DE UITSTALLING: Poffer gaf de status aan

Er viel niet veel te lachen op het Brabantse platteland in de periode na de Tachtigjarige Oorlog tot diep in de twintigste eeuw....

Hun protestantse landgenoten uit het noorden behandelden hen als tweederangs-burgers omdat ze dezelfde religie hadden als de gehate Spanjaarden die nu juist met zoveel moeite waren weggejaagd. En dan die conventies. De vrouwen tooiden zich in voorgaande eeuwen met een muts, een poffer of een kapje. Door de week en op zondag; voor de status, de devotie, de rouw, de geboorte en de kerkgang. Ja, waar eigenlijk niet voor?

Vier kleine huisjes van het Sint Paulusgasthuis langs de Kerkstraat in Sint-Oedenrode (Rooi, zoals ze in de omgeving zeggen) bieden onderdak aan het Museum Brabantse Mutsen en Poffers. In vitrines liggen bijna honderd exemplaren uit alle streken van de provincie. Ze zijn het resultaat van huisvlijt, particuliere giften en speurwerk door heemkunde- kring De Oude Vrijheid.

In de dorpen en agrarische gemeenschappen in het geoleerde Brabant gaven de hoofddeksels als geen ander attribuut de welstand en sociale achtergrond aan van de drager. Daaraan was te zien of een vrouw rijk was of arm, van lage komaf of beter gesitueerd.

Voor de goede orde: in NoordBrabant droegen de vrouwen en meisjes de muts (het artikel in zijn meest sobere gedaante) of poffer (de muts opgetuigd met tierelantijnen en andere versieringen) niet uit modieuze overwegingen, maar vooral omdat de betamelijkheid dat eiste.

Eén van de vitrines bevat alleen rouwdracht. De toenmalige sociale orde had dit proces van elke denkbare persoonlijke toets ontdaan en aan een rigide stelsel van nauwkeurige voorschriften en dwingende regels onderworpen.

Zo moest een vrouw bij het overlijden van haar man, één van haar ouders, schoonouders of kinderen gedurende een jaar en zes weken een rouwmuts dragen. Voor verwantschap in de tweede en derde graad (lichte rouw) kon met de helft van die tijd worden volstaan.

Hoe lang het is geleden dat de muts voor het eerst in de klederdracht beneden de grote rivieren opduikt, is een vraag waar amateur-historici al jaren over stoeien. Schilderijen van Pieter Breughel uit de zestiende eeuw tonen vrouwen die grof geplooide omslagdoeken op het hoofd dragen. Op een portret van Jan van Eijck uit 1434 figureert een dame van gegoede afkomst die een witte muts draagt.

Het verdwijnen van de muts en de poffer uit Brabant hangt nauw samen met de opkomst van het rijwiel. Moet het dragen van een rijk met kanten stroken, tule en linten uitgedoste poffer bij een wandeling door het dorp al een crime zijn geweest; ermee in de volle wind fietsen was een onmogelijkheid. En omdat met name de jonge vrouwen de mobiliteit van de tweewieler verkozen boven de betamelijkheid, verdween dit kledingsstuk gaandeweg deze eeuw uit het straatbeeld.

Omdat veel oude vrouwen de fietskunst nooit machtig werden, bleven muts en poffer nog tot ver na de Tweede Wereldoorlog in zwang in veel plaatsen in NoordBrabant. In het museum in Sint Oedenrode bevindt zich bijvoorbeeld de poffer die de moeder van bisschop Bekkers droeg toen in 1957 de beroemdste zoon van Rooi feestelijk in zijn geboortedorp werd ingehaald.

Mutsen en poffers werden gedurende eeuwen massaal door jonge kinderen en het vrouwelijk deel van de natie gedragen. Daarom waren in elk gehucht wel een of meerdere mutsenmaaksters actief. Omdat het werk thuis en met de hand moest geschieden was de aankoop van zo'n hoofddeksel voor vele vrouwen in die tijd een rib uit hun lijf. Een rouwpoffer kostte al gauw vijftien gulden, en wie écht goede sier met zijn muts wilde maken moest al gauw dertig gulden neertellen. Ter vergelijking: een doorsnee-gezin in Brabant moest in die tijd rondkomen van vier of vijf gulden per week.

Het Museum Brabantse Mutsen en Poffers is gevestigd in het Sint Paulusgasthuis aan de Kerkstraat 20 in Sint Oedenrode. Geopend in juli en augustus van 10 tot 16 uur op maandag tot en met zaterdag. Op zondag van 13.30 tot 16 uur. In september van maandag tot en met zaterdag van 13 tot 16 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden