De uil, de schedel en de vrouwentors

In Wolkers' werk spelen de uil, de schedel en de vrouwentors een grote rol. Het zijn krachtige symbolen in zijn oeuvre.

Potloodtekening van uil, schedel en tors, Jan Wolkers, 1988.Beeld Annabel Miedema

'Symbolen worden tot cymbalen in de ure des doods', dichtte Gerrit Achterberg. Aan die regel moest ik denken toen ik vlak na Wolkers' dood in het archief op Texel een zwart-romantische potloodtekening vond uit 1988 die uitermate geschikt zou zijn als verluchte titelpagina voor mijn biografie. De tekening staat al bijna tien jaar direct naast mijn computerscherm om mij dagelijks bij het schrijven te herinneren aan de kracht van symbolen in Wolkers' werk: de uil, de schedel en de vrouwentors.

De uil moet Wolkers' verbeelding in zijn gevlogen toen hij nog heel jong was. In Terug naar Oegstgeest valt te lezen hoe Jan op school van de hoofdonderwijzer een 9 krijgt voor een opstel over een jongen die de trap van een donkere toren beklimt. Boven in de toren rukken uilen zijn ogen uit. Dat angstbeeld verliet Wolkers nooit. In Zomerhitte wordt een vogelwachter getroffen door hetzelfde lot. 'Ineens was er een werveling van vleugels. Met naar voren gestoken klauwen vloog de uil in zijn gezicht.'

Zijn eerste schedel kocht Jan in de oorlog in een uitdragerswinkeltje als attribuut voor zijn vanitas-stillevens - en figureert op verschillende van zijn vroegste tekeningen en schilderijen die de ijdelheid en ijlheid van het leven moeten benadrukken. De schedel is eens, toen Jan ermee in de monumentale tulpenboom in het bos was geklommen, in beslag genomen door de veldwachter van Oegstgeest. Agent Koerten bond de schedel onder zijn bagagedragers en fietste ermee weg. Je kon de tanden van de bovenkaak van de schedel zachtjes tegen het zwartgelakte metaal van de dienstfiets horen tikken.

De vrouwentors - een gipsen afgietsel op de academie van een klassieke tors uit het Louvre - speelt een cruciale rol in Kort Amerikaans. Het is de enige vrouw die Erik van Poelgeest in de ogen kan kijken en met wie hij zonder schaamte de liefde kan bedrijven. Net als zijn alter ego was Wolkers in 1944 verliefd op de tors. Aan zijn vriend Theun de Winter vertelde hij later dat hij eens tijdens het neuken door de tors heen was gezakt. 'Maar toen heb ik met gips de scherven weer op hun plaats gekregen. Ze was prachtig.'

Memoires van een biograaf

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Hij houdt daarover een dagboek bij - waarvan we in delen de notities presenteren.

Zo komen angst, dood en liefde klinkend samen in één potloodtekening. 'Symbolen worden tot cymbalen in de ure des doods.' Wolkers kende overigens meerdere gedichten van Achterberg uit zijn hoofd. En hij kende de dichter persoonlijk. Achterberg was - nadat hem tbr was opgelegd vanwege de moord op zijn hospita - tijdens de oorlog een tijdje opgenomen in Rhijngeest. Deze Inrichting voor Zenuwpatiënten lag op steenworp afstand van Wolkers' geboortehuis in Oegstgeest.

Wolkers' beste vriend Jan Vermeulen had Achterberg daar vaak opgezocht. Vermeulen was een soort secretaris voor de dichter geweest en had clandestien een bundel van hem uitgegeven: Morendo. Vermeulen vertelde aan Wolkers dat Achterberg op een dag in zijn kamer in Rhijngeest met opengesperde ogen tegen hem had gezegd: 'Als dat vaasje anders had gestaan, had ik je moeten vermoorden. Want het licht is net zo.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden