Opinie

'De Universiteit Leiden dient haar podium als verlichte plek te bewaken'

In een land waarin theaters worden gesloten en de programmering van podia vervlakt, ligt er een taak voor een universiteit om haar podium als verlichte plek te bewaken. 'Vooral om haar studenten tot de denkers te maken', schrijft theaterregisseur Thibaud Delpeut.

Duizenden belangstellenden en mensen uit de kunsten- en cultuursector demonstreren in juni 2011 op het Haagse Malieveld tegen de bezuinigingen op Cultuur door het Kabinet.Beeld ANP

Op 6 maart werd bekend dat het LAKtheater in Leiden definitief haar deuren zal sluiten. Ogenschijnlijk is de sluiting van een theater op dit moment geen opmerkelijke gebeurtenis. Want dat de bezuinigingen op de kunsten in Nederland verregaande gevolgen hebben is inmiddels wel duidelijk.

Zowel gezelschappen als podia worden momenteel hard getroffen in een complex web van wederzijdse afhankelijkheid. Gezelschappen die willen voortbestaan zullen dat moeten doen in een toekomst waarin ze moeten werken met harde targets en een gedecimeerd subsidiestelsel dat meer weg heeft van een hypotheekconstructie. Want wie zijn opgelegde targets niet haalt, zal subsidie moeten terugstorten.

In dit model zullen kunstenaars moeten zoeken naar manieren om hun soms onalledaagse, weerbarstige of tegendraadse boodschap aan te bieden in een landschap waarin het ene na het andere podium de handdoek in de ring moet gooien. Want veel schouwburgen durven geen enkel artistiek risico meer te nemen. Andere, kleinere theaters willen wel, maar zien geen mogelijkheden meer. De bezuinigingen en btw- verhogingen zorgen voor grote exploitatieproblemen bij veel, vooral de wat kleinere podia. Dat vrijheid van het denken, artistieke innovatie en weerbarstig engagement de komende jaren steeds meer van het toneel zullen verdwijnen, lijkt daarmee onafwendbaar.

In dit bestel is het zeer moeilijk tot vrij onmogelijk voor theatermakers om ongemakkelijke, schurende, tegendraadse, provocatieve, of ja, ronduit perverse voorstellingen te maken. Want die liggen moeilijk en misschien komen er minder mensen naar kijken. Ze zijn ook elitair en dat mag niet meer. Of toch? Zijn er nog plekken waar die vreemde, onaangepaste gedachten wel een centrale plek behoren te hebben?

Leiden
In Leiden gebeurt iets opmerkelijks. De naderende sluiting van het LAKtheater heeft namelijk een ander verband met de grimmige subsidierealiteit. In 2008 gaf de Universiteit Leiden al te kennen dat ze het aanbieden van theatervoorstellingen niet als haar kerntaak ziet. Ze liet weten de exploitatie van het theater te moeten staken. Toen vervolgens bleek dat het LAKtheater niet als onafhankelijke stichting zou kunnen voortbestaan en een beoogde fusie met Stadspodia Leiden afketste, viel het doek. Een theater dat de steun van de voltallige gemeenteraad heeft, waar de inwoners van Leiden een belangrijke band mee hebben en waar in principe geld voor beschikbaar is wordt dus alsnog gesloten. Door een onoverkoombaar geschil over arbeidsrecht. Dus ook hier is de sluiting, uiteraard, economisch gemotiveerd. Maar dat economische motief moet toch eigenlijk gezien worden in een breder, ideologisch perspectief.

De Universiteit Leiden ziet het niet meer als kerntaak om theatervoorstellingen aan te bieden. En dat is het ook niet. Universiteiten zijn geen schouwburgen. Universiteiten zijn onderwijsinstellingen. De stellingname van de Universiteit Leiden is te verklaren vanuit een tendens en echoot de woorden van Halbe Zijlstra die met de wet in de hand kwam aantonen dat het ondersteunen van kunst geen kerntaak van de overheid is.

Kerntaak
Ik schrijf dit artikel niet alleen als podiumkunstenaar, maar vooral als alumnus van een universiteit. Voorafgaand aan mijn studie aan de regie-opleiding in Amsterdam (hbo) heb ik een academisch parcours afgelegd aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN). Ik volgde daar vakken en cursussen van verschillende studierichtingen. Dat klinkt als rondhangen, maar dat was het allerminst. Ik kon mij tussen 1997 en 2001 een aantal jaar voeden met een rijkdom aan aanwezige kennis in een omgeving die op cultureel vlak goed uitgerust was. Ik verdiepte mij in van alles en nog wat omdat de informatie en mogelijkheden binnen handbereik lagen. De KUN zag het als haar kerntaak mij te voorzien in die behoefte en me vooral ook allerlei zaken aan te reiken waar ik geen weet van had. De universiteit was een plek die mij wilde wijzen op wat ik niet wist, op wat mij onbekend was en zou zijn gebleven als het me niet werd aangereikt.

Aan de basis van deze opvatting stond een dialectische overtuiging die de KUN met vele andere universiteiten deelde. Door confrontatie met het onbekende, soms onbegrijpelijke en vaak ongemakkelijke wilde de universiteit een klimaat vormen waarin de denkers van morgen misschien kunnen groeien. Om zich op haar beurt later terug te laten beïnvloeden door de denkers die ze voortbracht. Een podium hoort daarbij.

De universiteit had dan ook nauwe banden met Diogenes als politiek en cultureel platform voor debat en kunst en het toenmalige O42 als theater en muziekpodium. De lange rij illustere figuren die er optraden, spraken en hardop dachten getuigden van het oprechte belang dat werd toegekend aan een onafhankelijk, maar onlosmakelijk aan de universiteit verbonden cultureel platform. Naast de meer specialistische studierichtingen was die omgeving nodig. Ze vormde naast de collegezaal de linker kamer in het kloppende hart van een levende onderwijsinstelling.

Die structuur was er om de theorie van een studie in de levende, praktische context van een maatschappij in ontwikkeling te plaatsen. Om vuistregels te bevragen en aannames te ondermijnen. Om dogma's gepareerd te zien en credo's te doen verdampen. Maar ook om studenten een netwerk te laten opbouwen, hun toekomst te ontwerpen en zo hun werkzame leven op eigen instigatie te laten aanvangen. Waar in de collegebanken de these werd aangereikt, werd daarnaast ook een platform geboden voor de antithese om zo de weg vrij te maken voor het echte werk: de persoonlijke synthese in het hoofd van een student met karakter. De universiteit gaf mensen de kans zichzelf te laten vormen.

Identiteit
De sluiting van het LAKtheater ten faveure van een extra collegezaal is zo niet anders te zien dan een fundamentele keuze over de identiteit van het universitaire leven. Het podium heeft van oudsher een belangrijke plek ingenomen in het ontwerp van de universitaire stad. Het verbredende en verdiepende effect ervan is een van de grote en waardevolle verschillen met het beroepsonderwijs. De reductie die de sluiting met zich meebrengt voor het intellectuele klimaat in Leiden is symptomatisch voor een grotere beweging, een paradigmaverschuiving in het Nederlandse onderwijs. Waar universiteiten golden als epicentra van kennis in ontwikkeling bestaat nu het gevaar dat ze met deze koers afstevenen op een bestaan als kritiekloze verdeelstations van feiten en competenties, omdat er geen ruimte meer bestaat om zichzelf te weerspreken. De worteling in maatschappelijke, filosofische en historische context is cruciaal voor de wetenschap.

Het is geen kerntaak van een universiteit om zorg te dragen voor de exploitatie van een theater of het in stand houden van de programmering. Universiteiten zijn geen schouwburgen, evenmin als collegezalen theaters zijn. De kerntaak van een universiteit is haar studenten kennis aan te reiken in een omgeving waar ruimte is voor reflectie en waar die kennis gekaderd wordt. In een land waarin veel theaters worden gesloten en de programmering van veel podia vervlakt, ligt er een taak voor een universiteit om haar podium als verlichte plek te bewaken. Niet voor het voortbestaan van het theater zelf. Ook niet voor het noodzakelijke kweken van het theaterpubliek van morgen. Maar vooral om haar studenten tot de denkers te maken die we Nederland straks willen bieden.

Thibaud Delpeut is theaterregisseur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden