoon verkracht. Maar uiteindelijk trok Laura haar verklaring in. Als ze aangifte zou doen, zou ze weer allerlei problemen krijgen. Soms zeiden mensen tegen mij: waarom laat je haar niet los, het heeft toch geen zin. Maar dat heb ik nooit kunnen doen. Ik heb de deur altijd op een kier gehouden voor haar.’

Islamitisch huwelijk 

Het tragische eindpunt van Laura’s zoektocht naar liefde en aandacht is haar huwelijk met de Palestijns-Nederlandse Ibrahim, die ze leert kennen via een islamitische datingsite. De media zullen Ibrahim later naar voren brengen als een eendimensionale bruut die een jong, naïef meisje heeft gehersenspoeld. De werkelijkheid is veel complexer en ook treuriger, blijkt uit het boek van Rueb. Een van de verklaringen voor Ibrahims gewelddadigheid ligt in de agressie die hij meemaakte in zijn jeugd. Soms werd hij door zijn vader aan zijn voeten opgehangen in het trapgat en geslagen met riemen en stokken. Andere keren kneep zijn vader zijn keel net zo lang dicht tot hij slap werd. Naarmate Ibrahim ouder werd, kreeg hij dezelfde gewelddadige trekken. Vechtpartijen waren aan de orde van de dag. Als hij met Laura trouwt en een zoontje krijgt (Hamidu), lijkt Ibrahim even kalmer te worden. Maar al gauw komt zijn gewelddadige aard weer naar boven.

‘Ik heb Laura weleens geholpen om aangifte van huiselijk geweld te doen tegen Ibrahim’, zegt Eugène. ‘Ik wist wel dat het een foute gast was, maar dat hij zo gewelddadig kon zijn, ontdekte ik pas toen ik het boek las. Je kunt wel een heel moeilijke jeugd hebben gehad, maar uiteindelijk ben je zelf verantwoordelijk voor je daden.’

Beeld Alexandra España

In de loop van 2015, als het nieuws over het IS-kalifaat zich verspreidt, begint zich een plan te vormen. Een bestaan in een strikt islamitisch land als het kalifaat zou weleens een uitkomst kunnen zijn voor Laura en Ibrahim. Laura kan haar man in toom houden dankzij het islamitische recht; Ibrahim kan op het slagveld zijn agressie kwijt.

Toch valt het leven in het kalifaat bitter tegen. Ook in hun gedroomde islamitische heilstaat – waar het leven monotoon, stoffig en vreemd is – dient Laura voornamelijk als boksbal voor Ibrahim. De beurse en blauwe plekken in haar gezicht verbergt ze onder een nikab. Ibrahim wordt evenmin de heroïsche jihadstrijder die hij zichzelf acht. IS scheept hem af met een onbeduidend baantje in een munitiefabriek. Goede huisvesting krijgt hij niet. Het duurt niet lang voordat Laura en Ibrahim het leven in het kalifaat zat zijn en ingaan op het ontsnappingsplan van Eugène en Daniel Köhler.

Ontsnappen

Köhler, een charmante Duitser van 33, is directeur van een bureau dat zich toelegt op de deradicalisering van jihadisten. Hij heeft boeken over deradicalisering op zijn naam staan en werd geïnterviewd over het jihadisme door kranten als The New York Times en The Wall Street Journal.

In Nederland is Köhler betrokken bij de oprichting van het Familiesteunpunt Radicalisering, dat familieleden van uitreizigers bijstaat. Via dit steunpunt komt Eugène met hem in contact. De Duitser wordt voorgesteld als iemand met een gigantisch netwerk, ook in militaire kringen.

In zijn contact met Eugène heeft Köhler het over ‘our guys on the ground’ – een reddingsteam dat zou bestaan uit oud-elitetroepen en spionnen in het kalifaat. Köhler stuurt dit reddingsteam aan op basis van Eugènes informatie over Laura’s verblijfplaats en dagelijkse routine. In april 2016 probeert Köhler een eerste ontsnappingspoging voor haar te coördineren, maar die komt niet goed van de grond. Wel zouden de voorbereidingen een lid van het reddingsteam het leven hebben gekost, schrijft Köhler aan Eugène in een mail die integraal is overgenomen in het boek. IS zou het teamlid in handen hebben gekregen en vermoord.

‘Het was alsof ik in een James Bond-film terecht was gekomen’, zegt Eugène. ‘Het ging met Daniel over spionnen, special forces, ontsnappingsroutes over gevaarlijk terrein. Toen hij mij mailde dat een van zijn mensen was omgekomen bij die eerste mislukte ontsnapping, was ik daar dagen ziek van. Toch kwam hij altijd over als een man die wist waar hij het over had. Toen hij aan de slag ging met de tweede ontsnappingspoging, heb ik hem zonder problemen die 10 duizend euro overgemaakt.’

Op een vroege ochtend beginnen Laura, Ibrahim, Tawbah en Hamidu aan hun lange reis. Ze rijden langs IS-checkpoints, door de woestijn. Het door Köhler uitgedachte plan is als volgt: rijd naar de grens tussen het kalifaat en Koerdisch gebied. Zwaai vervolgens met een witte vlag uit de auto. Een reddingsteam van elitesoldaten zal jullie tegemoetkomen. Zij zullen jullie opvangen en naar het Nederlands consulaat in de Koerdisch-Iraakse stad Erbil rijden. Maar als Laura en Ibrahim het Koerdische gebied bereiken, is er niemand.

Plotseling klinken er schoten. Een kogel scheert rakelings langs Laura’s oor. Ze worden onder schot genomen door IS-soldaten die het grensgebied bewaken. Net op het moment dat Laura denkt dat zij en haar gezin afgeslacht zullen worden, klinkt er een dreun. Als het stof is neergedaald, hoort Laura gekerm. Een Koerdische granaat heeft de IS-soldaten van de weg geblazen. Maar ook Ibrahim is geraakt. Hij ligt gillend en hevig bloedend uit zijn been op de grond. Terwijl de Koerdische kogels op ze neerdalen, smeekt Ibrahim zijn vrouw om hulp. Laura tilt haar jongste op, sleurt haar dochter mee, en zet het bloedend en gedesoriënteerd op een rennen naar Koerdisch gebied. Ibrahim blijft achter op de weg. Laura is al meer dan een half uur onderweg in de gloeiend hete woestijn als ze eindelijk wordt opgevangen door de Koerden. Ze vragen haar nog of ze haar man, haar kwelgeest, moeten redden.

‘Nee’, antwoordt ze. ‘Laat hem maar liggen.’

De Koerden hebben Ibrahim nooit teruggevonden. Of hij dood dan wel zwaargewond is teruggebracht naar IS-gebied, is niet duidelijk. Voor de zekerheid staat hij nog altijd vermeld op de Nederlandse terrorismelijst.

‘Ze hebben zo’n gigantisch geluk gehad’, zegt Eugène. ‘Hun auto was helemaal aan flarden geschoten. Het is een wonder dat ze het hebben overleefd. Die Koerden stonden versteld dat Laura dit heeft aangedurfd. En dan te bedenken, achteraf weliswaar, dat er in de verste verte geen reddingsteam te bekennen was.’

Ander licht op de zaak

In mei 2017 verschijnt in het Duitse blad Der Spiegel een artikel (‘Laura’s tragische redding’) dat een ander licht werpt op de zelfverzekerde Daniel Köhler die over ‘special forces’ en ‘rescue missions’ sprak alsof het dagelijkse kost voor hem was. De Duitser wordt in het artikel afgeschilderd als iemand die zich belangrijker en invloedrijker voordoet dan hij is. Als hem gevraagd wordt of hij in het geval van Laura’s ontsnapping niet heeft lopen pochen met expertise en militaire contacten die hij niet had, probeert hij zijn rol te minimaliseren. Met de concrete reddingsoperatie had hij weinig te maken. Zijn aandeel hierin was op ‘vrijwillige’ basis. Hij was slechts een tussenpersoon voor Eugène en enkele contacten in Irak. Ook ontkent hij dat er bij de eerste, mislukte reddingsoperatie iemand zou zijn omgekomen.

In zijn boek ontrafelt Rueb het mysterie rondom Köhler nog verder. Achter het reddingsteam gaat een groepje avonturiers schuil met oncontroleerbare praatjes over clandestiene operaties en militaire contacten. Of ze Eugène moedwillig om de tuin hebben geleid om hem geld af te troggelen, blijft in het midden. Mogelijk zijn zij op hun beurt misleid door andere oplichters. Hoe de zaak ook in elkaar steekt: van een reddingsteam dat klaarstond om Laura en haar gezin op te vangen, is nooit sprake geweest. Dat Laura en haar kinderen toch Koerdisch gebied wisten te bereiken, mag een wonder heten. Niet iedereen kan een autorit door een frontlinie navertellen.

‘Ik zal Daniel Köhler eeuwig dankbaar blijven, ook als ooit blijkt dat hij alles van a tot z verzonnen heeft’, zegt Eugène. ‘Zonder zijn zelfverzekerdheid had ik dit allemaal niet aangedurfd. Dan had ik Laura nooit aangespoord om het erop te wagen en te vluchten. Wie weet wat er dan was gebeurd met haar en de kinderen. Omgekomen bij bombardementen? Ik had het nodig om te geloven dat er een manier was om Laura daar weg te krijgen.’

In de namiddag komt een vrolijk, donkerharig kind de Zoetermeerse vinexwoning binnengelopen. Het is Tawbah, Laura’s dochter en Eugènes kleindochter. Het meisje dat bijna een jaar in het kalifaat doorbracht en een helletocht door de woestijn maakte, loopt neuriënd door de huiskamer.

‘Moet je zien wat een plezier ze heeft’, zegt Eugène. ‘Je zou toch nooit zeggen dat dit kind heel vreselijke dingen heeft meegemaakt. Uiteindelijk zijn wij een familie van luchthart-treurniet. We proberen niet te lang bij de pakken neer te zitten. Dat zie je bij Laura. Dat zie je bij mij. En dat zie je nu ook bij Tawbah. Doorgaan met leven en niet meer achteromkijken, zo staan wij erin.’

Verantwoording

Op verzoek van Eugène en Laura wordt hun achternaam alleen met een initiaal vermeld. Ze vrezen de mogelijke aandacht van jihadistische netwerken als hun volledige identiteit bekend wordt. Tawbah en Hamidu zijn niet de echte namen van de kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden